Beleidsbundel

Mediation toevoegen

Trefwoorden: MediationAanvragen
Nummer: RvR4.4
Versie 4.0
Laatst gewijzigd:

Doel

Deze beleidsregel bevat het beleid voor de beoordeling van aanvragen voor een mediationtoevoeging.

Kader

Artikel 1 Wrb, de artikelen 33a tot en met 33e Wrb en het Besluit toevoeging mediation (Btm).

Met toepassing van de algemene beleidsregels onder hoofdstuk 3 ‘Inhoudelijke beoordeling aanvraag toevoeging’, in het bijzonder eigen bijdrage mediation: zie beleidsregel ‘2.3 De eigen bijdragen (uitzonderingen korting)’.

Specialisatie

Personen- en familierecht

Voor deze zaken gelden de specialisatievereisten voor Mediation.

Gebruikersinstructie: Je controleert bij een aanvraag personen- en familierecht op het rbv-overzicht of de mediator ingeschreven staat met één of meer affiniteitcodes:

  • M600 Familierecht niet-financieel
  • M610 Familierecht niet-financieel echtscheiding
  • M620 Familierecht niet-financieel gezag en omgang
  • M630 Familierecht financieel
  • M640 Familierecht financieel alimentatie
  • M650 Familierecht financieel boedelscheiding
  • M660 Familierecht financieel erfenis
  • M670 Familierecht financieel en niet-financieel

Je wijst de aanvraag af met tekstcode 194 (Niet ingeschreven voor specifieke affiniteitscode Mediation) als de zaak een specialisatie vereist en de mediator is niet als specialist ingeschreven.

Internationale kinderontvoering/Crossborder mediation

Voor het behandelen van mediations op het terrein van internationale kinderontvoering of crossborder mediation moet(en) de mediator(s) als specialist kinderontvoeringszaken zijn ingeschreven.

Advocaat-mediator

De specialisatievereisten voor advocaten en mediators wijken van elkaar af. Een advocaat-mediator die mediationtoevoegingen aanvraagt moet voldoen aan de specialisatievereisten voor mediators.

Gebruikersinstructie: Bij een advocaat-mediator controleer je in welke rol hij de toevoeging aanvraagt:

  • Als mediator moet hij ingeschreven staan met één van de affiniteitcodes;
  • Als advocaat moet hij ingeschreven staan als personen- en familierechtspecialist.

Beleidsregel

Voorwaarden aanvraag

De aanvraag bevat:

  • Een afschrift van de mediationovereenkomst (art. 33e lid 1 Wrb);
  • Het kenmerk van de verwijzing van gerecht of Juridisch Loket (indien van toepassing).

Staat de mediator meerdere rechtzoekenden bij op basis van toevoeging, dan worden de mediationtoevoegingen tegelijkertijd aangevraagd.

Gebruikersinstructie: Verstrek je meerdere toevoegingen in één mediation, dan vermeld je het andere toevoegkenmerk op de toevoeging als ‘SH [kenmerk toevoeging]’.

Algemeen

  • De mediation ziet op een (dreigend) juridisch geschil (art. 1 Wrb).
  • De Raad toetst de aanvraag aan de wetsbepalingen en beleidsregels voor reguliere toevoegingen (art. 33e Wrb en art. 2 Btm).

Gebruikersinstructie: Blijft het financieel belang beneden de € 500, dan wijs je af met tekstcode 225 (Financieel belang Mediation).

Bij verwijzing door het gerecht beoordeelt de Raad de aanvraag in beginsel inhoudelijk positief.

Geen toevoeging

De Raad verstrekt geen toevoeging voor niet-juridische problemen (art 1 Wrb).

De Raad verstrekt geen toevoeging voor mediation in strafzaken (MiS). Mediation in strafzaken wordt gefinancierd vanuit een apart budget van het ministerie van Justitie en Veiligheid.

Affiniteitcodes

Zie de tabel affiniteitcodes.

Bijzonderheden:

  • Heeft rechtzoekende voor de verbreking van de relatie/samenwoning geen eerdere mediation- of reguliere toevoeging, dan verstrekt de Raad de eerste mediationtoevoeging voor dit rechtsbelang met de affiniteitcode M670.
  • Als de mediation voortvloeit uit dezelfde kwestie als waarvoor eerder een reguliere toevoeging is verstrekt, dan geldt de affiniteitcode die correspondeert met de zaakcode van de reguliere toevoeging.

Mediationtoevoeging naast rechtsbijstand

Is voor dezelfde zaak een advocaat toegevoegd, dan toetst de Raad de aanvraag mediationtoevoeging marginaal. De toegevoegde advocaat mag de rechtzoekende tijdens de mediation blijven adviseren op de eigen reguliere toevoeging.

De Raad toets de draagkracht van rechtzoekende niet opnieuw en legt geen eigen bijdrage op. (artikel 5 Btm)

Rechtsbijstand naast mediation

De Raad verstrekt geen reguliere toevoeging voor rechtsbijstand:

  • naast een lopende mediation;
  • of na een geslaagde mediation.

