Beleidsbundel
Mediation vaststellen
Doel
Deze beleidsregel bevat het beleid voor de beoordeling en afhandeling van declaraties van een mediationtoevoeging.
Kader
Besluit toevoeging mediation (Btm)
Beleidsregel
Vergoeding
In de zaak waarin aan een of meer rechtzoekenden een mediationtoevoeging is verstrekt, stelt de Raad per rechtzoekende 5 punten vast, met een maximum van 10 punten per mediation (art. 8 lid 1 Btm).
Opgave tijdsbesteding
De mediator geeft bij declaratie de urenbesteding per rechtzoekende op.
Verwijzing rechter
Is sprake van een verwijzing door de rechter, dan stuurt de mediator de aanvraag vergoeding met alle vereiste stukken aan de Raad. Daarnaast stuurt de mediator de vragenlijst mediator en partijen naar de mediationfunctionaris van het betreffende gerecht.
Afhechtingstoeslag
-
Is de vaststellingsovereenkomst bij wet verplicht in een rechterlijke uitspraak opgenomen, dan kent de Raad éénmaal de afhechtingstoeslag toe (art. 8 lid 3 Btm)
-
Het kan voorkomen dat de zaak door de advocaat is aangebracht bij de rechtbank, maar het toch niet komt tot een uitspraak. Bijvoorbeeld omdat partijen zich verzoenen. Als de mediator aantoont dat de zaak bij het gerecht aanhangig is gemaakt, is de afhechtingstoeslag van toepassing.
-
De toeslag geldt éénmalig, ongeacht het aantal mediationtoevoegingen.
-
De voor de afhechting bij de rechtbank ingeschakelde advocaat moet voor de specialisatie Personen- en familierecht staan ingeschreven. Dit geldt ook voor een advocaat-mediator die zelf de afhechting verzorgt.
Geen afhechtingstoeslag
- Is in dezelfde zaak eerder een advocaat toegevoegd, dan is de afhechtingstoeslag niet van toepassing. De werkzaamheden van de advocaat vallen onder bereik van de eerder verleende reguliere toevoeging.
- Wanneer geen sprake is van een wettelijke verplichting om afspraken gerechtelijk te laten vastleggen.
(art. 8 lid 3 Btm)
Toelichting: Met de afhechtingstoeslag worden de werkzaamheden van de advocaat bij de rechtbank vergoed.
In de volgende gevallen is het bij wet verplicht om de mediationafspraken in een rechterlijke uitspraak op te nemen:
- Echtscheiding;
- (Ontbinding na) scheiding van tafel en bed;
- Beëindiging geregistreerd partnerschap met minderjarige kinderen (gezamenlijk ouderlijk gezag);
- De mediationafspraken bevatten een wijziging van het gezag (van gezamenlijk naar eenhoofdig of andersom).
Bovenstaande is een limitatieve opsomming. In alle overige gevallen: geen toeslag.
Hoewel het voor samenwonenden met kinderen verplicht is om een ouderschapsplan op te stellen, is het niet wettelijk verplicht om het plan in een gerechtelijke uitspraak vast te leggen. Er bestaat daarom geen recht op een afhechtingstoeslag of een aparte LAT/toevoeging.
Voor beëindiging van een geregistreerd partnerschap zonder minderjarige kinderen en voor rechtsbijstand van een advocaat naast commerciële mediation, zie beleidsregel P015
Gebruikersinstructie: Je toetst of de ingeschakelde advocaat voldoet aan de voor de zaak geldende specialisatievereisten. Staat de ingeschakelde advocaat niet ingeschreven als specialist, dan wijs je de vergoeding voor de afhechtingstoeslag af.
Is in dezelfde zaak eerder een advocaat toegevoegd, dan ken je de toeslag niet toe. De werkzaamheden van de advocaat vallen dan onder bereik van de eerder verleende reguliere toevoeging. Je wijst de vergoeding af met tekstcode 440 (Geen afhechtingstoeslag Mediation, toegevoegd).
