Beleidsbundel

Beoordeling financiële positie onderneming

Trefwoorden: Aanvragen
Nummer: RvR3.6.2
Versie 4.0
Laatst gewijzigd:

Doel

De Raad beoordeelt aan de hand van deze beleidsregel de financiële positie van een zelfstandig beroep op bedrijf en of sprake is van een bedrijfsbedreigend geschil.

Kader

Met toepassing van artikel 12, tweede lid, sub e van de Wrb weigert de Raad een aanvraag als “het rechtsbelang waarop de aanvraag betrekking heeft, de uitoefening van een zelfstandig beroep of bedrijf betreft”, tenzij er sprake is van een of meer in de wet genoemde uitzonderingsgronden.

Beleidsregel

Algemeen

Bij elke aanvraag toevoeging en in elke instantie beoordeelt de Raad de financiële positie van het zelfstandig beroep of bedrijf en of (nog steeds) sprake is van een bedrijfsbedreigend geschil.

Gebruikersinstructie:

Voor de inhoudelijke beoordeling van de uitzonderingsgrond van een bedrijfsbedreigend geschil of een voormalig bedrijf, is de beoordeling van het geschil in eerste aanleg bepalend.

Is een bedrijf bijvoorbeeld inmiddels failliet, dan wijzig je de beoordeling niet naar de uitzonderingsgrond van een voormalig bedrijf. Wel wordt de financiële positie van het zelfstandig beroep of bedrijf opnieuw getoetst aan de hand van de meest recente jaarstukken ten tijde van de nieuwe aanvraag toevoeging. Je toetst of het geschil bedrijfsbedreigend is én of de kosten van de rechtsbijstand kunnen worden voldaan uit de aan de onderneming ter beschikking staande middelen.

Voorbeeld zaak in meerdere instanties

Aanvraag eerste aanleg:

Er is sprake van uitzonderingsgrond sub 1, een bedrijfsbedreigend geschil. Je voegt toe.

Aanvraag hoger beroep

Het bedrijf bestaat nog. De uitzonderingsgrond van het geschil in eerste aanleg is bepalend. Je voegt niet zonder meer toe, maar toetst de financiële positie van het bedrijf aan de hand van de meest recente jaarstukken.

Aanvraag cassatie

Het bedrijf is inmiddels failliet. De uitzonderingsgrond van het geschil in eerste aanleg is bepalend. Je voegt niet zonder meer toe, maar toetst de financiële positie van de rechtzoekende.

1. EIGEN VERMOGEN

De Raad beoordeelt het eigen vermogen van de onderneming.

Gebruikersinstructie: Zie voor meer informatie over de balans en het bepalen van de hoogte van het eigen vermogen, de beleidsregel Berekening financiële positie Onderneming /Rechtspersoon.

Tel bij het eigen vermogen zoals dit uit de jaarrekening blijkt, de volgende posten op:

Is het berekende eigen vermogen hoger dan het drempelbedrag (tot 2021: de heffingsvrije grondslag) voor een alleenstaande, dan beoordeelt de Raad vervolgens de samenstelling van de vlottende activa.

Is er meer dan € 5.000 aan vlottende activa, dan wijst de Raad de aanvraag af op (het volledige) vermogen.

Is er minder dan € 5.000 aan vlottende activa, dan toetst de Raad  de omzet. Is deze aanzienlijk,

Toelichting: Bijvoorbeeld meer dan € 100.000

dan wijst de Raad alsnog af op vermogen.

2. RESULTAAT: WINST/VERLIES

De Raad beoordeelt het resultaat van de onderneming.

Toelichting: Zie voor meer informatie over het bepalen van de hoogte van het resultaat c.q. winst/verlies, de beleidsregel Berekening financiële positie Onderneming/Rechtspersoon.

Is het berekende netto resultaat hoger dan de bovengrens van de laagste inkomenscategorie voor alleenstaanden (2026: € 25.200), dan neemt de Raad aan dat er geen sprake is van een bedrijfsbedreigend geschil.

Toelichting: Het inkomen van de partner en het inkomen uit dienstbetrekking van de rechtzoekende neemt de Raad niet mee bij de beoordeling van de financiële positie van de onderneming.

