Beleidsbundel

Draagkracht inkomen en vermogen

Trefwoorden: Aanvragen
Nummer: RvR2.1
Versie 4.0
Laatst gewijzigd:

Doel

Met toepassing van artikel 34 Wrb verleent de Raad geen rechtsbijstand indien het inkomen en/of vermogen van de rechtzoekende boven de inkomens- en/of vermogensgrens komt.

De Raad vult aan de hand van deze beleidsregel het begrip ‘inkomen en vermogen in’.

Kader

Alleenstaand of gemeenschappelijke huishouding

Bij de vaststelling of een rechtzoekende op basis van zijn inkomen en vermogen in aanmerking komt voor rechtsbijstand is eerst bepalend of deze op het moment van de aanvraag alleenstaand is of met één of meer anderen een gemeenschappelijke huishouding voert (art. 34 lid 1 en lid 3 Wrb). Op basis van de beleidsregel 2.2 Norm gezinssamenstelling beoordeelt de Raad welke norm huishouding van toepassing is.

  • Het inkomen van de rechtzoekende is het inkomensgegeven in het peiljaar (art. 34a Wrb). Het peiljaar is het tweede kalenderjaar dat voorafgaat aan het kalenderjaar waarin de aanvraag om een toevoeging wordt gedaan (T-2) (art. 1 Wrb).
  • Rechtsbijstand kan wordt verleend aan rechtzoekenden wiens inkomen per jaar de in artikel 34 lid 1 Wrb (voor respectievelijk alleenstaanden of voor rechtzoekenden die een gemeenschappelijke huishouding voeren) genoemde bedragen of minder bedraagt.

Gebruikersinstructie:

Financiële afwijzing en inhoudelijk beoordelen

Je toetst bij een reguliere aanvraag altijd de inhoud van de zaak, ook als duidelijk is dat er een financiële afwijzing volgt. Als je meer informatie nodig hebt om de inhoud te toetsen, dan maak je de aanvraag alléén onvolledig als je daarnaast ook vragen hebt over de personalia en/of draagkracht van rechtzoekende. Is dit niet het geval dan zet je de zaak in GRAS op “inhoudelijk niet beoordeeld” en maak je een financiële afwijzing.

Wordt vervolgens een peiljaarverlegging aangevraagd, dan stuurt de beschikker van het FKC het dossier terug naar één van de reguliere teams. Daar beoordeelt een andere beschikker de aanvraag eerst inhoudelijk en neemt een besluit met tekstcode 399. Na beoordeling stuurt hij de zaak weer door naar het FKC voor beoordeling van de aanvraag peiljaarverlegging. Bij een inhoudelijke afwijzing van de aanvraag toevoeging wijst FKC het verzoek peiljaarverlegging af (zie de beleidsregel 2.4 Peiljaarverlegging, inhoudelijke beoordeling).

Toelichting: Als iemand geen aangifte hoeft te doen, gaat de Belastingdienst uit van het belastbaar loon.

Verzamelinkomen

Het Verzamelinkomen is het inkomen bedoeld in artikel 2.18 van de Wet inkomstenbelasting 2001.

Verzamelinkomen is het gezamenlijk bedrag van:

  1. het inkomen uit werk en woning (box 1);
  2. het inkomen uit aanmerkelijk belang (box 2);
  3. het belastbare inkomen uit sparen en beleggen (box 3).

Geen inkomensgegevens beschikbaar

Voor zover van de rechtzoekende geen inkomensgegeven beschikbaar is, wordt onder inkomen verstaan het bedrag dat in het peiljaar het inkomen zo goed mogelijk benadert, dan wel het door het bestuur op grond van door de rechtzoekende overgelegde gegevens vastgestelde bedrag aan inkomen (art. 34a Wrb).

  • Indien een inkomensgegeven over het peiljaar beschikbaar is dat afwijkt van het eerder toegepaste inkomensgegeven en dat gevolg heeft voor het al dan niet verlenen van een toevoeging of de hoogte van de door de rechtzoekende verschuldigde eigen bijdrage, neemt de Raad ambtshalve een besluit dat in de plaats komt van het eerder genomen besluit (art. 34a Wrb).
  • Dit besluit gaat niet uit van een hoger inkomensgegeven dan zou zijn toegepast in het peiljaar T-2 ten opzichte van huidige peiljaar T-0 (art. 34d Wrb).
  • Om het bovenstaande te kunnen vaststellen, worden bij de aanvraag het burgerservicenummer (BSN) van de aanvrager en (indien van toepassing) degene met wie de aanvrager een gemeenschappelijke huishouding voert, verstrekt (art 25 lid 1 Wrb).
  • Indien het een aanvraag betreft van een vreemdeling die zich niet heeft ingeschreven heeft in het BRP of een verblijfsvergunning heeft en als gevolg hiervan niet beschikt over een BSN, worden op verzoek van de Raad de gegevens verstrekt die voor de beoordeling van de aanvraag noodzakelijk zijn (art. 25 lid 2 Wrb).

