Beleidsbundel

Art. 21 Bvr Samenhang in strafzaken

Trefwoorden: Strafrecht (declareren)Declareren
Nummer: RvR5.4.9
Versie 4.0
Laatst gewijzigd:

Doel

Vergoedingen regime samenhangende strafzaken

Kader

Artikel 21 Bvr

Beleidsregel

Algemeen

Let op: De werkwijze bij samenhangende strafzaken wijkt af van die voor samenhangende civiel- en bestuursrechtelijke zaken.

Er is sprake van samenhangende strafzaken als de rechter of de OvJ besluit tot voeging, gelijktijdige of –nagenoeg- aansluitende behandeling van zaken ter zitting of terechtzitting. Het gaat dan om zaken met één rechtzoekende die voor meerdere feiten ter zitting of terechtzitting moet verschijnen en aan wie meer dan één toevoeging is verstrekt, al dan niet ambtshalve. Daarnaast kan er ook sprake zijn van zaken met meerdere rechtzoekenden die als samenhangende strafzaken worden beoordeeld. Denk hierbij aan het medeplegen van een bepaald delict (bijvoorbeeld geweldpleging/toebrengen van letsel door een groep of diefstal in vereniging).

Eindzitting

Bepalend voor de beoordeling van samenhang is dat de strafzaken gevoegd, gelijktijdig of -nagenoeg- aansluitend zijn behandeld op een eindzitting. Bedoeld wordt meerdere eindzittingen op dezelfde dag.

Verknochtheid van zaken

Om te vermijden dat de samenhangregeling wordt toegepast als de advocaat achter elkaar op dezelfde zittingsdag verschillende zaken bijwoont zonder dat die zaken onderling verband houden, geldt als aanvullend vereiste dat de zaken verknocht moeten zijn. Er moet dus sprake zijn van inhoudelijke samenhang in die zin dat de procedures betrekking hebben op dezelfde problematiek.

Zodra op de afzonderlijke dagvaardingen vergelijkbare strafbare feiten  voorkomen (in beide dagvaardingen is bijvoorbeeld een geweldsdelict ten laste gelegd), is sprake van samenhang. Dit is ook van toepassing als op die dagvaardingen ook andere feiten voorkomen. Binnen de diverse dagvaardingen zijn de overeenkomsten van belang, niet  de verschillen.

De Raad kan ook beoordelen dat sprake is van verknochtheid als uit de stukken overduidelijk blijkt dat de zaken voornamelijk vanwege de persoonlijke omstandigheden van de verdachte dan wel gelijkluidende verweren gevoegd/gelijktijdig ter zitting zijn behandeld.

Toelichting:

Zie uitspraak Raad van State.

Voorbeeld samenhang
Dagvaarding A: Dagvaarding B:
feit 1. Geweldsdelict feit 1. Geweldsdelict
feit 2. Vermogensdelict feit 2. Drugsdelict (OW)
feit 3. WWM

Geen samenhang

Bij gevoegde, gelijktijdige of -nagenoeg- aansluitende behandelde strafzaken is in beginsel sprake van samenhang. Er is maar één uitzondering: de zaken op de dagvaardingen zijn niet naar hun aard verknocht. Dat wil zeggen, tussen de dagvaardingen is er geen overlap van vergelijkbare strafbare feiten.

Toelichting:

Voorbeeld geen samenhang
Dagvaarding A: Dagvaarding B:
feit 1. Geweldsdelict feit 1. WWM
feit 2. Vermogensdelict feit 2. Vernieling

Verder is de samenhangregeling niet van toepassing:

  • Tussen ‘strafzaken – verdachten’ (S-zaken) en ‘strafzaken – niet verdachten’ (Z-zaken);
  • Als er sprake is van sepot en de zaak is voor zitting beëindigd;
  • Als er sprake is van een rolzitting bij de Hoge Raad (artt. 438 en 439 Sv).]

