Beleidsbundel
H2 Bereik in bestuursrecht
Doel
Het in dit hoofdstuk opgenomen beleid is uitsluitend van toepassing op Bestuursrechtelijke zaken. Dit hoofdstuk dient te worden gelezen in samenhang met het algemene hoofdstuk over het bereik van de toevoeging en vormt daarop een nadere uitwerking en verduidelijking.
Kader
Met toepassing van artikel 28, eerste lid, onder b van de Wrb en artikel 32 Wrb kan de Raad de toevoeging weigeren “indien de aanvraag betrekking heeft op een rechtsbelang ter zake waarvan de aanvrager aanspraak kan maken op rechtsbijstand op grond van een eerder afgegeven toevoeging.”
Beleidsregel
Bereik van de toevoeging bij voorafgaande procedures
Als de Raad bij wijze van uitzondering beoordeelt dat een toevoeging wordt verstrekt voor de:
- Aanvraagfase
- Fase van het bestuursrechtelijk voornemen
- Herzieningsverzoek
- Ingebrekestelling
dan geldt deze ook voor de behandeling van de daaropvolgende procedure.
Gebruikersinstructie: Bij de aanvullende omschrijving neem je de fase en daaropvolgende procedure op, bijvoorbeeld: “zienswijze c.q. bezwaar”.
Alsnog beslissing door het bestuursorgaan
Als het bestuursorgaan hangende het bezwaar of beroep alsnog een (primair) besluit neemt, wordt dit besluit op grond van artikel 6:19 van de Algemene wet bestuursrecht van rechtswege betrokken bij de behandeling van het bezwaar of beroep. De daarmee samenhangende werkzaamheden vallen onder het bereik van de eerder verstrekte toevoeging.
Het voorgaande is eveneens van toepassing op procedures wegens niet‑tijdig beslissen als bedoeld in artikel 6:20 Awb.
Toelichting:
Mogelijke ‘rechtsgangen’ binnen het bestuursrecht
- Voornemenprocedure;
- Bezwaar bij de betrokken overheidsinstelling, bijvoorbeeld bij de gemeente of het UWV;
- Administratief beroep bij het beroepsorgaan;
- (Direct) beroep bij de rechtbank;
- Hoger beroep, bijvoorbeeld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van Raad van State of bij de Centrale Raad van Beroep (CRvB);
- Voorlopige voorziening (artikel 8:81 Awb);
- Verzet (geen afzonderlijke rechtsgang, betreft voortzetting van procedure);
- Verwijzing naar voorliggende (eerdere) instantie;
- Herziening onherroepelijke uitspraak (artikel 8:119 Awb).
Terugwijzing/verwijzing door de rechter
-
Terugwijzing naar de voornemenfase
Als een zaak wordt verwezen naar het bestuursorgaan om een nieuw voornemen uit te brengen, wordt de aanvraag afgewezen wegens het bereik van de toevoeging die eerder voor de voornemenfase is verstrekt (bijvoorbeeld: voornemen in een asielprocedure of een Ruimtelijke Ordeningszaak). -
Terugwijzing naar de bezwaarfase
Als een zaak wordt verwezen naar het bestuursorgaan om opnieuw een beslissing op bezwaar te nemen, wordt de aanvraag afgewezen wegens het bereik van de toevoeging die eerder voor de bezwaarprocedure is verstrekt. -
Terugwijzing naar de beroepsfase
Als een zaak wordt verwezen naar de rechtbank om opnieuw uitspraak te doen in beroep, wordt de aanvraag afgewezen wegens het bereik van de toevoeging die eerder voor de beroepsprocedure is verstrekt ECLI:NL:RVS:2012:BX7123.
Meerdere voorlopige voorzieningen voor hetzelfde rechtsbelang
Bij een aanvraag voor een voorlopige voorziening wordt beoordeeld of voor dezelfde rechtsgang eerder een toevoeging voor een voorlopige voorziening is verstrekt. Ook wordt getoetst of sprake is van hetzelfde onderliggende feitencomplex.
