Beleidsbundel

Gebruikersinstructie bij 2.5

Als er onduidelijkheid is over het mogelijke resultaat, dan stel je de resultaatbeoordeling uit en je maakt een aantekening in het dossier. De toegevoegde advocaat heeft de mogelijkheid om de toevoeging te declareren.

Na 6 maanden controleer je het adres in GBA-V en vraag je bij de cliënt gegevens op over de stand van zaken. Als je een reactie krijgt waaruit blijkt dat de zaak nog loopt en nog niet bekend is wat het resultaat zal worden, stel je opnieuw de resultaatbeoordeling uit en maak je een aantekening hiervan in het dossier. De medewerker FKC vermeldt het kenmerk van de toevoeging in deze gevallen in het daarvoor bedoelde bestand.

Als je geen reactie krijgt, maak je een voorgenomen intrekking. Het is dan immers niet aannemelijk gemaakt dat er geen sprake is van resultaat.

Je informeert niet bij de advocaat die de zaak al langere tijd niet meer behandelt, naar de stand van zaken.

Beoordeling resultaat

Resultaat minder dan 50%

Als het resultaat van de zaak minder dan 50% van het drempelbedrag bedraagt, dan laat je de toevoeging in stand. Je legt de beoordeling vast in een telefoonnotitie en je stelt de vergoeding vast.

Resultaat 50% of meer

Als het resultaat van de zaak ten minste 50% van het drempelbedrag bedraagt, dan wijs je het verzoek om vergoeding af met tekstcode 554 of stel je de vergoeding vast als de advocaat daar nadrukkelijk om vraagt. Ook verzend je een voornemen tot intrekking (VIR). Je gebruikt hiervoor tekstcode 273 en vult daarbij de gegevens van de zaak aan.

Onvoldoende gegevens

Heb je onvoldoende gegevens om de omvang van het resultaat te bepalen dan beoordeel je als volgt:

  • Is het niet aannemelijk dat het resultaat tenminste 50% van het  drempelbedrag bedraagt, dan laat je de toevoeging in stand.  Je legt de beoordeling vast in een telefoonnotitie en je stelt de vergoeding vast.
  • Is het wel aannemelijk dat het resultaat tenminste 50% van het drempelbedrag bedraagt, dan maak je de aanvraag onvolledig en vraag je de benodigde stukken op bij de advocaat.

Uitgesteld resultaat

Het is mogelijk dat het resultaat nog niet definitief is. Denk aan echtscheiding c.q. boedelscheiding en de woning is nog niet verkocht. Je beoordeelt als volgt:

  • Is niet aannemelijk dat het te ontvangen bedrag lager is dan 50% van het drempelbedrag, dan trek je de toevoeging in. Bijvoorbeeld in het geval dat er een overwaarde is van € 100.000. Het is dan niet aannemelijk dat met een eventuele prijsdaling van de woning het resultaat minder zal zijn dan 50% van het drempelbedrag.
  • Is het aannemelijk dat het te ontvangen bedrag op de grens ligt van 50% van het drempelbedrag? Je stuurt een brief aan rechtzoekende en de advocaat dat het besluit wordt uitgesteld in afwachting van bericht van rechtzoekende over financiële uitkomst van de verkoop van de woning.

Reageert rechtzoekende niet, dan schrijf je na 12 maanden rechtzoekende aan met een VIR-besluit.

Geeft de rechtzoekende aan dat de woning nog niet is verkocht, dan beoordeel je of sprake is van een zwaarwegende omstandigheid om van intrekking af te zien.

Bij geen of onvoldoende reactie volgt intrekking van de toevoeging.
Is nog geen vergoeding vastgesteld dan neem je een INR-besluit met tekstcode 274. Is de vergoeding wel vastgesteld dan neem je een INR-besluit met tekstcode 275.

Voornemen tot intrekking

Het voornemen tot intrekking van de toevoeging wordt verstuurd naar de rechtzoekende en een kopie naar de rechtsbijstandverlener. De termijn waarbinnen op het voornemen gereageerd moet worden is twee weken.

Annuleren voornemen

Je trekt de toevoeging niet in als de reactie van de rechtzoekende daartoe aanleiding geeft. Bijvoorbeeld als sprake is van zwaarwegende omstandigheden. De rechtzoekende moet deze aannemelijk maken.

Je annuleert de voorgenomen intrekking door een NIR-besluit te nemen. De eerder onder voorbehoud afgewezen vergoeding stel je alsnog vast.

Intrekking van de toevoeging

Na bekendmaking van het voornemen trek je de toevoeging in als:

  • geen reactie op het voornemen is ontvangen;
  • je geen rekening kunt houden met de door rechtzoekende aangevoerde (zwaarwegende) omstandigheden.

Je trekt de toevoeging in door een INR-besluit te nemen. Daarna start je zo nodig het vaststelproces op.