Bestaat er geen wettelijke verplichting om afspraken gerechtelijk te laten vaststellen, maar de mediator verzoekt wel om de afhechtingstoeslag, dan wijs je toeslag af met tekstcode 441 (Geen afhechtingstoeslag Mediation, verplichting).
Toeslag minderjarige kinderen
De Raad kent éénmaal de toeslag minderjarige kinderen (art. 8 lid 2 Btm) als:
- De toevoeging is afgegeven op of na 1 januari 2022; én
- De toevoeging is verleend voor de eerste mediation ten behoeve van echtscheiding/beëindiging samenwoning met affiniteitcode M610 respectievelijk M670; én
- Sprake is van de aanwezigheid van minderjarige kinderen.
De uitkomst van de mediation (wel of geen overeenstemming) heeft geen invloed op het toekennen van de toeslag.
Hoogte toeslagen
Afhechtingstoeslag
- Toevoeging verstrekt in de periode vanaf 1-2-2026: 3,5 punt
- Toevoeging verstrekt in de periode tot 1-2-2026: 2,5 punt
Toeslag minderjarige kinderen
- Toevoeging verstrekt in de periode vanaf 1-2-2026: 5,5 punt
- Toevoeging verstrekt in de periode vanaf 1-1-2022 tot 1-2-2026: 4 punten
- Toevoeging verstrekt in de periode vóór 1-1-2022: geen toeslag
Zie ook de Tabel toeslagen vanaf 1-9-2022 en Tabel toeslagen tot 1-9-2022 .
Toelichting:
De toeslag minderjarige kinderen is bedoeld voor de eerste mediation voor de echtscheiding of beëindiging samenwoning. De mediationtoevoeging beslaat alle nodige werkzaamheden om de relatie van partijen op goede wijze te ontvlechten. De toeslag is bedoeld voor de extra werkzaamheden die ontstaan als sprake is van minderjarige kinderen binnen die relatie.
Gebruikersinstructie:
Is de toeslag minderjarige kinderen niet van toepassing dan wijs je deze af met tekstcode 443 (Geen toeslag minderjarige kinderen Mediation).
- Wordt één van rechtzoekenden op betalende basis bijgestaan en heeft de ander een mediationtoevoeging, dan vergoed je de volledige afhechtingstoeslag en/of toeslag minderjarige kinderen op de toevoeging.
- Meerdere toevoegingen: Worden meerdere rechtzoekenden op basis van een toevoeging bijgestaan en zijn toeslagen van toepassing, dan verdeel je deze over de vergoedingen. Je licht je berekening toe op het vaststellingsbesluit.
Zijn partijen eerder zelfstandig of met bijstand van advocaten uit elkaar gegaan en en ziet de mediation op bijvoorbeeld het aanpassen van het ouderschapsplan, dan is geen sprake van mediation ten behoeve van de echtscheiding/beëindiging samenwoning zelf. De toeslag minderjarige kinderen is niet van toepassing.
Er is wel sprake van een eerste mediationtoevoeging ten behoeve van de echtscheiding als partijen in hoger beroep gaan tegen de echtscheidingsbeschikking (en nevenvorderingen) voor de eerste keer een mediationtoevoeging ontvangen.
Intrekking/verzoening echtscheiding
Zie wachttermijn in de beleidsregel 3.8.3 Bereik.
Reiskosten en reistijd
Zie beleidsregel 5.1.7 Art. 24 Bvr Reistijdvergoeding Binnenland.
Reiskosten- en tijdvergoeding is van toepassing als de mediator:
- reist naar een rechtzoekende die rechtens zijn vrijheid is ontnomen;
- met toestemming van de Raad buiten zijn arrondissement reist, omdat de mediation vraagt om bijzondere expertise;
Mediation verleend op het gerecht na mediationverwijzing
De Raad beoordeelt dat de reiskosten- en tijd van toepassing zijn als:
- de mediator op verzoek van het gerecht of op andere wijze verplicht een mediationgesprek voert op locatie van de rechtspraak; en
- sprake is van een mediation op verwijzing van het gerecht; en
- de toevoeging is verstrekt op of na 1 februari 2026.
