Beleidsbundel
Goederenrecht
Doel
Deze beleidsregel bevat het beleid over aanvragen van een toevoeging op het gebied van Goederenrecht
Kader
De aanvraag dient op alle inhoudelijke en financiële gronden beoordeeld te worden zoals genoemd in de beleidsregels financiële beoordeling aanvraag toevoeging (hoofdstuk 2) en inhoudelijke beoordeling aanvraag toevoeging (hoofdstuk 3).
Specialisatie
N.v.t.
Beleidsregel
De Raad kan een toevoeging verstrekken voor een goederenrechtelijk geschil.
Toelichting: Goederenrecht betreft:
- Vruchtgebruik;
- Pand en hypotheek;
- Erfdienstbaarheid;
- Erfpacht;
- Opstal.
Gebruikersinstructie: In dit soort zaken voeg je pas toe als er sprake is van een conflict tussen rechtzoekende en de wederpartij.
In de aanvullende omschrijving vermeld je duidelijk voor welk rechtsbelang wordt toegevoegd.
Codering
- Als het ‘hoofdrecht’ een goederenrechtelijke oorsprong kent.
- Bij geschil over een geldige overdracht van goederen (bijvoorbeeld revindicatie of beroep op derdenbescherming).
- Geschil buren in verband met overhangende beplanting, onjuist geplaatste erfafscheiding e.d.
Goederenrecht regelt de verhouding tussen burgers en goederen. Onder het begrip ‘goederen’ wordt verstaan het geheel van zaken en vermogensrechten. Zaken kunnen zowel roerend als onroerend zijn. Vermogensrechten zijn, al dan niet in combinatie met een ander recht, overdraagbaar en hebben als doel stoffelijk voordeel te verschaffen.
Eigendom, hypotheekrecht, pandrecht, vruchtgebruik, erfdienstbaarheid, erfpacht en opstal zijn goederenrechtelijke rechten (beperkte vermogensrechten, uitgezonderd eigendom).
Het bijzondere van deze goederenrechtelijke rechten is dat zij werking hebben tegenover eenieder (absolute werking). In tegenstelling tot het verbintenissenrecht, waar de overeenkomst in beginsel slechts geldingskracht heeft tussen de bij die overeenkomst betrokken partijen (persoonlijke werking).
De meeste van deze rechten zijn zogenaamde afhankelijke rechten, dat wil zeggen dat dit recht zodanig is verbonden met een ander recht (hoofdrecht), dat het niet zonder dat andere recht kan bestaan. Rechten als pand- en hypotheekrecht bijvoorbeeld zijn afhankelijk van een vorderingsrecht. Zij kunnen geen zelfstandig goederenrechtelijk bestaan leiden.
Voorbeeld: A heeft bij een bank geld geleend om een vakantiewoning te kopen. Als onderpand voor de lening heeft de bank een recht van hypotheek verkregen op de vakantiewoning van A. Op het moment dat A stopt met aflossen van de lening, mag de bank het huis verkopen om uit de opbrengst haar vordering te voldoen. Een eventueel geschil over de geldlening codeer je onder O030. Geschillen in verband met het ontstaan en tenietgaan van het recht van hypotheek hangen zodanig samen met de geldlening dat je ook deze onder O030 codeert.
Voorbeeld: B heeft een recht van erfdienstbaarheid op het perceel van C. C is eigenaar. Het recht van erfdienstbaarheid is ‘afhankelijk’ van de eigendom van het heersende erf (perceel van C), beide rechten zijn goederenrechten. Een geschil tussen B en C over de erfdienstbaarheid codeer je onder G010.
Overdracht van goederen
In beginsel zijn eigendom, beperkte rechten en vorderingsrechten overdraagbaar als aan de vereisten wordt voldaan van artikel 3:84 BW:
- Geldige titel;
- Beschikkingsbevoegdheid van de vervreemder;
- Levering.
Voorbeeld: De fiets van E wordt gestolen door Y. Y verkoopt de fiets aan Z, die te goeder trouw is. Op zekere dag ziet E zijn fiets bij Z in de tuin staan. E eist zijn fiets op (revindicatie). Het geschil Z <-> E kent een goederenrechtelijke oorsprong: het opeisen van de fiets op grond van een gebrekkige overdracht (Z verkreeg de fiets van een beschikkingsonbevoegde). Het geschil Z <-> Y heeft een verbintenisrechtelijke oorsprong: Z zal op zijn minst de koopsom terug willen ontvangen van Y.
Goederenrecht, opsomming van beperkte rechten
Vruchtgebruik
De vruchtgebruiker heeft het recht om goederen welke aan een ander toebehoren te gebruiken en de vruchten daarvan te genieten.
Pand en hypotheek
Beperkte rechten, strekkende om op de daaraan onderworpen goederen een vordering tot voldoening van een geldsom bij voorraad boven andere schuldeisers te verhalen. Is het recht op een registergoed gevestigd, dan is het een recht van hypotheek; is het recht op een ander goed gevestigd, dan is het een recht van pand.
Erfdienstbaarheid
Een last waarmee een onroerende zaak is bezwaard (dienend erf) ten behoeve van een andere onroerende zaak (heersend erf).
Erfpacht
Een zakelijk recht dat de erfpachter de bevoegdheid geeft een aan een ander toebehorende onroerende zaak te houden en te gebruiken. Vaak tegen een bepaalde vergoeding: de canon.
Opstal
Een zakelijk recht om in, op dan wel boven een aan een ander in eigendom toebehorende onroerende zaak, gebouwen, werken of beplantingen in eigendom te hebben of te verkrijgen.
Bereik
Werkzaamheden kunnen onder het bereik van een eerder verstrekte toevoeging vallen. De Raad verstrekt in dat geval geen afzonderlijke toevoeging. Het beleid is beschreven in de beleidsregel 3.8 Bereik, Hoofdstuk 1 en verder.