3. Kengetallen: Solvabiliteit, Liquiditeit

De Raad beoordeelt de solvabiliteit en liquiditeit van de onderneming.

Toelichting: Om te kunnen kijken hoe een onderneming zich financieel ontwikkelt, wordt niet alleen naar de balans en winst- en verliesrekening van een onderneming gekeken, maar ook naar onderlinge verbanden in die overzichten over een langere tijd. Deze onderlinge verbanden worden ook wel ratio’s of kengetallen genoemd. Deze worden gebruikt om te kijken of een onderneming financieel in een stijgende of in een dalende lijn zit.

Als de solvabiliteit en/of liquiditeit slecht is, is de onderneming mogelijk niet levensvatbaar. Het voortbestaan van de onderneming is dan niet afhankelijk van de te verlenen rechtsbijstand. Bij de aanvraag toevoeging moet daarom de mogelijkheid tot voortbestaan van de onderneming worden toegelicht.

3.1 Solvabiliteit

Is de onderneming financieel gezond, dan is waarschijnlijk geen sprake van een bedrijfsbedreigende situatie.

Toelichting: De onderneming wordt financieel gezond geacht als de solvabiliteit een waarde van tussen de 25% en 40% kent. Dit is enigszins afhankelijk van de branche en de ondernemingsvorm.

De solvabiliteit kan inzicht bieden in de mate waarin een onderneming aan haar verplichtingen kan voldoen en wordt als volgt berekend: 'Eigen vermogen / vreemd vermogen * 100%'

Solvabiliteit is de verhouding tussen het vreemd vermogen en het berekende, voor de Wrb gecorrigeerde eigen vermogen op de balans. Hierbij is dan de vraag aan de orde of de onderneming voldoende eigen vermogen heeft om in geval van liquidatie alle verschaffers van vreemd vermogen hun leningen terug te betalen. Wordt het eigen vermogen te klein, of zelfs negatief doordat er met verlies wordt gewerkt of doordat er hoge privé-opnames zijn, dan zijn de vermogensverhoudingen verstoord. De solvabiliteit is dan onvoldoende om kredietverschaffers en leveranciers het nodige vertrouwen te geven.

3.2 Liquiditeit

Als de berekende liquiditeit c.q. current ratio 1 of hoger is, dan is waarschijnlijk geen sprake van een bedrijfsbedreigende situatie.

Toelichting: Er is op korte termijn voldoende 'liquiditeit' om aan de kortlopende schulden te voldoen. Als de uitkomst lager is dan 1 kan dat leiden tot liquiditeitsproblemen. Als deze problemen van langdurige aard zijn, kan het uiteindelijk tot faillissement leiden.

Een bedrijf kan enorm succesvol zijn, veel winst maken, maar vanwege liquiditeit toch failliet gaan omdat de winsten pas laat worden gefactureerd of omdat klanten een lange betalingstermijn nodig hebben of enkel omdat schuldeisers niet even lang kunnen wachten. Het kan dan voorkomen dat een bedrijf dat op papier veel geld verdient, in de praktijk te weinig op de lopende rekening heeft om aan zijn betalingsverplichtingen te voldoen.

De liquiditeit van de onderneming laat zien wat de mate is waarin de onderneming in staat is om aan haar direct (op korte termijn) opeisbare verplichtingen te kunnen voldoen. Dus in hoeverre bijvoorbeeld de kortlopende schulden kunnen worden betaald zonder daarvoor nieuwe financiële bronnen aan te boren. De bekendste liquiditeitsratio is de current ratio.

Current ratio:
Vlottende activa / Kort vreemd vermogen (kortlopende schulden)
Vlottende activa zijn zaken die binnen één jaar in geld omgezet kunnen worden. Ook liquide middelen (geld) vallen hieronder. Het kort vreemd vermogen (kortlopende schulden) bestaat uit middelen die de onderneming slechts voor een korte tijd beschikbaar heeft. In elk geval korter dan één jaar.

Andere relevante beleidsregels

Berekening financiële positie onderneming/rechtspersoon

Zie beleidsregel Berekening financiële positie Onderneming/Rechtspersoon.

Op deze pagina