Gebruikersinstructie:

Vreemdelingen

De meeste vreemdelingen hebben een burgerservicenummer (BSN). Dit moet altijd op de toevoegaanvraag worden ingevuld voor de financiële beoordeling.

Wanneer het BSN niet is opgenomen bij de klantgegevens bel je de advocaat. Indien dit niet mogelijk is maak je de aanvraag onvolledig met tekstcode 009 of 010. Uitzondering hierop is de advocaat die op basis van High Trust staat ingeschreven bij de Raad.

Ontvang je een BSN, dan start je berichtenverkeer op met de BRP en/of de Belastingdienst en vervolg je de financiële beoordeling.

Opvragen inkomens- of vermogensgegevens bij Belastingdienst

De Belastinginspecteur verstrekt op verzoek van de Raad het bedrag aan vermogen dat meer bedraagt dan het drempelbedrag (zie bovenstaand).

Indien geen vermogens- of inkomensgegeven beschikbaar is, verstrekt de inspecteur op verzoek van de Raad zo mogelijk het bedrag dat in het peiljaar het vermogen of inkomen zo goed mogelijk benadert (art. 25 lid 3 Wrb).

In de gevallen waarin de inspecteur niet beschikt over de gegevens over vermogen of inkomen legt de aanvrager stukken over op grond waarvan het bestuur het bedrag aan vermogen of inkomen kan vaststellen (art. 25 lid 4 Wrb).

Beleidsregel

Aanvullend op dit uitgebreide wettelijk kader voert de Raad het volgende beleid ter bepaling van het inkomen en vermogen van de rechtzoekende:

Negatief inkomen

Als er sprake van een negatief verzamelinkomen bij de rechtzoekende of de partner dan wordt dit gesaldeerd.

Beslag op inkomen en/of vermogen

Als er sprake is van beslag op inkomen en/of vermogen dan kan de rechtzoekende bij de Raad een verzoek indienen via de Tijdelijke subsidieregeling rechtsbijstand bij beslag op inkomen of vermogen

Toelichting:

Conservatoir beslag in strafzaken - Beleid tijdelijk buiten werking gesteld

Het beleid 'conservatoir beslag in strafzaken' is niet van toepassing in de periode dat de Tijdelijke subsidieregeling rechtsbijstand bij beslag op inkomen of vermogen van toepassing is.

Inkomen en of vermogen in het buitenland / Belastingvrij inkomen

Woont de rechtzoekende in het buitenland of is hij niet belastingplichtig, dan beoordeelt de Raad het inkomen of vermogen aan de hand van de door hem aangeleverde gegevens. De Raad toetst het bedrag dat in het peiljaar het verzamelinkomen zo goed mogelijk benadert. Het daarvoor bestemde formulier opgave inkomen en vermogen dient door rechtzoekende te worden ingevuld. De Raad kan hiervan afwijken als rechtzoekende in een land woont met een aanzienlijk lager welvaartsniveau. In deze gevallen kan de laagste eigen bijdrage worden opgelegd.

Gebruikersinstructie:

Financiële beoordeling aanvragen uit het buitenland

Woont rechtzoekende in het buitenland dan moet hij het formulier ‘Opgave inkomen en vermogen' (pdf, 439 kB) verstrekken met specificaties van het inkomen en vermogen in het buitenland.

Heb je een aanvraag met een buitenlands adres én een BSN, dan start je eerst berichtenverkeer op. Krijg je van de BD-gegevens over het inkomen en vermogen terug met een status, dan maak je de financiële beoordeling op basis van de BD-gegevens en vraag je het formulier Inkomen en vermogen niet op.

Geeft de BD aan dat er geen gegevens bekend zijn, dan vraag je het formulier ‘Opgave inkomen en vermogen’ (pdf) op met specificaties van het inkomen en vermogen in het buitenland.

Dit formulier, dat ook verkrijgbaar is in het Duits (pdf), Engels (pdf) en Frans (pdf), moet ook worden ingevuld als een belastingvrij inkomen wordt genoten, bijvoorbeeld medewerkers van internationale organisaties of bedrijven. Je berekent het inkomen van rechtzoekende en eventuele partner op een wijze die het verzamelinkomen zo dicht mogelijk benadert (art. 25 lid 4, art. 34 Wrb, art. 34a lid 1 Wrb).