De mediator stuurt per relevante reis de bevestiging van het mediationbureau waar dit uit blijkt.
Gebruikersinstructie:
Voor het afwijzen van reiskosten/reistijd gebruik je tekstcode 481 (Geen km vergoeding, bespreking elders.)
Voor het opvragen van de verwijzing maak je gebruik van tekstcode 498 (Reiskosten/-tijd, mediation op het gerecht).
De artikelen 24 en 25 Bvr zijn van toepassing. Zie beleidsregel Art. 24 Bvr Reistijdvergoeding Binnenland en beleidsregel Art. 25 Bvr Reiskostenvergoeding Binnenland.
Routeplanner
Voor het berekenen van de reiskosten maak je gebruik van Google Maps. Je gaat bij de berekening altijd uit van de snelste route van de postcode van het kantooradres naar de postcode van het bezoekadres. Je houdt nooit rekening met incidenten als wegomleidingen en dergelijke. Je controleert de kilometers, als het totaal aantal gedeclareerde kilometers 50 of meer is. Je gaat uit van twee keer enkele reis. Als het totaal aantal kilometers onder de 50 blijft, dan toets je marginaal.
- Zijn voor de mediation meerdere toevoegingen verstrekt, dan wordt de reiskosten- en/of reistijdvergoeding eenmaal vergoed.
- Je vergoedt eenmaal reiskosten en/of reistijd, als op één dag meerdere zaken zijn behandeld waarvoor slechts één keer gereisd is. (art. 9 Btm)
Overige Kostenvergoedingen
-
Tolkkosten, zie beleidsregel Art. 26 Bvr
-
Administratieve kosten, zie beleidsregel Art. 27 Bvr.
-
Andere kosten dan hier genoemd, komen niet voor vergoeding in aanmerking. Bijvoorbeeld huur mediationruimte.
Resultaatbeoordeling
Zie beleidsregel 2.5 Resultaatbeoordeling
Gebruikersinstructie:
Resultaat: Meerdere toevoegingen en toeslagen
Wordt één van de toevoegingen ingetrokken wegens resultaat, dan beoordeel je als volgt:
- Mediator wenst wel een vergoeding van de Raad: je verdeelt de toeslagen over de vergoedingen.
- Mediator wenst geen vergoeding van de Raad: je stelt de volledige toeslagen vast op de toevoeging die in stand blijft.
Resultaat: Eén toevoeging en toeslagen
Wordt één rechtzoekende op basis van een toevoeging bijgestaan en de ander(en) op betalende basis, dan ken je de volledige toeslagen toe op die toevoeging.
Administratieve verwerking
Wetsgeschiedenis
1. Besluit toevoeging mediation, 4 mei 2009
Nota van Toelichting
- Artikel 9. Met dit artikel wordt erin voorzien dat een mediator in het kader van de vaststelling van zijn vergoeding ook een vergoeding ontvangt voor de kosten die hij eventueel, vanwege de omstandigheid dat van een of meer partijen de vrijheid daadwerkelijk is beperkt of ontnomen (en derhalve niet de omstandigheid dat reizen voor een of meer partijen naar de mediator bijvoorbeeld uit financiële overwegingen problematisch is), heeft gemaakt voor het reizen in verband met mediation (tweede lid) alsmede het tijdverlet in verband met datzelfde reizen (eerste lid). Daarmee wordt aangesloten bij de regeling van deze vergoedingen voor rechtsbijstandverleners in de artikelen 24 en 25 van het Bvr2000, met dien verstande dat met reizen naar een zitting voor mediators geen rekening hoeft te worden gehouden.