Voor uitzonderingen zie de beleidsregel P015.

Heeft de mediation niet geleid tot (volledige) overeenstemming, dan kan de rechtzoekende een advocaat benaderen die voor de zaak een reguliere toevoeging kan aanvragen. De advocaat vermeldt op de aanvraag toevoeging dat de mediation niet tot overeenstemming heeft geleid.

Gebruikersinstructie: Rechtsbijstand na geen overeenstemming mediation kan blijken uit de declaratie van de mediationtoevoeging of uit stukken waaruit volgt dat de mediation niet tot overeenstemming heeft geleid.

Stel je de eigen bijdrage op nihil omdat er voor dezelfde zaak een reguliere toevoeging is verstrekt, dan vermeld je op de toevoeging ‘Nihilstelling EB ogv [kenmerk toevoeging].

Rechtsbijstand naast mediation: rechtspositionele vragen

Is een mediationtoevoeging verstrekt en de mediation loopt nog, of de mediation is met succes afgerond, dan verstrekt de Raad voor dezelfde zaak niet zonder meer een toevoeging aan een advocaat. Voor rechtspositionele vragen gedurende de mediation kan de Raad mogelijk één LAT verstrekken (dus niet per rechtzoekende). Deze LAT kan niet worden omgezet in een reguliere toevoeging. Voorbeelden van rechtspositionele vragen die tot afgifte van een aparte LAT kunnen leiden zijn:

  • Afkoopsom bij ontslag;
  • Complexe boedelverdeling.

Op grond van de inschrijvingsvoorwaarden wordt verwacht dat een mediator in staat is om partijen ook in meer ingewikkelde zaken te kunnen bijstaan. Het verzoek LAT moet daarom worden gemotiveerd. Is al een reguliere toevoeging aan één van de mediationpartijen verstrekt, dan kan de al toegevoegde advocaat adviseren.

Rechtsbijstand naast mediation: vastleggen mediationafspraken

De Raad verstrekt geen LAT of reguliere toevoeging voor het enkel vastleggen van de mediationafspraken door de rechter:

  • als sprake is van een wettelijke verplichting tot vastleggen is de afhechtingstoeslag van toepassing (zie beleidsregel 5.5 Mediation vaststellen)
  • is geen sprake van een wettelijke grondslag dan is er onvoldoende grond voor rechtsbijstand op basis van een toevoeging.

Crossborder mediation

Crossborder mediation wordt verleend door twee mediators. De Raad verstrekt één toevoeging per rechtzoekende.

Toelichting: Crossborder mediation is bedoeld voor ouders die uit verschillende landen afkomstig zijn en/of hun normale verblijf in verschillende landen hebben of willen gaan hebben. De mediation ziet op (dreigende) internationale kinderontvoeringszaken, internationale omgangszaken en toestemming voor vertrek zaken.

Gebruikersinstructie:

Crossborder mediators hebben doorgaans twee aparte inschrijvingen bij de Raad. Eenmaal de inschrijving onder het eigen kantoor en eenmaal met een ander R-nummer bij het Mediation Bureau (V60009 – regio ASD). Het Mediation Bureau is een zelfstandig onderdeel van het Centrum Internationale Kinderontvoering.

Aanvragen en declaraties kunnen niet in Mijn Wrb worden ingediend, maar gaan naar een door de Raad aangewezen beschikker.

Een toevoeging voor Crossborder mediation verstrek je onder affiniteitcode M430 (Onrechtmatige daad/ schade).

Het Mediation Bureau stuurt bij de aanvraag een beleidende brief mee. Daarin staat:

  • Het eigen zaakkenmerk: je vermeldt dit op de toevoeging;
  • De naam van de 2e mediator: je controleert de specialisatie.

In verband met het spoedeisende karakter van crossborder mediation kan de aanvraag ook na einde van de werkzaamheden worden ingediend. Als richtlijn geldt maximaal 2 weken na beëindiging van de mediation.

Bereik: na crossborder mediation (internationale kinderontvoering)

Als crossborder mediation niet tot overeenstemming leidt, zal de rechter moeten beslissen over de teruggeleiding van het kind. Is deze uitspraak onherroepelijk/partijen berusten in de uitspraak en wordt na de uitspraak een mediationtoevoeging aangevraagd voor het maken van nadere afspraken over de omgangsregeling, dan ziet de Raad dit als een afzonderlijk rechtsbelang. De affiniteitcode is M620.

Overname bij Mediation

Voor mediation geldt het uitgangspunt dat rechtzoekende gedurende de gehele mediation bijgestaan wordt door dezelfde mediator. Alleen in uitzonderingssituaties staat de Raad een verzoek tot overname toe. Bijvoorbeeld: een met redenen omkleed verzoek tot opvolging in verband met een vertrouwensbreuk of verhindering mediator als gevolg van ziekte of overlijden. De bepalingen van de beleidsregel Mutatie opvolging zijn niet van toepassing, zoals het opleggen van een tweede eigen bijdrage.