Zie gebruikersinstructie Draagkracht aanvragen uit het buitenland voor de beoordeling van de Opgave inkomen en vermogen.

Heeft een in Nederland wonende rechtzoekende en/of de eventuele partner (ook) enig inkomen en/of vermogen in het buitenland in het peiljaar, dan moet hij het formulier  ‘Opgave inkomen en vermogen (pdf) verstrekken met specificaties van het inkomen en vermogen in het buitenland.

Gebruikersinstructie: Zie Draagkracht aanvragen uit het buitenland voor de beoordeling van de Opgave inkomen en vermogen.

Zaakcode O013 aanvragen uit het buitenland

Bij O013 aanvragen uit het buitenland (buitenlands belastingplichtigen) waarbij recht bestaat op nihilstelling van de eigen bijdrage op grond van artikel 44 lid 4 Wrb is het formulier ‘Opgave inkomen en vermogen' niet noodzakelijk. Ter verificatie dient bij de aanvraag toevoeging wel een identiteitsbewijs van de rechtzoekende te worden overgelegd.

Toelichting: Blijkt bij declaratie of in de steekproef High Trust dat de zaak ten onrechte op code O013 is gecodeerd, dan kan het nodig zijn om het formulier met bijbehorende stukken alsnog op te vragen en een draagkrachttoets uit te voeren.

Lopend bezwaar bij Belastingdienst tegen verzamelinkomen

Als de rechtzoekende bij de Belastingdienst (BD) bezwaar heeft aangetekend tegen de hoogte van het verzamelinkomen in het peiljaar, kan de aanvrager aan de Raad verzoeken hiermee rekening te houden. De Raad neemt een ‘voorlopig’ besluit op de aanvraag toevoeging. Dit besluit baseert de Raad op het inkomen dat zoveel mogelijk het verzamelinkomen in het jaar T-2 benadert. De Raad gaat hierbij uit van het bedrag dat in de aangifte inkomstenbelasting (IB) (voor het peiljaar) is vermeld. Als later een gewijzigd definitieve verzamelinkomen bekend is, neemt de Raad opnieuw een besluit. De Raad neemt alleen een voorlopig besluit op basis van:

  • Kopie aangifte IB uit het peiljaar (T-2) van rechtzoekende EN
  • Als rechtzoekende niet aangifteplichtig was in T-2 de jaaropgaaf uit dat jaar.

Vermogen van minderjarigen

De Raad kan het vermogen van minderjarige kinderen die fiscaal aan de ouders wordt toegerekend buiten beschouwing laten in het geval de rechtzoekende aantoont dat hij of zij niet op enig moment (heeft) beschikt of redelijkerwijs de beschikking kan krijgen over het vermogen.

Toelichting: Deze uitzondering is gebaseerd op jurisprudentie ECLI:NL:RVS:2021:34. In r.o. 10 is aangeven dat een redelijke toepassing van artikel 34, lid 2 Wrb met zich meebrengt dat het vermogen van minderjarige buiten beschouwing kan worden gelaten. Dit is bijvoorbeeld het geval wanneer op het vermogen van de minderjarige een BEM-clausule (Belegging Erfenis en andere gelden Minderjarigen) ligt.

Verdrag van Istanbul: slachtoffers van geweld

De Raad beoordeelt aan de hand van een gemotiveerd verzoek tot maatwerk bij de financiële beoordeling als het rechtsprobleem speelt tegen de achtergrond van stelselmatig geweld.

Het gemotiveerd verzoek bevat een beschrijving van de mate waarin:

  • De dreiging actueel is/ het geweld voortduurt; en
  • De procedure in kwestie rechtsbescherming biedt tegen die dreiging; en
  • Het opleggen van een eigen bijdrage deze rechtsbescherming belemmert.

Aanvraag door minderjarige

Bij minderjarigen toetst de Raad het verzamelinkomen van de ouders/wettelijk vertegenwoordigers. Zie beleidsregel 2.6 Draagkracht minderjarige rechtzoekende .

High Trust en aanvraag toevoeging minderjarige

High Trust advocaten die een aanvraag toevoeging voor een minderjarige cliënt indienen moeten altijd het Formulier 'Draagkracht - Verzoek persoonsgegevens ouder(s)/wettelijk vertegenwoordigers vanwege toevoegingsaanvraag minderjarige' van de ouder(s) meesturen.