Als beide omstandigheden zich voordoen, wordt de aanvraag afgewezen op bereik van de eerder verstrekte toevoeging. In dat geval is sprake van hetzelfde rechtsbelang bij dezelfde procedure instantie.
Meerdere beslissingen of rechtsvragen: één rechtsbelang = één toevoeging
Uitgangspunt is dat per rechtsbelang één toevoeging wordt verstrekt. Het feit dat een bestuursorgaan meerdere beslissingen neemt, betekent niet zonder meer dat sprake is van meerdere rechtsbelangen.
Als meerdere toevoegingen worden aangevraagd, dient te worden aangetoond dat de bestreden beslissingen ieder voor zich een zelfstandige betekenis hebben. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn indien sprake is van een duidelijk verschillend feitencomplex.
Een rechtsbelang kan leiden tot meerdere rechtsvragen. Dit vormt op zichzelf geen grond om voor iedere afzonderlijke rechtsvraag een aparte toevoeging te verstrekken. Slechts als daadwerkelijk sprake is van een afgescheiden inhoudelijke rechtsgang binnen een procedure — eventueel bij dezelfde instantie — kan voor die procedure een afzonderlijke toevoeging worden verstrekt.
Voorbeeld: meerdere rechtsbelangen
Er wordt vastgesteld dat de rechtzoekende bepaalde relevante gegevens niet heeft doorgegeven aan de uitkeringsinstantie, zoals inkomsten of samenwoning.
De rechtzoekende ontvangt daarom:
- een beschikking tot schorsing van de uitkering
- een beschikking tot beëindiging van de uitkering.
In deze situatie is sprake van één rechtsbelang, namelijk de stopzetting van de uitkering en het recht op uitkering voor de toekomst.
Daarnaast kan de rechtzoekende beschikkingen ontvangen waarbij:
- De uitkering over een periode in het verleden wordt ingetrokken;
- Een verstrekte uitkering over die periode wordt teruggevorderd;
- De uitkering wordt gebruteerd.
Dit kan gaan om zowel reguliere bijstand als bijzondere bijstand. Ook hier is sprake van één rechtsbelang, namelijk het recht op uitkering over een periode in het verleden.
Naast de gevolgen voor de uitkering kan tevens een bestuurlijke boete worden opgelegd. Dit betreft opnieuw één rechtsbelang.
Voor elk van deze rechtsbelangen kan een afzonderlijke toevoeging voor advies of procedure worden verstrekt.
Gebruikersinstructie Je kunt voor elk van deze rechtsbelangen een toevoeging voor advies of procedure verstrekken. Wel geef je aan dat er sprake is van een groepstoevoeging en neem je bij inhoudelijke toelichting de code SH (samenhang) met het toevoegkenmerk van het andere dossier op.
Asiel- en vreemdelingenzaken
Verknocht verband en meegereisden
Per verknocht verband verstrekt de Raad voor Rechtsbijstand één toevoeging op naam van de hoofdcliënt. Tot een verknocht verband rekenen we bijvoorbeeld een gezin bestaande uit ouders en minderjarige kinderen (jonger dan 18 jaar).
Toelichting:
Onder verknocht verband wordt het volgende verstaan: familie- of andere (affectieve) relaties die onderlinge betrokkenheid en zorg voor elkaar hebben en zich ook tegenover elkaar financieel verantwoordelijk voelen voor het dagelijks levensonderhoud. Bijvoorbeeld:
- Gehuwde partners (al dan niet met minderjarige kinderen);
- Samenwonende partners die in land herkomst al een duurzame relatie hadden en dat in Nederland willen voortzetten;
- Eénoudergezin (vader of moeder met minderjarige kinderen);
- Pleeggezin;
- Meerderjarige met zijn minderjarige broer en/of zus;
- Meerderjarige oom/neef met minderjarige neef;
- Meerderjarige verstandelijk beperkte die deel uitmaakt van een van bovenstaande gezinsvormen en die niet zelfstandig gehoord kan worden
N.B. De voorbeelden van verknocht verband zijn niet limitatief.
