Beleidsbundel

H1 Bereik algemeen

Trefwoorden: Aanvragen
Nummer: RvR3.8.1
Versie 4.0
Laatst gewijzigd:

Doel

De Raad beoordeelt aan de hand van deze beleidsregel of de aanvraag betrekking heeft op een rechtsbelang dat onder het bereik valt van een eerder afgegeven toevoeging en wanneer deze aanvraag op grond van artikel 28, eerste lid, onder b van de Wrb, wordt geweigerd.

Kader

Met toepassing van artikel 28, eerste lid, onder b van de Wrb en artikel 32 Wrb kan de Raad de toevoeging weigeren “indien de aanvraag betrekking heeft op een rechtsbelang ter zake waarvan de aanvrager aanspraak kan maken op rechtsbijstand op grond van een eerder afgegeven toevoeging.”

Beleidsregel

Hetzelfde rechtsbelang

De Raad boordeelt bij een aanvraag voor toevoeging of er sprake is van hetzelfde rechtsbelang. Als het doel, het beoogd eindresultaat en het onderliggend feitencomplex gelijk of nagenoeg gelijk is aan het rechtsbelang waarvoor de eerdere toevoeging verstrekt, dan wordt de toevoeging afgewezen op bereik. Hetzelfde rechtsbelang kan worden vastgesteld ongeacht:

  • Wie, van de partners of gezinsleden, de aanvrager voor toevoeging is;
  • Het aantal wederpartijen;
  • De omvang van de werkzaamheden;
  • De hoeveelheid rechtsvragen die voortkomen uit het rechtsbelang.

Uitzondering: Hetzelfde rechtsbelang, andere procedure instantie

Het voorgaande is niet van toepassing bij een aanvraag voor toevoeging met betrekking tot behandeling van een procedure in een andere instantie dan de procedure instantie waarvoor eerdere de toevoeging is afgegeven. Behalve als het een doorverwijzing betreft omdat de procedure bij de verkeerde rechter is aangebracht.

De Raad verstrekt geen nieuwe toevoeging voor advies over beroep, hoger beroep of cassatie als het advies door hetzelfde advocatenkantoor wordt gegeven als bij de eerdere toevoeging.

Toelichting:

Met deze beleidsregel wordt het begrip rechtsbelang van artikel 28, eerste lid, onder b, en artikel 32 van de Wrb ingevuld. De beleidsregel maakt duidelijk dat een aantal aspecten niet relevant zijn voor de beoordeling of er sprake is van ‘hetzelfde rechtsbelang’. Eerst worden een aantal begrippen verduidelijkt, daarna de aspecten die niet relevant zijn en tenslotte de uitzondering diversiteit van procedures.

Begrip rechtsbelang

Het rechtsbelang is het belang waarvoor de rechtzoekende rechtsbijstand aanvraagt en dat hem rechtstreeks en individueel aangaat (artikel 1 Brt). Bepalend voor de afbakening van het begrip is wat het doel én beoogd eindresultaat is van de rechtsbijstand in combinatie met het onderliggende feitencomplex. De wijze waarop het belang behartigd wordt en de wegen die daartoe bewandeld worden, zijn voor de beoordeling niet bepalend.

Begrip procedure

Een procedure is een civiel-, bestuurs- of strafrechtelijke zaak die bij een bepaalde (rechterlijke) instantie aanhangig is gemaakt. Zie artikel 1 Besluit vergoedingen). Bijvoorbeeld een wettelijk geregelde klachtprocedure of een klacht bij het Europese Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM).

Begrip advieszaak

Valt een civiel- of bestuursrechtelijke zaak of tuchtzaak niet onder het begrip procedure, dan is het een advieszaak. Bijvoorbeeld een niet-wettelijk geregelde klachtprocedure. In strafzaken kan geen reguliere toevoeging voor enkel advies worden verleend. De werkzaamheden in strafzaken hangen samen met gerechtelijke procedures.