Mediation Lichte advies toevoeging naast mediation

Als er een toevoeging is verstrekt voor mediation en nadien wordt een reguliere toevoeging verstrekt aan een advocaat voor hetzelfde rechtsbelang omdat de mediation is mislukt, wordt de eigen bijdrage van de mediationtoevoeging verrekend met de eigen bijdrage van de nieuwe toevoeging.

Als voor hetzelfde rechtsbelang naast een mediation toevoeging een Lichte advies toevoeging is verleend, dan verrekent de Raad de eigen bijdrage.

Gebruikersinstructie:

Verrekening eigen bijdrage LAT naast mediation

Let op: wordt de LAT omgezet in een reguliere toevoeging, dan moet je opnieuw een berekening maken.

Voorbeeld in mindering brengen eigen bijdrage mediation op eigen bijdrage LAT:
Een alleenstaande met een inkomen van € 20.400 in het peiljaar 2019 die in 2021 een mediationtoevoeging krijgt voor 8 uur, betaalt een eigen bijdrage van € 112. Wordt daarna een LAT verstrekt voor een deelprobleem, dan wordt voor de LAT een eigen bijdrage opgelegd van € 83. De verrekening wordt dan € 83 - € 112 = € 0.

Wetsgeschiedenis

Inkomen

Met het onderhavige wetsvoorstel wordt beoogd bij te dragen aan niet alleen lastenvermindering voor de rechtsbijstandverlener en de rechtzoekende, maar ook een zekere harmonisatie van inkomensafhankelijke regelingen.

De uitgangspunten van dit wetsvoorstel zijn in de brief van de toenmalige Staatssecretaris van Justitie van 10 juni 2002 aan de voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal uiteengezet (Kamerstukken II 2001/02, 28 000 VI, nr.66). In het onderhavige wetsvoorstel worden deze uitgangspunten nader uitgewerkt.

In de Wet op de rechtsbijstand is voor de bepaling van de toegang tot het stelsel van rechtsbijstand alsmede het bepalen van de hoogte van de eigen bijdrage de hoogte van het inkomen en vermogen bepalend. Daarbij wordt voorgesteld om de begrippen inkomen en vermogen aan te laten sluiten bij het fiscaal gebruikte verzamelinkomen en het gemiddelde van de rendementsgrondslag.Het verzamelinkomen is het inkomensbegrip dat overeenstemt met het begrip belastbaar inkomen in het belastingstelsel van vóór 2001.Onder dat vorige stelsel bestond het belastbaar inkomen uit een optelsom van verschillende bronnen van inkomsten, zoals werk, winst en vermogen.In het huidige stelsel worden drie soorten inkomsten onderscheiden: inkomsten uit werk en woning (box 1), uit aanmerkelijk belang (box 2) en uit vermogen (box 3).Het totaal van het belastbaar inkomen in de boxen 1, 2 en 3 – exclusief verrekenbare verliezen – is het verzamelinkomen.Dit verzamelinkomen sluit het meest aan bij het vroeger gebruikte belastbaar inkomen.

De aansluiting van het begrip inkomen bij het fiscale regiem betekent dat keuzes die worden gemaakt in het kader van de aangifte van de belasting doorwerken in de beoordeling van de aanspraak op gesubsidieerde Rechtsbijstand. Als voorbeelden van deze keuzes kunnen worden genoemd de verdeling van de gemeenschappelijke vermogensbestanddelen, de verdeling van niet persoonsgebonden aftrekposten en de verdeling van het heffingvrij vermogen tussen de fiscale partners. Ook in het geval de relatie met de partner eindigt, wordt uitgegaan van de keuzes in de aangifte. Uit een oogpunt van vereenvoudiging van het systeem is het niet wenselijk dat de raad herberekeningen zou moeten maken van het verzamelinkomen vanwege veranderde omstandigheden.

Alhoewel het fiscale partnerbegrip een ander is dan dat in de Wet op de rechtsbijstand, wordt hiermee geen rekening gehouden bij de beoordeling van de aanspraken in het kader van laatstgenoemde wet. Fiscale partners kunnen in bepaalde gevallen kiezen welk deel van het vermogen aan één van beiden wordt toebedeeld. Daaraan staat het hanteren van een ander partnerbegrip in de Wet op de rechtsbijstand niet in de weg.

Tweede Kamer, vergaderjaar 2003–2004, 29 685, nr.3 p. 4

Relevante jurisprudentie

ECLI:NL:RVS:2021:34 – beschikking over vermogen minderjarige

Op deze pagina