Beleidsbundel

Wet overdracht tenuitvoerlegging strafvonnis (WOTS)

Zaakcode: Z190 - 9 punten
Trefwoorden: Bijstand aan niet-verdachtenAanvragen
Nummer: RvR4.3.2.11
Versie 4.0
Laatst gewijzigd:

Doel

Deze beleidsregel bevat het beleid over de aanvraag van een toevoeging voor zaken die zien op de Wet overdracht tenuitvoerlegging strafvonnis (WOTS).

Kader

De aanvraag dient op alle inhoudelijke en financiële gronden beoordeeld te worden zoals genoemd in de beleidsregels financiële beoordeling aanvraag toevoeging (hoofdstuk 2) en inhoudelijke beoordeling aanvraag toevoeging (hoofdstuk 3).

Specialisatie

Voor deze zaken geldt het specialisatievereiste strafrecht.

Voor uitzonderingen zie beleidsregel 3.3 Specialisatie advocaat/niet ingeschreven advocaat met bijlage.

Gebruikersinstructie: Als de rechtsbijstandverlener niet als specialist is ingeschreven wijs je de aanvraag af met tekstcode 182 (geen specialisatie).

Beleidsregel

WOTS

Bij WOTS-aanvragen kan de Raad in twee gevallen een toevoeging verstrekken: bij bezwaar tegen het voornemen van de Officier van Justitie om de WOTS toe te passen en bij de exequaturprocedure in Nederland voor omzetting van de straf naar Nederlandse maatstaven. In andere gevallen wijst de Raad de aanvraag af.

Toelichting:

Onder de WOTS geldt:

  1. De rechtzoekende is gedetineerd in Nederland en wil zijn in Nederland opgelegde straf in het buitenland uitzitten
    1. Voor het verzoek om de straf in het buitenland te mogen uitzitten verstrekt de Raad geen toevoeging. De rechtzoekende kan het verzoek zelf indienen, eventueel met behulp van de gevangenisautoriteiten.
    2. Stemt de veroordeelde niet in met de overdracht, dan kan hij bezwaar indienen tegen het voornemen van de Officier van Justitie om de WOTS toe te passen. Bijvoorbeeld omdat het advies anders is dan verzocht door de veroordeelde. Hiervoor kan de Raad een toevoeging verstrekken (art. 52 lid 3 WOTS).
  2. De rechtzoekende kreeg in het buitenland een straf opgelegd
    Het betreffende land heeft een verdrag gesloten met Nederland (anders is de WOTS niet van toepassing). De rechtzoekende is al naar Nederland overgebracht. In dit geval heeft de rechtzoekende in het land waar hij gevangen zat een verzoek gedaan om de straf in Nederland te mogen uitzitten en dat verzoek is op grond van het verdrag toegekend. Er zijn dan twee situaties mogelijk:
    1. Onmiddellijke tenuitvoerlegging
      De buitenlandse staat heeft toestemming gegeven onder de voorwaarde dat de straf in zijn geheel wordt ondergaan in Nederland en de veroordeelde heeft verklaard dat hij instemt met de overdracht. Dit heet ‘onmiddellijke tenuitvoerlegging’. De bijzondere kamer van het Gerechtshof te Arnhem is exclusief bevoegd om de Minister te adviseren. Hiervoor verstrekt de Raad geen toevoeging. Het betreft een formele handeling waarbij een advocaat geen rechtsbijstand kan verlenen.
    2. De exequaturprocedure
      De buitenlandse staat geeft toestemming en stemt ermee in dat de Nederlandse rechter de straf omzet naar Nederlandse maatstaven: ‘de exequaturprocedure’. Dit gebeurt voor de rechtbank van de woonplaats van de rechtzoekende. Er komt een zitting waarop de rechtzoekende aanwezig is. Hij kan hier worden bijgestaan door een advocaat. In de meeste gevallen wordt hiervoor een last afgegeven. De Raad verstrekt voor de procedure in Nederland een toevoeging.
  3. De rechtzoekende kreeg in het buitenland een straf opgelegd, is daar gedetineerd en wil de straf in Nederland uitzitten.
    De Raad verstrekt in dat geval geen toevoeging omdat er geen aanknopingspunten zijn met de Nederlandse rechtssfeer.Voorbeelden van argumenten die niet tot toevoeging leiden
    • De advocaat wil druk uitoefenen op het Ministerie van BuZa, zodat die weer druk uitoefent op de buitenlandse staat om een verzoek te honoreren. In de praktijk blijkt dat de het Ministerie van BuZa niet intervenieert in dit soort gevallen;
    • De advocaat wil druk uitoefenen op de Officier van Justitie om een onmiddellijke tenuitvoerlegging om te zetten;
    • De advocaat is de tussenpersoon tussen de buitenlandse advocaat en de Nederlandse familie;
    • De advocaat wil een verdrag tot stand brengen tussen de buitenlandse staat en Nederland door te onderhandelen met de buitenlandse autoriteiten.

