Beleidsbundel

Op geld waardeerbaar belang

Trefwoorden: Aanvragen
Nummer: RvR3.5.1
Versie 4.0
Laatst gewijzigd:

Doel

De Raad beoordeelt aan de hand van deze beleidsregel wanneer er voldoende op geld waardeerbaar belang/ financieel belang/ materieel belang is om gesubsidieerde rechtsbijstand te verlenen.

Kader

Met toepassing van artikel 12 lid 2 sub b Wrb wordt rechtsbijstand niet verleend indien de aan de te verlenen rechtsbijstand verbonden kosten niet in redelijke verhouding staan tot het belang van de zaak.

Met toepassing van artikel 4 lid 1 Brt wordt rechtsbijstand bestaande uit het geven van eenvoudig rechtskundig advies, als zijnde van onvoldoende belang, niet verleend indien het op geld waardeerbare belang blijft beneden een bedrag van € 250,–.

Met toepassing van artikel 4 lid 2 Brt wordt rechtsbijstand op basis van een toevoeging anders dan ten behoeve van eenvoudig rechtskundig advies, als zijnde van onvoldoende belang, niet verleend indien het op geld waardeerbare belang blijft beneden een bedrag van € 500,–.

Met toepassing van artikel 4 lid 3 Brt wordt indien de rechtsbijstand betrekking heeft op een beroep in cassatie de toevoeging geweigerd indien het op geld waardeerbare belang blijft beneden een bedrag van € 1.000,–.

Met toepassing van artikel 4 lid 4 en 5 Brt gelden voor het strafrecht deze bedragen niet onverkort.

Met toepassing van artikel 4 lid 6 Brt wordt indien het belang bestaat uit een periodiek te betalen of te ontvangen waarde, het belang gesteld op de waarde van de betaling of ontvangst, vermenigvuldigd met het aantal malen dat deze waarde moet worden betaald dan wel ontvangen in een periode van ten hoogste twee jaar.

Met toepassing van artikel 4 lid 7 Brt kan in afwijking van het eerste tot en met vierde lid rechtsbijstand of een toevoeging worden verleend indien zwaarwegende belangen van de rechtzoekende dit rechtvaardigen, of indien zwaarwegende persoonlijke omstandigheden van de rechtzoekende dit rechtvaardigen in het belang van een effectieve toegang tot het recht.

Beleidsregel

Kosten eerdere aanleg

De Raad rekent voor het op geld waardeerbaar belang alle daadwerkelijk door rechtzoekende gemaakte kosten mee.

Daaronder vallen in elk geval:

  • De kosten van een procedure in eerste aanleg. Had rechtzoekende voor de eerdere aanleg een toevoeging, dan vallen alleen de betaalde eigen bijdrage en de kosten genoemd in artikel 4 lid 2 Bvr hieronder;
  • Bij hoger beroep de proceskosten die zijn opgelegd in de eerste aanleg.

Geen kosten procedure

Daaronder vallen niet:

  • De (exploot)kosten van de procedure waarvoor de toevoeging wordt aangevraagd, waaronder de kosten van de dagvaarding (oproepingsbericht), salaris gemachtigde en informatiekosten;
  • De kosten van het verstekvonnis voor zaken die dienen in verzet.

Duurovereenkomst

Bij een duurovereenkomst wordt het financieel belang over een periode van twee jaar berekend.

Betwiste vordering

Bij een betwiste vordering bedraagt het betwiste deel van de vordering 500 euro of meer.

Hoofdsom en kosten

Als sprake is van een vordering of verweer is het op geld waardeerbare belang de hoofdsom vermeerderd met:

  • de vertragings-/ wettelijke rente;
  • buitengerechtelijke (incasso)kosten, waaronder exploot- en executiekosten en
  • de kosten van betekening en proces-verbaal.

Andere relevante beleidsregels

Hardheidsclausule

De in het Brt genoemde bedragen zijn absoluut. Lid 7 van het Brt bevat een hardheidsclausule, zie beleidsregel 3.5.3 Hardheidsclausule.

Wetsgeschiedenis

De wetgever beoogt alleen voor reële rechtsbelangen rechtsbijstand te subsidiëren (Kamerstukken II, 1991/92, 22 609, nr. 3, p. 18).

Het belang kan materieel of immaterieel van aard zijn en dient, ook los van de waardering van de betrokkene zelf, als wezenlijk te worden aangemerkt (Kamerstukken II, 1992/93, 22 609, nr. 11, p. 4).

Relevante jurisprudentie

Op deze pagina