Beleidsbundel
H3 Bereik civielrechtelijke zaken
Doel
Het in dit hoofdstuk opgenomen beleid is uitsluitend van toepassing op Civielrechtelijke zaken. Dit hoofdstuk dient te worden gelezen in samenhang met het algemene hoofdstuk over het bereik van de toevoeging en vormt daarop een nadere uitwerking en verduidelijking.
Kader
Met toepassing van artikel 28, eerste lid, onder b van de Wrb en artikel 32 Wrb kan de Raad de toevoeging weigeren “indien de aanvraag betrekking heeft op een rechtsbelang ter zake waarvan de aanvrager aanspraak kan maken op rechtsbijstand op grond van een eerder afgegeven toevoeging.”
Beleidsregel
Aanname afzonderlijk rechtsbelang
Bij meerdere aanvragen binnen een jaar na afgifte van de eerste toevoeging moet duidelijk zijn of er sprake is van een afzonderlijk rechtsbelang of een aparte procedure bij een andere instantie. Is sprake van een afzonderlijk rechtsbelang, kan een toevoeging worden verstrekt voor advies c.q. procedure.
Gebruikersinstructie: Als dit niet uit de aanvragen blijkt bel je de advocaat of maak je de aanvraag onvolledig met tekstcode 050, waarbij je verwijst naar de andere toevoeging (relatienummer invullen).
Als de tweede toevoegingsaanvraag één jaar of langer na afgifte van de eerste toevoeging wordt ontvangen, zou de Raad in verband met tijdsverloop kunnen aannemen dat er sprake is van nieuwe feiten en/of omstandigheden en een afzonderlijk rechtsbelang. Bij declaratie blijft toetsing op grond van artikel 29 lid 4 Bvr mogelijk. In High Trust zaken doet deze aanname niet ter zake, omdat uit de feitelijke gang van zaken uit het dossier blijkt of er sprake is van een afzonderlijk rechtsbelang.
Toelichting: Aanname wil niet zeggen dat de Raad zonder meer een nieuwe toevoeging verstrekt. Als uit de aanvraag, het dossier of uit de toevoeg-/ vaststelhistorie van cliënt blijkt dat sprake is van hetzelfde rechtsbelang, zonder dat sprake is van diversiteit van procedures dan wordt de vervolgaanvraag zoals gebruikelijk afgewezen op bereik.
Gebruikersinstructie: Bij aanvragen binnen een jaar na afgifte van de eerste toevoeging waarbij niet direct duidelijk is dat sprake is van een afzonderlijk rechtsbelang of een aparte procedure, bel je de advocaat of maak je de aanvraag onvolledig met de volgende tekst:
“Er is al een toevoeging verstrekt voor een echtscheiding inclusief nevenvorderingen. Wilt u aangeven:
- Waarom u van mening bent dat de te verrichten werkzaamheden niet vallen onder het bereik van deze eerdere toevoeging?
- Is op basis van deze toevoeging een procedure aanhangig gemaakt?
- Wordt de nu aangevraagde toevoeging ook gebruikt voor het voeren van een procedure?”
Als de aanvraag is ingediend door een andere advocaat van een ander kantoor gebruik je de volgende tekst:
“Er is al een toevoeging verstrekt voor eenzelfde rechtsbelang aan mr. X te Y onder nummer 0AA0000. Wilt u aangeven:
- Waarom u van mening bent dat de te verrichten werkzaamheden niet vallen onder het bereik van deze eerdere toevoeging?
- Is op basis van deze toevoeging een procedure aanhangig gemaakt?
- Wordt de nu aangevraagde toevoeging ook gebruikt voor het voeren van een procedure?”
- Als u de zaak wilt overnemen van de andere advocaat dan kunt u een verzoek tot overname indienen, onder overlegging van de originele toevoeging. Het mutatieformulier kunt u downloaden via www.rvr.org.”
Als uit de reactie blijkt dat sprake is van een afzonderlijk rechtsbelang verstrek je een toevoeging voor advies c.q. procedure.
Is er geen sprake van een afzonderlijk rechtsbelang, maar wel een afzonderlijke procedure verstrek je de toevoeging uitsluitend voor procedure. Je geeft bij inhoudelijke toelichting aan “advies onder bereik van [Gras kenmerk]”.