Rechtsvragen

Binnen hetzelfde rechtsbelang kunnen meerdere rechtsvragen een rol spelen, maar dat gegeven op zich levert geen grond om voor ieder van die rechtsvragen afzonderlijk een toevoeging te verstrekken. Bijvoorbeeld bij het verbreken van een relatie tussen twee partners met minderjarige kinderen, waarbij meerdere rechtsvragen zoals alimentatie, gezag en omgang aan de orde zijn, wordt één toevoeging afgegeven omdat deze vragen samenhangen met het doel én beoogd eindresultaat van de rechtsbijstand, namelijk de juridische afwikkeling van de verbreking samenwoning en alle daarmee samenhangende kwesties. Als er sprake is van een tweede procedure bij een andere instantie kan er een afzonderlijke toevoeging worden afgegeven.

Meerdere rechtzoekenden, partners, gezinsleden

Voor de beoordeling van hetzelfde rechtsbelang is niet van belang wie, van de partners of binnen het gezin de aanvrager is. Ook als de aanvraag gedaan wordt door of namens een ander, bijvoorbeeld een minderjarig kind of ander gezinslid van de degene aan wie een eerdere toevoeging is afgegeven, kan er sprake zijn van hetzelfde rechtsbelang.  Ook als een nieuwe aanvraag door een andere advocaat wordt ingediend. Dan wordt er één toevoeging afgegeven.

Meerdere wederpartijen

Als er meerdere wederpartijen zijn, kan er nog steeds sprake zijn van één rechtsbelang. Zie bijvoorbeeld ECLI:NL:RVS:2011:BT8592.

Omvang van de werkzaamheden

De omvang van de door de rechtsbijstandverlener te verrichten werkzaamheden is, voor het bepalen van het rechtsbelang, een bijkomende maatstaf zonder zelfstandige betekenis. Zie bijvoorbeeld ECLI:NL:RVS:2024:262. Dit is een gevolg van het forfaitaire karakter van het stelsel met als uitgangspunt dat aan het rechtsbelang een zaakcode wordt gekoppeld met een vastgesteld aantal punten op basis van de gemiddelde urenbesteding. Bij complexe zaken kan er een aanvraag om extra uren worden gedaan. Zie de beleidsregel 5.6 extra uren.

Werkzaamheden van wezenlijk andere aard

Voorgaande is niet van toepassing als uit de aanvraag blijkt dat er werkzaamheden van wezenlijk andere aard worden verricht. Met als gevolg dat er niet langer sprake is van hetzelfde beoogde doel, eindresultaat en een nagenoeg gelijk feitencomplex. Er kan daarom sprake zijn van een afzonderlijk rechtsbelang. De rechtsbijstandverlener moet dit aannemelijk maken in de aanvraag. Zie bijvoorbeeld ECLI:NL:RVS:2024:261.

Hetzelfde rechtsbelang, andere procedure instantie

Als de aanvraag betrekking heeft op hetzelfde rechtsbelang waarvoor eerder een toevoeging is verleend, dan toetst de Raad de aanvraag vervolgens aan het criterium ‘diversiteit van procedures’. Als er sprake is van meerdere procedure-instanties, verstrekt de Raad een nieuwe toevoeging. Bijvoorbeeld in een bestuursrechtelijke kwestie kan voor één rechtsbelang een bodemprocedure aanhangig zijn gemaakt bij het bestuursorgaan, en daarnaast kan een voorlopige voorziening zijn verzocht bij de voorzieningenrechter.

De Raad toetst of:

  1. op de eerder afgegeven toevoeging een procedure is gevoerd, én
  2. op de gevraagde toevoeging daadwerkelijk een procedure bij een andere instantie wordt gevoerd.

Worden beide vragen positief beantwoord, dan is sprake van diversiteit van procedures.