Andere relevante beleidsregels

Mediator treedt op als bijzonder curator

Zie beleidsregel P092, P093 Bijzondere curator.

Bereik

Werkzaamheden kunnen onder het bereik van een eerder verstrekte toevoeging vallen. De Raad verstrekt in dat geval geen afzonderlijke toevoeging. Het beleid is beschreven in de beleidsregel Bereik.

Toelichting:

Bijzonderheden

  • Bij een verwijzing van het gerecht blijft de bereiktoets van toepassing.

  • Als de rechtbank een procedure splitst, bijvoorbeeld bij een echtscheiding, blijft sprake van één rechtsbelang. Er is dan geen sprake van diversiteit van procedure instanties. Ook als de gesplitste procedures verschillende rolnummers krijgen.

  • Voert de advocaat van de rechtzoekende aparte procedures over verschillende onderwerpen in de zin van artikel 32 Wrb en ziet de mediation ook op deze verschillende onderwerpen in deze procedures, dan kan de mediator per procedure een aparte mediationtoevoeging aanvragen.

Toevoeging advocaat

Mediation valt niet onder bereik van een eerdere reguliere toevoeging voor rechtsbijstand door een advocaat.

Gebruikersinstructie: In geval van bereik wijs je de aanvraag af met tekstcode 172 (bereik Mediation).

Wetsgeschiedenis

  1. Wet van 29 december 2008 tot wijziging van de Wet op de rechtsbijstand houdende herijking van de verlening van rechtsbijstand door de raden voor rechtsbijstand en de invoering van een lichte adviestoevoeging, alsmede de regeling van de vergoeding van mediation
    Memorie van Toelichting:
    • (…) dat conflictbemiddeling alleen dan mogelijk is in die gevallen waarin de rechtzoekende aanspraak zou kunnen maken op gesubsidieerde rechtsbijstand. Het gaat dan om een probleem waarvoor een mediationtoevoeging kan worden afgegeven. Voor andere conflicten, zoals ruzie tussen buren, kan in beginsel geen toevoeging worden verkregen, totdat het conflict een rechtsbelang betreft waarvoor gesubsidieerde rechtsbijstand kan worden verkregen. Indien partijen hun probleem door middel van mediation willen oplossen, zal een aanvraag om een mediationtoevoeging worden getoetst aan artikel 12 van de Wet op de rechtstand. Dit volgt uit de definitie van het begrip rechtzoekende. Voorzover partijen reeds een procedure hebben gestart en de rechter mediation adviseert, is een dergelijke toets niet meer aan de orde, indien al op toevoegbasis is geprocedeerd. In dat geval heeft de raad al aan artikel 12 van de Wet op de rechtsbijstand getoetst. Wel zal bij de aanvraag om een toevoeging een overeenkomst moeten worden overgelegd waaruit blijkt dat de rechtzoekende en zijn wederpartij hebben ingestemd met conflictbemiddeling.
    • Zo wordt de aanvraag om een mediationtoevoeging op dezelfde wijze beoordeeld als die om een toevoeging van een rechtsbijstandverlener.
    • De toepassing van artikel 33, eerste lid, onder e, is uitgesloten voor mediationtoevoegingen. Indien op advies van de rechter een mediationtoevoeging wordt toegekend aan een rechtzoekende, betreft het een nieuwe toevoeging voor eenzelfde rechtsbelang. In dat geval is het juist de bedoeling dat de mediationtoevoeging wordt afgegeven. Het is immers de bedoeling dat de zaak buiten rechte wordt opgelost. Opdat de raden de aanvraag om een toevoeging in deze gevallen marginaal kan toetsen, is het noodzakelijk dat de overeenkomst waaruit blijkt dat beide partijen hebben ingestemd met de mediation bij de aanvraag om een toevoeging wordt overgelegd.
  1. Besluit toevoeging mediation, 4 mei 2009
    Nota van Toelichting
    • Met het oog hierop is in het nieuwe hoofdstuk IVA van de Wrb, naast enkele bepalingen betreffende de inschrijving van mediators door de raden voor rechtsbijstand, vastgelegd dat een groot aantal artikelen van de Wrb van overeenkomstige toepassing is op toevoegingen ten behoeve van mediation (artikel 33e). (…) Voor de in artikel 33e geregelde overeenkomstige toepasselijkheid geldt dat zij ook betrekking heeft op verschillende in de Wrb opgenomen delegatiegrondslagen en er derhalve ook toe strekt terzake van mediation op basis van een toevoeging over bepaalde onderwerpen (criteria inzake toevoegingsverlening, eigen bijdrage, vaststelling vergoeding, etc.) bij of krachtens algemene maatregel van bestuur nadere regels te stellen. Dit besluit bevat deze nadere regels.

Op deze pagina