Beleidsbundel
Bedrijfsmatig, uitoefening zelfstandig beroep of bedrijf
Doel
De Raad beoordeelt aan de hand van deze beleidsregel of sprake is van een rechtsbelang dat de uitoefening van een zelfstandig beroep of bedrijf betreft en of een aanvraag op grond daarvan geweigerd wordt.
Kader
Met toepassing van artikel 12, tweede lid, sub e van de Wrb weigert de Raad een aanvraag als “het rechtsbelang waarop de aanvraag betrekking heeft, de uitoefening van een zelfstandig beroep of bedrijf betreft”, tenzij er sprake is van een of meer in de wet genoemde uitzonderingsgronden.
Beleidsregel
Voor de beantwoording van de vraag of een rechtsbelang de uitoefening van een zelfstandig beroep of bedrijf betreft, is beslissend of het rechtsbelang waarop de aanvraag betrekking heeft, ziet op een belang dat is ontstaan in het kader van de uitoefening van een zelfstandig beroep of bedrijf.
Dat een geschil is ontstaan in de uitoefening van een zelfstandig beroep of bedrijf wordt aangenomen als:
- De relatie met de wederpartij als zakelijk aan te merken is (in het commerciële handelsverkeer); EN
- De vordering voortkomt uit handelingen die met een winstoogmerk zijn verricht of gebruikelijk met een winstoogmerk worden verricht; OF
- De rechtzoekende rechtspersoon is en een onderneming drijft of (als directeur-groot aandeelhouder) met een rechtspersoon vereenzelvigd kan worden;
Toelichting:
Voorbeelden van handelingen met winstoogmerk
Gebruikelijke handelingen met winstoogmerk kunnen onder meer worden aangenomen in zaken die betrekking hebben op: verbintenissenrecht, huren of verhuren van een bedrijfsruimte, wanprestatie bij consumentenverkoop, voor onderneming benodigde vergunningen, aanzienlijke bankgaranties/ borgstellingen voor ondernemingen, inbreuk op intellectueel eigendom, faillissement in privé door bedrijfsschulden.
Uiterlijke kenmerken van een onderneming
De Raad oordeelt dat de rechtzoekende handelt met een winstoogmerk en dat doet in het kader van de uitoefening van een zelfstandig beroep of bedrijf als de rechtzoekende zich (ook) als ondernemer profileert (bijv. door inschrijving in het handelsregister bij de kamer van koophandel, btw-nummers, fysieke vestiging, reclame, website, en dergelijke).
Arbeid verricht in loondienst van een werkgever geldt niet als handeling verricht met winstoogmerk.
Niet bedrijfsmatig: Starters
De Raad oordeelt dat er geen sprake is van een rechtsbelang dat de uitoefening van een zelfstandig beroep of bedrijf betreft als de aanvraag betrekking heeft op een vordering of verweer dat gericht is op handelingen die verricht zijn ter voorbereiding van het zelfstandig beroep of bedrijf.
Niet bedrijfsmatig: Zwaarwegend privébelang
De Raad oordeelt dat er geen sprake is van een rechtsbelang dat de uitoefening van een zelfstandig beroep of bedrijf betreft als de aanvraag betrekking heeft op een zwaarwegend privébelang.
Een zwaarwegend privébelang wordt aangenomen als de aanvraag betrekking heeft op een geschil:
- Over de arbeidsongeschiktheidsverzekering van rechtzoekende;
- Over een uitkering van de rechtzoekende op grond van het Besluit Bijstandverlening Zelfstandigheden;
- Over een gecombineerde woon- en bedrijfsruimte;
- Waarbij de rechtzoekende in faillissementsgijzeling of bewaring is genomen dat voortgekomen is uit een zakelijk geschil.
Klokkenluidersregeling
Bij represailles (benadeling) als gevolg van een melding als klokkenluider is geen sprake van een bedrijfsmatig geschil.
1. Wettelijke uitzonderingsgrond: voortzetting van beroep of bedrijf afhankelijk van resultaat rechtsbijstand
De Raad weigert een aanvraag niet met toepassing van artikel 12, tweede lid, sub e, onder 1º van de Wrb als het rechtsbelang hiervan betrekking heeft op de uitoefening van een zelfstandig beroep of bedrijf, en “de voortzetting van het beroep of bedrijf voorzover het niet in de vorm van een rechtspersoon wordt gevoerd, afhankelijk is van het resultaat van de aangevraagde rechtsbijstand.”
Rechtspersoon geen rechtsbijstand
Bestaande rechtspersonen met een zakelijk geschil zijn uitgesloten van rechtsbijstand.
Toelichting: Er is sprake van het voeren van een beroep of bedrijf door een rechtspersoon als de rechtzoekende rechtspersoonlijkheid heeft. Gebruikelijke rechtspersonen zijn: besloten vennootschappen (BV), Naamloze vennootschappen (NV), buitenlandse rechtspersonen, of stichtingen met volledige rechtsbevoegdheid. Bij de beoordeling of er rechtspersoonlijkheid is, wordt boek 2 van het Burgerlijk Wetboek toegepast.
Afhankelijkheid van resultaat
De Raad oordeelt dat de voorzetting van het beroep of bedrijf afhankelijk is van het resultaat van de aangevraagde rechtsbijstand als:
- Het zakelijk geschil bepalend is voor de voortzetting van het zelfstandig beroep of bedrijf;
- Er op basis van de financiële positie, de rechtsvorm, de levensfase en het aantal opdrachtgevers van het zelfstandig beroep of bedrijf sprake is van een levensvatbaar bedrijf.