Als uit de reactie niet blijkt dat sprake is van een afzonderlijk rechtsbelang of procedure wijs je de aanvraag af op bereik.
Procedurele bijzonderheden/incidenten
Afsplitsen van procedures
Leidend voor de Raad is: per verzoekschrift/dagvaarding één toevoeging. Als de rechtbank een procedure splitst en hieraan verschillende rolnummers geeft wordt geen (tweede) afzonderlijke toevoeging verstrekt, omdat sprake is/blijft van hetzelfde rechtsbelang.
Vrijwaringsprocedure
Toelichting: Stelt rechtzoekende dat iemand anders verantwoordelijk is voor het voldoen van de vordering, dan kan die persoon met verlof van de rechter opgeroepen worden om rechtzoekende te vrijwaren van de vordering.
Voor het verzoek aan de rechter om iemand in vrijwaring op te roepen verstrekt de Raad geen aparte toevoeging, dit is een voorbereidingshandeling.
Voor de vrijwaringsprocedure verstrekt de Raad een aparte proceduretoevoeging.
Gebruikersinstructie: Als de aanvraag voor advieswerkzaamheden wordt gedaan, wijs je de aanvraag af op het bereik van de toevoeging die is verstrekt voor de hoofdzaak.
Bodemprocedure en voorlopig getuigen- / deskundigenverhoor
Voor een voorlopig getuigenverhoor kan de Raad een toevoeging verstrekken. Bij de toevoegaanvraag voor de bodemprocedure beoordeelt de Raad of er sprake is van twee afzonderlijke procedures.
Gebruikersinstructie: Als de toevoeging voor de bodemprocedure voor advies is aangevraagd, wijs je de aanvraag af op het bereik van de toevoeging die is verstrekt voor het voorlopig getuigenverhoor. Zodra een aparte bodemprocedure gevoerd gaat worden, kan de advocaat een nieuwe aanvraag indienen. Als er een getuigenverhoor gehouden wordt terwijl de bodemprocedure aanhangig is, geldt dit niet als een afzonderlijke procedure en wijs je af op bereik.
Executiemaatregelen
De Raad verstrekt voor executiewerkzaamheden een afzonderlijke toevoeging met zaakcode R010 als:
- De rechtzoekende oorspronkelijk betalend was of zelf procedeerde, en ten tijde van de executie in aanmerking komt voor een toevoeging, of
- Er een geschil ontstaat naar aanleiding van de executie en dit aanleiding geeft tot een nieuwe procedure (executiegeschil), of
- Een periode van een jaar verstreken is na beëindiging van de procedure én aanmerkelijke werkzaamheden nodig zijn.
NB. Voor executiegeschillen met de voormalige partner is zaakcode P100 Overige geschillen van toepassing.
Beslag
De Raad verstrekt voor de hoofdzaak én de extra werkzaamheden met betrekking tot het verlof tot beslaglegging één toevoeging. Werkzaamheden in verband met beslag (bijvoorbeeld opheffen beslag of geschil beslagvrije voet), nakoming/tenuitvoerlegging (executiemaatregelen) van een overeenkomst, vonnis of beschikking of inning proceskosten vallen onder de reikwijdte van de verstrekte toevoeging voor de hoofdzaak.
Toelichting: Voorbeelden van beslag.
1. Executoriaal beslag
Voor het leggen van executoriaal beslag verstrekt de Raad geen afzonderlijke toevoeging. De deurwaarder kan op grond artikel van 40 lid 1 Bvr zijn kosten declareren bij de griffie van de rechtbank volgens de daarvoor geldende regeling. Executoriaal beslag is een van de middelen die een schuldeiser heeft om een vordering, die door de rechter is toegewezen, te innen. De schuldeiser kan het beslag zowel laten leggen op roerende als onroerende goederen van de schuldenaar. Indien er beslag is gelegd kan de schuldenaar niet over deze goederen beschikken. De goederen worden openbaar verkocht en de opbrengst gaat naar de schuldeiser.
