Beleidsbundel
Geschil verbintenissenrecht
Doel
Deze beleidsregel bevat het beleid over aanvragen van een toevoeging voor een geschil over civielrechtelijke overeenkomsten/ verbintenissenrecht.
Kader
De aanvraag dient op alle inhoudelijke en financiële gronden beoordeeld te worden zoals genoemd in de beleidsregels financiële beoordeling aanvraag toevoeging (hoofdstuk 2) en inhoudelijke beoordeling aanvraag toevoeging (hoofdstuk 3).
Specialisatie
Voor deze zaken gelden geen specialisatievereisten.
Beleidsregel
De Raad kan een toevoeging verstrekken voor geschillen over verbintenisrechtelijke overeenkomsten, als:
- Rechtsbijstand noodzakelijk is;
- De vordering betwist wordt en het betwiste deel van de vordering 500 euro of meer is.
Eenvoudig rechtsprobleem (nee, tenzij)
Als er (nog) geen geschil is over de overeenkomst, dan is sprake van een eenvoudig rechtsprobleem. Dit geldt bijvoorbeeld bij:
- klachtzaken bij een geschillencommissie (uitgezonderd KIFID);
- verzoek heroverweging Nationale Hypotheek Garantie;
- bezwaar Intern Verwijzings Register (IVR).
De Raad beoordeelt dat deze zaken eenvoudige rechtsproblemen zijn die, al dan niet met hulp, door een rechtzoekende zelf kunnen worden opgelost.
Toelichting: De geschillencommissie is een voorliggende voorziening waarnaar het Juridisch Loket kan doorverwijzen. Klachtzaken bij een geschillencommissie zijn, ondanks het bindend advies, over het algemeen laagdrempelig.
Als de klacht over financiële dienstverlening (bijvoorbeeld door Waarborgfonds Motorverkeer of een hypotheekinstantie) is afgewezen kan de kwestie worden voorgelegd aan het Klachtinstituut financiële dienstverlening (KIFID). De Raad verstrekt voor bijstand hierbij een toevoeging.
Gebruikersinstructie: Een aanvraag om toevoeging voor dergelijke werkzaamheden wijs je af met tekstcode 130 (zelfredzaamheid).
Uitzondering
De Raad kan toevoegen als er sprake is van feitelijke of juridische ingewikkeldheid, zwaarwegende omstandigheden of van zwaarwegende belangen.
Toelichting: De Raad neemt aan dat sprake is van deze uitzondering in geval van zaken die zien op Externe Verwijzings Register-registratie (EVR) vanwege zwaarwegende belangen en gevolgen voor de rechtzoekende omdat, in tegenstelling tot IVR, bij EVR de registratie zichtbaar is voor alle financiële instellingen.
De aanvrager moet motiveren dat sprake is van een uitzonderingssituatie. Zie daarvoor ook beleidsregel 3.7 onder ‘Maatwerk’. De Raad beoordeelt dan van geval tot geval of hiervan sprake is.
Andere relevante beleidsregels
Geschillen voortvloeiend uit een verbreking van een affectieve relatie
Voor goederenrechtelijke en verbintenisrechtelijke geschillen die voortvloeien uit een verbreking van een affectieve relatie, zie de P-codes onder de beleidsregel 4.1.1 Personen- en familierecht in verband met het specialisatievereiste in personen- en familierecht.
Toelichting: Verbreking affectieve relatie/ex-partners
Ligt de oorsprong van het geschil in het huwelijk of samenwoning, dan is een P-code van toepassing. Voorbeeld: Een geschil over leningen/schulden die tijdens de relatie zijn aangegaan.
Ligt de oorsprong van het geschil na beëindiging van het huwelijk of samenwoning, dan is de betreffende zaakcode (geen P-code) van toepassing. Voorbeeld: Na verbreking van de samenwoning heeft rechtzoekende geld geleend van de ex-partner. Bij een geschil over de teruggave is een O-code van toepassing.
Onderwijs
Het beleid bij aanvragen die betrekking hebben op geschillen met een onderwijsinstelling private instelling, is beschreven in de beleidsregel B010.
Bereik
Werkzaamheden kunnen onder het bereik van een eerder verstrekte toevoeging vallen. De Raad verstrekt in dat geval geen afzonderlijke toevoeging. Het beleid is beschreven in de beleidsregel Bereik.