Gebruikersinstructie:

  1. Bij afwijzing van een toevoegaanvraag op zelfredzaamheid gebruik je tekstcode 130 (zelfredzaamheid).
  2. Bij een formele handeling waarbij de advocaat geen rechtsbijstand kan verlenen wijs je de aanvraag af met tekstcode 185 (onvoldoende kans van slagen).
  3. Bij ontbreken van aanknopingspunten met de Nederlandse rechtssfeer wijs je de aanvraag af met tekstcode 183 (Nederlandse rechtssfeer). Je kunt eventueel verwijzen naar Stichting PrisonLAW. De aanvragen zijn vaak te herkennen aan de omschrijving: ‘Cliënt zit gedetineerd in buitenland en wil toepassing WOTS’.

WETS

Voor de zitting bij de Nederlandse rechter in het kader van de WETS kan de Raad een toevoeging verstrekken. In andere gevallen wijst de Raad de aanvraag af.

Toelichting: Op 1 november 2012 trad de WETS in werking: Wet wederzijdse erkenning en tenuitvoerlegging vrijheidsbenemende en voorwaardelijke sancties. Daardoor zijn de regels voor strafoverdracht binnen de EU veranderd. Voor lidstaten binnen de EU die de WETS hebben ingevoerd, vervalt de WOTS. Voor alle andere landen waarmee Nederland een verdrag heeft - ook buiten de EU - blijft de WOTS gelden.

Onder WETS geldt:

  1. Straf ongewijzigd overnemen
    De gevangenisstraf die de veroordeelde in het buitenland krijgt, gaat in Nederland gewoon door. Het uitgangspunt van de WETS is dat straffen ongewijzigd vanuit het buitenland overgenomen worden en één op één ten uitvoer worden gelegd. De rechter heeft een belangrijke rol bij het toetsen of de straf het Nederlandse strafmaximum niet overschrijdt en of het feit waarvoor men veroordeeld is op zichzelf in Nederland strafbaar is. Wordt niet aan deze maatstaven voldaan, dan zal de straf alsnog naar het Nederlands strafmaximum worden aangepast of in zijn geheel worden geweigerd (bij niet-strafbaarheid van het feit). Voor de zitting bij de Nederlandse rechter kan de Raad een toevoeging verstrekken.
  2. Initiatief overdracht
    Het EU-land waar de veroordeelde zijn straf uitzit, moet zelf het initiatief nemen om de veroordeelde over te dragen. De veroordeelde kan dit zelf niet doen. Wel kan hij aangeven dat hij zijn straf in Nederland wil uitzitten.
  3. Bezwaarmogelijkheid tegen overdracht
    Als een EU-land besluit een veroordeelde over te dragen, mag dit zonder toestemming van de veroordeelde. Wel kan hij, bij overdracht naar Nederland, bezwaar aantekenen. Dit is gelijk aan het onder A beschreven bezwaar WOTS. Voor dit bezwaar kan de Raad een toevoeging verstrekken.

Er zijn duidelijke afspraken over de termijn waarin een land een gevangene overdraagt. De landen besluiten binnen 90 dagen en binnen 30 dagen verhuist de gevangene naar zijn thuisland.

Gebruikersinstructie: Bij afwijzing van een toevoegaanvraag op zelfredzaamheid gebruik je tekstcode 130 (zelfredzaamheid).

Piket

Zie voor piketaspecten de beleidsregel Artikel 23 Bvr strafpiket.

Bereik

Werkzaamheden kunnen onder het bereik van een eerder verstrekte toevoeging vallen. De Raad verstrekt in dat geval geen afzonderlijke toevoeging. Het beleid is beschreven in de beleidsregel Bereik.

Op deze pagina