2. Conservatoir beslag
Conservatoir beslag is een beslag dat gelegd kan worden voordat er een vonnis is van de rechter. Het is een beslag om de vermogensbestanddelen van de schuldenaar te blokkeren, zodat deze er niet meer over kan beschikken, waardoor verhaal op de (eventuele) vordering mogelijk blijft. Om dit beslag te kunnen leggen is verlof vereist van de voorzieningenrechter van de rechtbank. Deze rechter bepaalt de termijn waarbinnen de eis in de hoofdzaak moet zijn ingesteld. Een vorm van conservatoir beslag is: ‘conservatoir beslag tot afgifte van zaken en levering van goederen’ in het verleden ‘revindicatoir beslag’ genoemd.
3. Derdenbeslag
Derdenbeslag wordt gelegd op goederen of gelden die zich bij een derde bevinden, zoals het salaris van de schuldenaar onder de werkgever, zijn bank- of girosaldi, etc. Nadat vier weken zijn verstreken na het leggen van het beslag, dient de derde-beslagene te verklaren wat hij nu precies onder zich heeft (de bank verklaart hoeveel geld er op de rekening staat, de werkgever verklaart hoeveel loon de schuldenaar ontvangt). Derdenbeslag is mogelijk als conservatoir beslag en als executoriaal beslag. Er wordt één toevoeging verleend; de toevoeging voor de hoofdzaak omvat ook de extra werkzaamheden met betrekking tot het verlof tot beslaglegging. Soms weigert een derde-beslagene te verklaren wat hij onder zich heeft van de schuldenaar, weigert hij de gelden of goederen af te staan of betwist de beslaglegger de verklaring van de derde-beslagene. In zo’n geval kan de beslaglegger een procedure bij de rechter opstarten. Hiervoor kan een procedure toevoeging worden verleend.
In zaken over ernstige gewelds- of zedenmisdrijven kan het OM voor slachtoffers conservatoir beslag leggen op het vermogen van de verdachte. Deze werkzaamheden en de voorlopige schade inventarisatie hieraan voorafgaand vallen onder bereik van de O013-toevoeging in de hoofdzaak. Is er voor de hoofdzaak geen toevoeging verstrekt, zie beleidsregel R010 Overige zaken civiel .
Voor een procedure over beslag kan de Raad een afzonderlijke proceduretoevoeging met zaakcode R010 verstrekken.
Toelichting: De beslaglegger kan een procedure bij de rechter opstarten als:
- een derde-beslagene weigert te verklaren wat hij onder zich heeft van de schuldenaar;
- een derde-beslagene de gelden of goederen weigert af te staan;
- de beslaglegger de verklaring van de derde-beslagene betwist.
Verkrijgen EET-gewaarmerkte beslissing
De werkzaamheden voor het verkrijgen een EET-gewaarmerkte beslissing (Europese Executoriale Titel) vallen onder het bereik van de toevoeging van de hoofdzaak.
Prejudiciële vragen bij het Europese Hof
De werkzaamheden van de advocaat in het kader van prejudiciële vragen bij het Europese Hof vallen onder bereik van de toevoeging die is afgegeven voor de nationale procedure.
Prejudiciële vragen bij de Hoge Raad
Is sprake van werkzaamheden voor de behandeling van de prejudiciële vragen bij de Hoge Raad, dan kan de Raad een afzonderlijke toevoeging verstrekken. Zie ook beleidsregel Bereik algemeen paragraaf 1.4.
Personen en familierecht: beëindiging relatie
De advieswerkzaamheden met betrekking tot de verschillende rechtsvragen die ontstaan bij het beëindigen van een relatie vallen onder het bereik van de toevoeging die wordt verstrekt voor advies en de eerste procedure. Dit kan een toevoeging voor de echtscheiding (P015) of voor de beëindiging samenwoning (P012) zijn. Zie ook beleidsregel 3.8.1 Bereik algemeen.
Echtscheiding en nevenvorderingen
De werkzaamheden met betrekking tot het treffen en/of wijzigen van nevenvorderingen vallen onder het bereik van de toevoeging voor de echtscheiding.
Boedelscheiding naast echtscheiding
De boedelscheiding is een nevenvoorziening die onder het bereik van de toevoeging voor de echtscheiding valt. Worden de procedurele werkzaamheden voor boedelscheiding afgesplitst van de echtscheidingsprocedure, dan is sprake van een voortgezette procedure, ondanks dat aan de boedelscheiding een nieuw procedurenummer is gegeven (zie paragraaf 1.4 en 3.1).