Gebruikersinstructie: Je geeft aan dat er sprake is van een groepstoevoeging en neemt bij de inhoudelijke toelichting de zin op: ‘samenhang met toevoeging [toevoegkenmerk ander dossier]’. Bijvoorbeeld in geloofszaken waarin beide partners een eigen asielmotief hebben.
Uitzondering motiveren
De Raad kan in de volgende gevallen een afzonderlijke toevoeging verlenen als uit de aanvraag blijkt dat er sprake is van:
- Meegereisde meerderjarige;
- Meegereisde partner met een eigen asielmotief.
Gebruikersinstructie: Is de aanvraag niet gemotiveerd, dan wijs je deze af op het bereik van de toevoeging op naam van de hoofdcliënt. Is voor de hoofdcliënt nog geen toevoeging afgegeven, dan maak je de aanvraag onvolledig en vraag je om nadere uitleg.
Er wordt nooit een toevoeging verstrekt op naam van een meegereisde in plaats van op naam van de hoofdcliënt.
(Hoger) beroep en/of voorlopige voorzieningen op nader aan te voeren gronden
Het instellen van (hoger) beroep of een voorlopige voorziening op nader aan te voeren gronden (pro forma beroep / via CIV-formulier) valt onder het bereik van de toevoeging die is verstrekt voor de eerdere aanleg. Hier is geen sprake van substantiële werkzaamheden die een afzonderlijke toevoeging rechtvaardigen.
Voorlopige voorziening in asielzaken
In asielzaken wordt geen afzonderlijke toevoeging verstrekt voor een voorlopige voorziening. Deze werkzaamheden vallen onder de toevoeging voor (hoger) beroep.
Voor de mogelijkheid van een toeslag bij een voorlopige voorziening, zie beleidsregel Artikel 5a Bvr toeslagen asiel.
Meerdere voorlopige voorzieningen tegen uitzetting
Bij een aanvraag voor een voorlopige voorziening toets de Raad of er nog een voorlopige‑voorzieningprocedure loopt. Is dat het geval, dan valt dit onder het bereik van de eerder verstrekte toevoeging, omdat sprake is van hetzelfde rechtsbelang en geen diversiteit van procedures.
Is de eerdere voorlopige voorziening al behandeld op zitting en is er een uitzettingsdatum bekend, dan verstrek je een nieuwe toevoeging.
Declaratie voortijdig beëindigde procedures
Bij een voortijdig beëindigde procedure toets de Raad of er substantiële werkzaamheden zijn verricht om een afzonderlijke vergoeding vast te stellen.
Gebruikersinstructie: Zijn er in dezelfde zaak meerdere toevoegingen verstrekt (bijvoorbeeld een bodemzaak en een voorlopige voorziening), dan beoordeel je deze gelijktijdig.
Je kijkt welke werkzaamheden zijn verricht op beide toevoegingen. Is één van beide toevoegingen niet gebruikt voor procedure (geen afzonderlijke gronden ingediend), dan vallen de werkzaamheden onder het bereik van de andere toevoeging, ongeacht of deze is verstrekt voor ‘advies c.q. procedure’ of voor ‘procedure’.
Second opinion
Een toevoeging voor een second opinion geldt ook voor de eventueel daaropvolgende hoofdzaak. Dit betreft hetzelfde rechtsbelang en er is geen sprake van diversiteit van procedures.
Gebruikersinstructie: In de aanvullende omschrijving neem je op:
“second opinion c.q. hoofdzaak”.
Is er een LAT verstrekt voor second opinion en leidt dit tot een procedure, dan muteer je de LAT naar een reguliere toevoeging.