Besluit van 7 juli 2022 tot wijziging van het Besluit vergoedingen rechtsbijstand 2000, het Besluit toevoeging mediation en het Vreemdelingenbesluit 2000 in verband met aanpassing van de vergoedingen van rechtsbijstandverleners en mediators,
Nota van Toelichting
- 2.6.2 Aanvulling in geval van de aanwezigheid van één of meer minderjarige kinderen
In geval van de aanwezigheid van een of meer minderjarige kinderen is voorzien in een toeslag van éénmaal 4 punten voor mediation in (echt)scheidingzaken, ongeacht of één of beide partijen rechtzoekenden in de zin van de Wrb zijn. Dit betekent dat in een eerste mediationzaak betreffende (echt)scheiding, waarin beide ouders rechtzoekenden in de zin van de Wrb zijn en sprake is van een of meer minderjarige kinderen, 10 punten voor de zaak plus een toeslag van 4 punten, dus in totaal 14 punten worden toegekend. In een mediationzaak waarin slechts één van beide ouders rechtzoekende in de zin van de Wrb is, worden 5 punten plus een toeslag van 4 punten, dus in totaal 9 punten toegekend. Hierbij is aangesloten bij de systematiek voor de toekenning van deze toeslag bij echtscheidingsprocedures waarin beide ouders samen één of ieder afzonderlijk een eigen advocaat hebben. - 7.2.3. Familierecht
Toeslag voor de aanwezigheid van kinderen Met de commissie-Van der Meer en de NOvA wordt er in het onderhavige besluit op voorhand van uitgegaan dat de aanwezigheid van minderjarige kinderen in een (echts)scheidingsprocedure per definitie leidt tot extra werkzaamheden voor de rechtsbijstandverlener, bijvoorbeeld in het kader van een gezags- of omgangsregeling of financiële bijdragen. Daarom wordt die toeslag, zoals reeds voorzien in het ontwerpbesluit, reeds toegekend indien sprake is van de aanwezigheid van een of meer minderjarige kinderen en dat ongeacht de aard en omvang van de daadwerkelijk in dat kader verrichte extra werkzaamheden. Dit betekent dat voor de toekenning van die toeslag volstaat dát er aantoonbaar één of meer minderjarige kinderen zijn betrokken, en dat de aard en omvang van de in dat kader verrichte werkzaamheden niet hoeven te worden onderbouwd. Werkzaamheden in het kader van bijvoorbeeld kinderalimentatie hoeven niet te worden aangetoond. De vergoeding van extra werkzaamheden bij de aanwezigheid van één of meer minderjarige kinderen is niet verdisconteerd in het algemene forfait voor rechtsbijstandverlening in (echt)scheidingsprocedures, omdat niet in iedere (echt)scheidingsprocedure sprake is van de aanwezigheid van minderjarige kinderen.
(…)
Zoals hiervoor is aangegeven, wordt overeenkomstig de aanbeveling van de commissie-Van der Meer in (echt)scheidingsprocedures waarbij minderjarige kinderen zijn betrokken, een forfaitaire toeslag toegekend, ongeacht of er in het individuele geval al dan niet daadwerkelijk werkzaamheden met betrekking tot die minderjarige kinderen zijn verricht.
(…)
In vervolgprocedures wordt in het algemeen geprocedeerd over een beperkt aantal onderwerpen van het geschil dat in eerste aanleg heeft gediend, waarin een toeslag voor die desbetreffende extra werkzaamheden wordt toegekend. Gezien het forfaitaire karakter van het stelsel acht ik het redelijk de toeslagen alleen toe te kennen voor rechtsbijstand in procedures in eerste aanleg. In nevenprocedures wordt over (de wijziging) van een deelaspect van de scheiding geprocedeerd. De bijlage bij het onderhavige ontwerpbesluit kent daarvoor aparte (forfaitaire) puntentoekenningen waarin die werkzaamheden zijn verdisconteerd.
2022 Nota van Toelichting wijziging Bvr 2000, Btm en Vreemdelingenbesluit