Boedelscheiding ná echtscheiding
Als na echtscheiding voor de boedelscheiding een afzonderlijke dagvaardingsprocedure wordt gevoerd, dan is sprake van diversiteit van procedures. De Raad verstrekt voor deze procedure een nieuwe toevoeging (zie paragraaf 1.3). Is voor de echtscheiding een toevoeging verstrekt, dan verstrekt de Raad een proceduretoevoeging P050. De advieswerkzaamheden vallen onder het bereik van de toevoeging voor de echtscheiding.
Boedelscheiding ná echtscheiding én naast nevenvorderingen
Werkzaamheden voor de boedelscheiding (P050) ná echtscheiding vallen nooit onder het bereik van een toevoeging voor een andere nevenvordering.
Beëindiging samenwoning
De toevoeging verstrekt voor de beëindiging (P012) geldt voor de advieswerkzaamheden in alle voorzieningen en de eerste procedure. Voor elke volgende procedure verstrekt de Raad een afzonderlijke toevoeging (zie paragraaf 1.3).
Geschil voortvloeiend uit beëindiging relatie
Straat- en/of contactverbod, sociaal mediaverbod, vaderschapsactie
Advieswerkzaamheden voor een straat- en/of contactverbod of sociaal mediaverbod (O011) of een vaderschapsactie (P070) naast een beëindiging relatie vallen onder het bereik van de toevoeging voor de beëindiging van de relatie (bijvoorbeeld P015 of P012). De problematiek vloeit voort uit hetzelfde feitencomplex. Wordt een afzonderlijke procedure gevoerd, dan verstrekt de Raad hiervoor een nieuwe toevoeging (zie paragraaf 1.3).
Maritaal beslag
De werkzaamheden voor het maritaal beslag vallen onder het bereik van de toevoeging voor de hoofdzaak.
Toelichting: Maritaal beslag is een bijzonder conservatoir beslag dat beide echtgenoten kunnen leggen op goederen uit de huwelijksgemeenschap.
Verzoening of intrekking
Wordt een tweede toevoeging voor echtscheiding aangevraagd na verzoening of intrekking van de procedure, dan toetst de Raad of de werkzaamheden onder het bereik van de eerdere toevoeging vallen.
Vindt de aanvraag toevoeging plaats na het verstrijken van de wachttermijn van drie maanden (zie beleidsregel Artikel 28 Bvr), dan is sprake van een afzonderlijk rechtsbelang en verstrekt de Raad een toevoeging voor advies c.q. procedure.
Wordt een tweede toevoeging voor verbreking samenwoning aangevraagd na verzoening, dan kan de verzoening gezien worden als gewijzigde omstandigheid en verstrekt de Raad een tweede toevoeging voor advies c.q. procedure.
Geschil na beëindiging relatie
Worden na beëindiging van de relatie meerdere adviestoevoegingen aangevraagd voor meerdere vorderingen (vaststelling of wijziging omgang, alimentatie e.d.) dan verstrekt de Raad één toevoeging voor advies c.q. procedure. De advieswerkzaamheden van de overige vorderingen vallen onder het bereik van deze toevoeging. Voor de tweede en volgende procedure verstrekt de Raad afzonderlijke toevoegingen.
Religieuze echtscheiding (O010) naast P012 of P015
Advieswerkzaamheden voor de religieuze echtscheiding naast een beëindiging samenwoning of echtscheiding met nevenvorderingen vallen onder het bereik van de toevoeging voor de beëindiging van de relatie.
Toelichting: Bijvoorbeeld P015 of P012. De problematiek vloeit voort uit hetzelfde feitencomplex.
Wordt een afzonderlijke procedure gevoerd, dan verstrekt de Raad hiervoor een nieuwe toevoeging
Toelichting: Zie beleidsregel Bereik, H3, paragraaf 1.3.
Personen- en familierecht: ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing
Meerdere kinderen, hetzelfde rechtsbelang
Toelichting: Worden meerdere minderjarigen uit een gezin onder toezicht gesteld en/of uithuisgeplaatst of wordt verweer gevoerd tegen de verlenging hiervan, dan is er sprake van een samenstel van belangen.