Samenhang slachtofferzaken

Tussen de zaakcodes O013 en Z110 kan wel sprake zijn van samenhang, bijvoorbeeld als de O013 toevoeging wordt gebruikt voor een procedure benadeelde partij in het strafproces.

Basisforfait meerdere rechtzoekenden (groepszaken)

Dit artikel wordt toegepast bij meerdere rechtzoekenden die één of meer procedures voeren. Voor de berekening van het basisforfait gaat de Raad uit van de toevoeging met het hoogste aantal punten. Hierbij houdt de Raad geen rekening met toeslagen.

Als er sprake is van meerdere rechtzoekenden die zowel individueel als gezamenlijk samenhangende procedures hebben is alleen artikel 21 lid 2 van toepassing en toetst de Raad niet aan lid 3.

Toevoegingen verstrekt tot 1-2-2026

Dit puntenaantal vermenigvuldigt de Raad met het toepasselijke percentage, aan de hand van het aantal zaken: 2-3: 150%; 4-6: 200%; 7-10: 300%; 11-15: 400%; 16-21: 500%; elke volgende 10: 100% extra (hoogste aantal punten x percentage = totaal aantal punten). Geen afronding van het totaal berekende samenhangforfait.

Toevoegingen verstrekt vanaf 1-2-2026

Voor de eerste en tweede toevoeging vergoedt de Raad gezamenlijk 150% van het toepasselijke puntenaantal. Hierbij wordt opgeteld:

  • vanaf de derde tot en met de twintigste toevoeging: +25% per toevoeging;
  • vanaf de eenentwintigste tot en met de honderdste toevoeging: +15% per toevoeging;
  • bij elke volgende toevoeging: +10% per toevoeging.

Afronding van het totaal op hele punten: 0,01 - 0,49 naar beneden, 0,50 - 0,99 naar boven (art. 21 lid 4 Bvr).

Basisforfait één rechtzoekende met meerdere procedures

Is er sprake van één rechtzoekende met meerdere procedures, dan past de Raad artikel 21 lid 3 Bvr toe. In dat geval kent de Raad aan de tweede en volgende procedure de helft van het aantal punten toe dan er op de toevoeging staan.

Voor het vaststellen van het basisforfait gaat de Raad uit van de zaak met de meeste punten.

Toevoegingen verstrekt tot 1-2-2026

Geen afronding van het totaal berekende samenhangforfait.

Toevoegingen verstrekt vanaf 1-2-2026

Afronding van het totaal op hele punten: 0,01 - 0,49 naar beneden, 0,50 - 0,99 naar boven (art. 21 lid 4 Bvr).

Opvolgingstoeslag (art. 20 Bvr)

De toeslag voor opvolging geldt per toevoeging waarbij sprake is van opvolging. Bij het vaststellen van de vergoeding worden de toeslagen voor opvolging bij elkaar opgeteld en mee berekend in de groepsvergoeding.

Zittingstoeslag (art. 21 lid 4) en onderzoekshandelingen RC (art. 17 Bvr)

De zittingstoeslag en de toeslag in het kader van onderzoekshandelingen RC geldt ook voor samenhangende zaken. Bij het bepalen van de toeslag gaat de Raad uit van het totaal aantal zittingen. Dit geldt ook als rechtzoekenden zijn bijgestaan door verschillende rechtsbijstandverleners van hetzelfde kantoor. De Raad kent niet per rechtsbijstandverlener een toeslag toe.

Bij samenhangende zaken telt als één zitting: de zittingen met betrekking tot zaken die gevoegd, gelijktijdig, aansluitend of nagenoeg aansluitend worden behandeld.

Vinden in de samenhangende zaak meerdere afzonderlijke zittingen plaats, dan kent de Raad voor de tweede en volgende zitting de zittingstoeslag toe.

Reistijd/reiskosten

Reistijd en reiskosten worden slechts éénmaal per zitting vergoed, omdat de advocaat éénmaal kosten maakt voor het reizen naar de zitting. Ook als rechtzoekenden zijn bijgestaan door verschillende rechtsbijstandverleners van hetzelfde kantoor.

