Beleidsbundel
Redelijkerwijs zelf af te handelen - eenvoudig
Doel
De Raad beoordeelt aan de hand van deze beleidsregel of de aanvraag een rechtsbelang betreft waarvan de behartiging redelijkerwijs zelf aan de rechtzoekende kan worden overgelaten, eventueel met behulp van een andere persoon of instelling.
Kader
Met toepassing van artikel 12 lid 2 sub g Wrb wordt rechtsbijstand niet verleend “indien het een belang betreft waarvan de behartiging redelijkerwijs aan de aanvrager zelf kan worden overgelaten, zo nodig met bijstand van een andere persoon of instelling waarvan de werkzaamheden niet vallen binnen de werkingssfeer van deze wet.”
Met toepassing van artikel 28 lid 1 onder c en d Wrb kan de Raad een toevoeging weigeren indien de aanvraag “een rechtsprobleem betreft dat naar het oordeel van het bestuur eenvoudig afgehandeld kan worden”, en/of indien “het een rechtsprobleem betreft dat (door het Juridisch Loket) kan worden afgehandeld.”
Beleidsregel
Noodzaak rechtsbijstand
De Raad oordeelt dat de behartiging van een rechtsprobleem redelijkerwijs niet aan rechtzoekende zelf kan worden overgelaten wanneer:
- Het rechtsprobleem NIET door een andere persoon of instelling kan worden afgehandeld, EN
Toelichting: De inzet van een rechtsbijstandverlener is bedoeld voor juridisch complexere zaken en niet voor rechtsproblemen waar een andere persoon of instelling de rechtzoekende kan helpen. Voorbeelden van (eerstelijns) voorliggende voorzieningen zijn: het Juridisch Loket, sociaal raadslieden en rechtswinkels. De sociaal juridische kaart kan aangeven waar regionaal (rechts)hulp aanwezig is.
sprake is van:
- Juridische of feitelijke ingewikkeldheid van de zaak, EN/OF
Toelichting:
Juridisch ingewikkelde zaken
Voor bepaalde rechtsproblemen neemt de Raad aan dat deze juridisch ingewikkeld zijn. Bijvoorbeeld als sprake is van (verplichte proces-) vertegenwoordiging. Dit is nader uitgewerkt in het beleid van de rechtsgebieden. De aanvraag dient daarnaast op alle andere inhoudelijke gronden te worden getoetst om te bepalen of een toevoeging kan worden verstrekt.
Eenvoudige zaken
Voor bepaalde rechtsproblemen gaat de wet- en regelgeving of het beleid van de Raad ervan uit dat deze eenvoudig afgehandeld kunnen worden, al dan niet met hulp (zie hieronder). Het gaat dan meestal om problemen waar nog geen conflict is en de rechtzoekende (eerst) nog zelf actie kan ondernemen. Bijvoorbeeld wanneer er om een (juridisch) advies wordt gevraagd. “In het algemeen kan gezegd worden dat indien nog geen sprake is van een conflictueuze situatie de rechtzoekende het voortouw gelaten kan worden. Alleen in bijzondere gevallen of indien een direct conflict dreigt, kan hiervan worden afgeweken” Kamerstukken II 1992/1993, 22609, nr. 6, p. 13.]
- Zwaarwegende omstandigheden (art. 12 lid 1 sub g Wrb).
Een andere persoon of instelling is een (eerstelijns) voorliggende voorziening. .
Van feitelijke ingewikkeldheid is sprake bij een veelheid van juridisch relevante feiten.
Van zwaarwegende omstandigheden is sprake van andere, niet-juridische, omstandigheden die ervoor zorgen dat rechtsbijstand noodzakelijk is.
Toelichting:
Zwaarwegende omstandigheden
De volgende aspecten kunnen meewegen in de beoordeling of er sprake is van zwaarwegende omstandigheden:
- Conflictescalatie: Het verstrekken van een toevoeging kan voorkomen dat een conflict met een wederpartij steeds groter wordt. Indien de rechtzoekende zelf niet in staat om het conflict op te lossen kan escalatie van het conflict voor verdere problemen zorgen.
- Sterke en/of onvoldoende responsieve wederpartij: De rechtzoekende kan tegenover een sterke en/of onvoldoende responsieve wederpartij komen te staan. Sterke wederpartijen zijn meestal (grote) bedrijven en overheden. Deze wederpartijen hebben meestal een juridische voorsprong op de gemiddelde rechtzoekende en kunnen een afwachtende houding aannemen. De rechtzoekende is daardoor niet in staat om zelf zijn belangen te behartigen.
- Afhankelijkheidsrelatie: Een rechtzoekende kan in meer of mindere mate afhankelijk zijn van zijn wederpartij. Bijvoorbeeld in financieel opzicht als de wederpartij zijn werkgever is of een uitkeringsinstantie. Maar ook bijvoorbeeld een wederpartij die niet wil meewerken. Er zijn raakvlakken met de “sterke wederpartij”.
- Multiproblematiek: Als een rechtzoekende wordt geconfronteerd met meerdere conflicten tegelijk dan kan dat een belangrijke indicatie zijn dat rechtsbijstand noodzakelijk is. Met name als de rechtzoekende door een veelheid van conflicten niet in staat is om zijn eigen belangen te behartigen.
- Onvoldoende doenvermogen: Als rechtzoekende de regelgeving niet begrijpt en daar ook niet naar kan handelen, kan er sprake zijn van onvoldoende doenvermogen. Doenvermogen is het vermogen om te handelen bij tegenslagen. Het gaat dan niet om de cognitieve vermogens zoals intelligentie of digitale vaardigheden, maar om de niet-cognitieve vermogens. Dit doenvermogen kan bij rechtzoekende sterk onder druk komen te staan, bijvoorbeeld bij grote levensgebeurtenissen. Als een wederpartij veel handelingen verwacht van rechtzoekende vraagt dit veel doenvermogen. Als rechtzoekenden dan niet de juiste acties ondernemen is dit niet per se een kwestie van niet willen, maar kan dat ook een kwestie zijn van niet kunnen. Zie voor meer informatie: Weten is nog geen doen. Een realistisch perspectief op redzaamheid | Rapport | WRR
- Grote kosten: Indien een of meerdere van de hiervoor genoemde aspecten spelen in een zaak kan dit grote maatschappelijke kosten met zich brengen als rechtzoekenden niet adequaat worden voorzien van (rechts)bijstand.
Maatwerk
In zaken waarvan wet- en regelgeving of de Raad aanneemt dat deze eenvoudig zijn, kan in individuele gevallen sprake zijn van feitelijke of juridische ingewikkeldheid of zwaarwegende omstandigheden, waardoor de rechtzoekende het probleem redelijkerwijs niet zelf of met hulp van een rechtshulpvoorziening kan afhandelen. Ook kan het zo zijn dat feitelijk geen rechtshulpvoorziening hulp kan leveren. De aanvrager zal moeten motiveren dat hiervan sprake is in de aanvraag. De Raad beoordeelt dan van geval tot geval of hiervan sprake is.
Regeling adviestoevoeging zelfredzaamheid (RATZ)
Als op grond van bovenstaand beleid geen toevoeging kan worden verstrekt, dan kan er mogelijk een adviestoevoeging zelfredzaamheid (Atz) worden verstrekt. Voor de voorwaarden wordt verwezen naar het beleidskader RATZ.
Wetsgeschiedenis
Kamerstukken II 1992/1993, 22609, nr. 6, p. 13.
Kamerstukken II, 1991/92, 22 609, nr. 3, p. 20
Stb. 1994, 32
Stb. 2000, 387