Rechtsgevolgen intrekkingsbesluit

Gevolgen van de intrekking van de toevoeging:

  • Rechtzoekende heeft met terugwerkende kracht geen aanspraak meer op gesubsidieerde rechtsbijstand. Als de rechtsbijstandverlener de vergoeding bij de Raad heeft gedeclareerd, vordert de Raad deze van de rechtzoekende terug.
  • Indien de advocaat een vergoeding heeft ontvangen van de Raad wordt deze in mindering gebracht op zijn/haar eigen rekening.

Zowel de rechtzoekende als de rechtsbijstandverlener zijn belanghebbende bij het intrekkingsbesluit en kunnen beide daartegen bezwaar maken.

Informatieoverdracht kwartiermaker

Je verstrekt informatie over de zaak aan de kwartiermaker bij:

  • Alle INR besluiten ongeacht of er vergoeding heeft plaatsgevonden.
  • Een herziening van een afgewezen vergoeding.
  • Het declareren na INR.
  • Resultaatbeoordeling en extra uren

Ook bij de einddeclaratie extra uren beoordeel je het resultaat. Op het declaratieformulier extra uren zijn geen vragen opgenomen over de resultaatbeoordeling.

Je beoordeelt het resultaat op de gebruikelijke wijze.

Als de EXU- toevoeging met terugwerkende kracht moet worden ingetrokken op grond van het resultaat in de zaak, dan:

  1. stel je de einddeclaratie extra uren vast, dit in afwijking van de hoofdregel;
  2. wordt het totaal uitbetaalde bedrag van de vastgestelde vergoedingen (forfaitair en eventuele eerder vastgestelde extra uren) op de rechtzoekende verhaald.

Overname op betalende basis

Het kan voorkomen dat de toevoeging voor het einde van de zaak wordt overgenomen door een advocaat op betalende basis.  Ook dan beoordeel je of sprake is van (mogelijk) resultaat. Je trekt de toevoeging in als de rechtzoekende niet aannemelijk kan maken dat het te ontvangen bedrag lager zal zijn dan 50% van het drempelbedrag.

Als er onduidelijkheid is over het mogelijke resultaat, dan stel je de resultaatbeoordeling uit en je maakt een aantekening in het dossier.
De toegevoegde advocaat heeft de mogelijkheid om de toevoeging te declareren.
Na 6 maanden controleer je het adres in GBA-V en vraag je bij de cliënt gegevens op over de stand van zaken. Als je een reactie krijgt waaruit blijkt dat de zaak nog loopt en nog niet bekend is wat het resultaat zal worden, stel je opnieuw de resultaatbeoordeling uit en maak je een aantekening hiervan in het dossier. De medewerker FKC vermeldt het kenmerk van de toevoeging in deze gevallen in het daarvoor bedoelde bestand.

Als je geen reactie krijgt, maak je een voorgenomen intrekking. Het is dan immers niet aannemelijk gemaakt dat er geen sprake is van resultaat.
Je informeert niet bij de advocaat die de zaak al langere tijd niet meer behandelt, naar de stand van zaken.

Vaststelbeleid

Hoofdregel: declaratie afwijzen, tenzij…

Uitgangspunt is dat je het declaratieverzoek afwijst als de toevoeging op grond van het behaalde resultaat moet worden ingetrokken. Je neemt aan dat de advocaat zijn werkzaamheden zelf met rechtzoekende wil verrekenen. Je wijst de declaratie af met tekstcode 554.

De advocaat kan een herzieningsverzoek indienen als hij toch een vergoeding van de Raad wil ontvangen. Het indienen van bezwaar tegen de afwijzing van de vergoeding is niet nodig.

Geeft de advocaat bij declaratie uitdrukkelijk aan dat hij de vergoeding van de Raad wil ontvangen, dan bel je met de advocaat over invordering van de uit te betalen vergoeding bij de rechtzoekende door de Raad. Vervolgens stel je de vergoeding vast met tekstcode 466.

Uitbetaling van een ingetrokken toevoeging betekent dat de Raad een vordering krijgt op rechtzoekende. Dit kan voor de advocaat reden zijn om van declaratie bij de Raad af te zien. Bijvoorbeeld omdat zij bij de rechtzoekende het normale tarief in rekening willen brengen, en het onwenselijk vinden dat de rechtzoekende aan twee partijen moet betalen.

Voordat je de vergoeding vaststelt bel je daarom de advocaat om na te gaan of hij ervan op de hoogte is dat de Raad de aan hem betaalde vergoeding zal invorderen bij de rechtzoekende. Ziet de advocaat alsnog af van declaratie, dan wijs je het verzoek af met de tekst: ‘U heeft een aanvraag om een vergoeding ingediend in deze zaak. Zoals met u besproken zal de Raad de aanvraag niet verder in behandeling nemen. U heeft aangegeven dat u zelf, op basis van het normale tarief, tot verrekening overgaat met uw cliënt’.

Op deze pagina