Procedurele bijzonderheden/incidenten

Onder een procedure vallen bijvoorbeeld de werkzaamheden voor:

  • Eerste (deelgeschil)procedure;
  • Vordering in reconventie;
  • Verweer tevens zelfstandig verzoek;
  • Voorbereidingshandelingen (denk aan verzoek tot benoeming bijzonder curator);
  • Verzet;
  • Provisionele vordering/voorziening (art. 223 Rv);
  • Spoedvoorziening tijdens echtscheiding (bijvoorbeeld op grond van art. 1:253A BW);
  • Voorlopige voorziening (uitgezonderd: kort geding en de voorlopige voorziening ex artikel 8:81 Awb die aangebracht wordt bij de voorzieningenrechter van de rechtbank);
  • Incidenteel beroep ingesteld door gedaagde als eisende partij;
  • Verzoek tot schorsing van de tenuitvoerlegging vonnis eerdere aanleg hangende het hoger beroep;
  • Prejudiciële vragen. Bijvoorbeeld bij het Europese Hof van Justitie (zie paragraaf 3.1.7). Prejudiciële vragen bij de Hoge Raad (zie paragraaf 3.1.8);
  • Het indienen en de behandeling van een wrakingsverzoek.

Adviesdeclaraties van proceduretoevoegingen

Een toevoeging die expliciet voor procedure is verstrekt, kan niet zonder meer als advieszaak worden vergoed. De daadwerkelijk verrichte werkzaamheden toetst de Raad aan bereik met een andere toevoeging (art. 32 Wrb en art. 29 lid 4 Bvr).

Als de advocaat substantiële werkzaamheden heeft verricht kan de Raad de toevoeging vaststellen voor advies. Substantiële werkzaamheden zijn werkzaamheden die op zichzelf staand een aparte toevoeging rechtvaardigen. Bijvoorbeeld, als de advocaat een uitgebreide conceptdagvaarding heeft opgesteld.

Het voorgaande is niet van toepassing op voortijdig beëindigde procedures.

Declaratie voortijdig beëindigde procedure

In het geval van een voortijdig beëindigde procedure is artikel 5 lid 2 Bvr van toepassing. De Raad toetst niet of sprake is van bereik met een eerder verleende toevoeging. Op basis van de urenstaat stelt de Raad de vergoeding vast voor advies.

Voor het beoordelen van samenhangende zaken, zie beleidsregel Art. 11 Bvr.

Voor asiel- en vreemdelingenzaken geldt een afwijkende regeling, zie Bereik Hoofdstuk 2, (Hoger) Beroep (incl. voorlopige voorziening) op nader aan te voeren gronden en Declaratie voortijdig beëindigde procedures.

Gebruikersinstructie:

Hetzelfde rechtsbelang, andere procedure instantie

Bij diversiteit van procedures verstrek je een volgende toevoeging voor hetzelfde rechtsbelang uitsluitend voor ‘procedure’ met de toelichting ‘Advies valt onder bereik van [Graskenmerk]’.]

Andere relevante beleidsregels

Proceduretoevoeging voor advies en samenhang

Let op: Bij declaratie van een proceduretoevoeging voor advies kan sprake zijn van samenhang. Voor het beoordelen van samenhangende zaken zie beleidsregel Artikel 11 Bvr.

Wetsgeschiedenis

“artikel 32 (33 oud) bepaalt dat de toevoeging uitsluitend geldt voor het rechtsbelang waarvoor zij is afgegeven. In de op (…) het wetsvoorstel gebaseerde algemene maatregel van bestuur zal aan het begrip rechtsbelang nader inhoud gegeven kunnen worden.”

Tweede Kamer, vergaderjaar 1991-1992, 22609, nr. 3 p. 21 en 22

Relevante jurisprudentie

  • Rechtsbelang: ECLI:NL:RVS:2024:155, rechtsoverweging 9 t/m 13
  • Procedure/instantie: ECLI:NL:RVS:2014:3343, rechtsoverweging 5.2 en 5.3
  • Meerdere wederpartijen: ECLI:NL:RVS:2011:BT8592.
  • Omvang werkzaamheden: ECLI:NL:RVS:2024:262
  • Werkzaamheden van wezenlijk andere aard: ECLI:NL:RVS:2024:261

Op deze pagina