Toelichting: Zie beleidsregel Art. 24 Bvr reizen binnenland en beleidsregel Art. 24 Bvr reizen buitenland met toestemming.

Administratieve kostenvergoeding

De Raad kent per toevoeging de administratieve kosten toe, omdat deze kosten per zaak worden gemaakt. Bij één rechtzoekende met meerdere toevoegingen stelt de Raad het totaal van de kostenvergoedingen vast op de hoofdtoevoeging (art. 27 Bvr).

Ambtshalve toevoegingen kennen geen administratieve kostenvergoeding. Bij één rechtzoekende met meerdere toevoegingen, waarvan (bijvoorbeeld) één reguliere toevoeging en één ambtshalve toevoeging kent de Raad maar één keer de administratieve kostenvergoeding toe.

Samenhang beklagzaken gedetineerden (Z080)

Er kan sprake zijn van samenhang wanneer beklagzaken gevoegd, gelijktijdig of –nagenoeg- aansluitend ter zitting worden behandeld.

De Raad neemt aan dat sprake is van verknochtheid als het onderliggende feitencomplex nagenoeg hetzelfde is en de rechtsvragen niet al te zeer uiteenlopen.

Gebruikersinstructie:

Administratieve verwerking bij meerdere rechtzoekenden

Als er sprake is van samenhangende procedures met meerdere rechtzoekenden, maak je een handmatige berekening. Dit is van belang voor de hoogte van de eventueel terug te vorderen vergoeding bij een mogelijke hercontrole van het inkomen.

Je verdeelt de vergoeding over de toevoegingen, waarbij je een onderscheid maakt tussen zaakspecifieke toeslagen en verdeelbare toeslagen. Heeft de toeslag op meerdere zaken betrekking, dan is het een verdeelbare toeslag. Heeft de toeslag op één zaak betrekking, dan is het een zaakspecifieke toeslag.

Berekening:
  1. Je berekent eerst het samenhangende basisforfait. Dit totale samenhangende basisforfait verdeel je evenredig over het aantal toevoegingen;
  2. Vervolgens bereken je de toeslagen. Je beoordeelt of er sprake is van een zaakspecifieke toeslag of een verdeelbare toeslag:
    1. De opvolgingstoeslag en de toeslag (verlenging) gevangenhouding zijn altijd zaakspecifiek. Deze toeslagen verdeel je niet, maar stel je alleen vast op de toevoeging(en) waarbij deze aan de orde zijn.
    2. De zittingstoeslag en de toeslagen ex art. 17 Bvr (bv getuigenverhoren) beoordeel je aan de hand van het verloop van de zaak.

Dit doe je als volgt. Je berekent eerst het totale puntenaantal van de toeslagen. Vervolgens beoordeel je per toeslag op welke zaak deze betrekking heeft.

Voor het getuigenverhoor geldt: Is voor twee toevoegingen één getuige gehoord, dan bestaat er recht op éénmaal de toeslag die je verdeelt over beide toevoegingen.

Voor de zittingstoeslag geldt: Is voor beide toevoegingen dezelfde extra zitting geweest, dan bestaat er recht op éénmaal de toeslag die je verdeelt over beide toevoegingen.

  1. Je berekent het totaal aantal kilometers en de bijbehorende reistijdvergoeding in punten. Het totaal aantal kilometers verdeel je evenredig over het aantal toevoegingen. Het totaal aantal punten ten behoeve van de reistijd, verdeel je eveneens evenredig over het aantal toevoegingen. Let op, dit betekent dat je soms de door het systeem berekende reistijdvergoeding handmatig moet overschrijven.
  1. Je licht je berekening toe op het vaststellingsbesluit.

Voorbeelden administratieve verwerking bij meerdere rechtzoekenden

Wetsgeschiedenis

Op deze pagina