Beoordeling financiële positie
Een levensvatbare financiële positie moet blijken uit de meest recente gegevens van:
- Het eigen vermogen dat door de Raad wordt vastgesteld op grond van de reserves, voorzieningen en privé opnamen;
- De waardering van de verlies- en winstrekening;
- De ontwikkeling van het zelfstandig beroep of bedrijf op basis van kengetallen van de solvabiliteit of liquiditeit.
Toelichting: Voor de beoordeling, zie de beleidsregel 3.6.1 Beoordeling financiële positie onderneming.
Financieel belang levensvatbaar bedrijf
De Raad oordeelt dat er geen sprake is van een levensvatbaar bedrijf bij een financieel belang dat lager is dan ongeveer een kwart van de bovengrens van de laagste inkomenscategorie voor alleenstaanden.
Geen intentie voortzetting
De Raad oordeelt dat er geen sprake is van de voortzetting van het zelfstandige beroep of bedrijf dat afhankelijk is van het resultaat van de aangevraagde bijstand als de rechtzoekende geen intentie heeft om het bedrijf voort te zetten.
Toelichting: Bijvoorbeeld met toepassing van de Wet homologatie onderhands akkoord (WHOA).
2. Wettelijke uitzonderingsgrond: Eén jaar geleden beëindigd, verwerend
De Raad weigert een aanvraag niet met toepassing van artikel 12, tweede lid, sub e, onder 2º van de Wrb als het rechtsbelang hiervan betrekking heeft op de uitoefening van een zelfstandig beroep of bedrijf, en “het beroep of bedrijf ten minste één jaar geleden is beëindigd, de rechtzoekende in eerste aanleg als verweerder bij een procedure is betrokken of betrokken is geweest en de kosten van rechtsbijstand niet op andere wijze kunnen worden vergoed.”
Moment van uitschrijving handelsregister
Voor de beoordeling van de beëindiging van het beroep of bedrijf is het moment van de uitschrijving uit het handelsregister bij de kamer van koophandel maatgevend. Daaruit blijkt of er sprake is dat een zelfstandig beroep of bedrijf ten minste één jaar geleden beëindigd is.
Faillissement
Bij een faillissement is in beginsel geen sprake van een voormalig beroep of bedrijf.
Toelichting: Bij faillissement is geen uitschrijving mogelijk van het handelsregister bij de kamer van koophandel en om die reden valt deze niet onder de uitzondering van artikel 12, tweede lid, sub 2, onder 2º. Als het bedrijf niet uitgeschreven kan worden door faillissement, kan het onredelijk zijn om niet aan voormalig bedrijfsmatig handelen te toetsen (zie jurisprudentie)
3. Andere relevante beleidsregels
Echtscheiding/boedelverdeling en verdeling onderneming
Zie beleidsregel P050.
Beoordeling financiële positie onderneming
Zie voor de beoordeling van de financiële positie van de onderneming de beleidsregel Beoordeling financiële positie onderneming.
Beslisbomen beoordelen bedrijfsmatig
- Beslisboom Bedrijfsmatig handelen versie 1-1-2020
- Beslisboom Beoordeling financiele positie onderneming 2020
- Beslisboom Beoordeling financiele positie onderneming 2021
Wetsgeschiedenis
Kamerstukken II 1992/93, 22609, nr. 6, blz. 12.
“Het kan naar ons oordeel niet zo zijn dat de rechtsbijstandkosten die voortvloeien uit de bedrijfsvoering van de rechtzoekende worden afgewenteld op de overheid. Deelname aan het economisch leven brengt nu eenmaal risico's met zich. De ondernemer, of deze zelfstandige is of niet, kan voor dit soort risico's reserveren of zich verzekeren. Voor hem zijn de kosten van rechtsbijstand bovendien een fiscale aftrekpost. Om deze redenen worden, zoals ook thans het geval is, rechtsbelangen die de zelfstandige beroeps– of bedrijfsuitoefening betreffen, van rechtsbijstand uitgesloten. Deze bepaling geldt zowel voor de natuurlijke persoon als de rechtspersoon.”
Relevante jurisprudentie
- ECLI:NL:RVS:2023:1662 Bij verkoop auto met schijn bedrijfsmatig moet rz aantonen dat sprake is van een privégeschil
- ECLI:NL:RVS:2022:1068 Ook een starter zonder financiële stukken en voorziening moet aantonen dat een uitzondering van toepassing is
- ECLI:NL:RVS:2022:145 Geschil niet privé, ontstaan als gevolg van zakelijk handelen in het kader van het bedrijf
- ECLI:NL:RBGEL:2015:2336 Trailer zou privé-eigendom zijn, maar gebruik voor bedrijfsdoeleinden
- ECLI:NL:RVS:2016:2871 Ontruiming koffiehuis niet bedrijfsbedreigend, kan zich elders vestigen
- ECLI:NL:RVS:2024:2120 Financieel belang minder dan € 5.000 niet bedrijfsbedreigend
- ECLI:NL:RVS:2018:3210 Als het bedrijf niet uitgeschreven kan worden door faillissement, kan het onredelijk zijn om niet aan voormalig bedrijfsmatig handelen te toetsen