De Raad verstrekt één toevoeging voor bijstand aan meerdere minderjarigen.
Toelichting: Zie ook beleidsregel Bereik, H1 paragraaf 1.2.1.
Meerdere kinderen, verschillende rechtsbelangen
De rechtsbijstandverlener moet motiveren waarom sprake is van (juridisch relevante) verschillende problematiek om bij wijze van uitzondering meer dan één toevoeging te verstrekken.
Toelichting: Binnen het gezin kunnen er meerdere kinderen zijn waarvan de problematiek met betrekking tot de OTS/UHP substantieel anders is waarbij de Raad bij wijze van uitzondering een tweede toevoeging voor kan verstrekken. De Raad beoordeelt of deze ieder afzonderlijk een zelfstandige betekenis hebben. Voorbeeld meerdere kinderen, aparte rechtsbelangen: Kinderen zijn ondergebracht bij diverse instellingen/gastgezinnen.
Gebruikersinstructie: Als er meerdere toevoegingen worden afgegeven dan verstrek je ze als groepstoevoeging. Je geeft bij de inhoudelijke toelichting de code SH (samenhang) op met het Grasnummer van het andere dossier. Bij declaratie toetst de vaststeller of daadwerkelijk sprake was van verschillende verweren.
OTS/UHP en gezag/omgang
Bestaat er een geschil over OTS/UHP met een voogdijinstelling en daarnaast een geschil over het gezag of de omgang met een belanghebbende, dan is er sprake van een samenstel van belangen. De problematiek rondom het kind hangt in deze zaken zo nauw met elkaar samen dat niet gesproken kan worden van zelfstandige rechtsbelangen.
In de adviesfase verstrekt de Raad één toevoeging. Is er sprake van diversiteit van procedures, dan verstrekt de Raad twee toevoegingen op samenhang (zie ook art. 11 Bvr).
Arbeidsrecht
Bereik meeromvattende verzoekschriftprocedure
Binnen één verzoekschriftprocedure kunnen meerdere verzoeken worden behandeld. De Raad toetst of sprake is van hetzelfde rechtsbelang. Werkzaamheden die voortvloeien uit hetzelfde feitencomplex betreffen hetzelfde rechtsbelang.
Toelichting: Bijvoorbeeld alle werkzaamheden die samenhangen met beëindiging van de arbeidsrelatie (zoals loondoorbetaling, wedertewerkstelling, concurrentiebeding, transitievergoeding, uitbetaling vakantiedagen). De Raad verstrekt hiervoor één toevoeging.
Bereik toevoeging bedrijfsongeval en arbeidsgeschillen
Een bedrijfsongeval wordt gezien als een zelfstandig rechtsbelang waarvoor een A032- toevoeging wordt verstrekt voor advies c.q. procedure.
Toelichting: De Raad toetst niet op bereik met andere toevoegingen met een A-zaakcode.
Huurrecht
Bereik partners/medehuurders
Als voor partners of medehuurders een aparte toevoeging wordt aangevraagd voor hetzelfde huurgeschil verstrekt de Raad één toevoeging. Er is immers maar één huurcontract.
Gebruikersinstructie: De andere aanvraag wijs je af op bereik.
Zijn er meerdere huurcontracten, zoals bij onderhuur of studentenhuizen, dan is er sprake van gescheiden rechtsbelangen en verstrekt de Raad afzonderlijke toevoegingen.
Bereik, ander rechtsbelang
Een geschil over onderhoud door de verhuurder uit een eerdere periode ziet de Raad als een afzonderlijk rechtsbelang. Deze dient los te staan van een eventuele ontbinding van de huurovereenkomst. Voor het onderhoud door de verhuurder (H020) verstrekt de Raad dan een nieuwe toevoeging.
Bereik, hetzelfde rechtsbelang
Voor werkzaamheden die voortvloeien uit hetzelfde feitencomplex, zoals een geschil over onderhoud door de verhuurder gevolgd door geschil ontbinding huurovereenkomst (oorzaak – gevolg), verstrekt de Raad één toevoeging.
Andere relevante beleidsregels
Terugwijzing/verwijzing door de rechter
Zie beleidsregel 3.8.2 Bereik, H3 Bestuursrechtelijke zaken.