Beleidsbundel

Peiljaarverlegging

Trefwoorden: Aanvragen
Nummer: RvR2.4
Versie 4.0
Laatst gewijzigd:

Doel

De Raad beoordeelt aan de hand van het wettelijk kader en het beleid of de aanvraag tot peiljaarverlegging kan worden toegekend.

Kader

De Raad beoordeelt een aanvraag om toevoeging op het inkomen en vermogen in het peiljaar (tweede kalenderjaar voorafgaand aan de aanvraagdatum, T–2, art 1 Wrb). Omdat het actuele inkomen en vermogen lager kan zijn dan in het peiljaar, kan rechtzoekende een aanvraag peiljaarverlegging (PJV) naar het aanvraagjaar (T) indienen (art 34c lid 1 Wrb).

De Raad beoordeelt of de daling van het inkomen en vermogen voldoende is ten opzichte van het peiljaar (T-2). Of het inkomen voldoende is gedaald om PJV toe te passen is afhankelijk van het besluit op de aanvraag toevoeging:

  • Als de Raad een toevoeging heeft verstrekt moet het (gezamenlijke) inkomen met 15% of meer zijn gedaald ten opzichte van het peiljaar (art 34c lid 2 Wrb). Daarnaast toets de Raad een eventuele toename van het vermogen in het aanvraagjaar (T);

Als de Raad de toevoegingsaanvraag heeft afgewezen op financiële gronden moet de terugval in inkomen en/of vermogen zodanig zijn dat de rechtzoekende binnen de wettelijke financiële grenzen valt. Iedere daling die daaraan voldoet is voldoende (art. 10 Bebr).

Beleidsregel

De Raad neemt een verzoek om peiljaarverlegging niet in behandeling als:

  • De aanvraag toevoeging op inhoudelijk gronden is afgewezen;
  • De laagste eigen bijdragen of geen eigen bijdrage is opgelegd.

Aanvraag tot Peiljaarverlegging

De aanvraag tot PJV moet met het Aanvraagformulier PJV worden ingediend. Het PJV-formulier is binnen één kalenderjaar zes maanden geldig bij ongewijzigde omstandigheden.

Gebruikersinstructie:

Gelijktijdige aanvraag toevoeging met PJV

Als tegelijk met de aanvraag toevoeging een verzoek om PJV wordt ingediend, dan registreer en beoordeel je eerst de aanvraag toevoeging. Het verzoek om PJV kun je pas beoordelen nadat je op de aanvraag toevoeging hebt beslist. Gebruik tekstcode 399 zowel bij een primaire financiële afwijzing (AFF) als bij een primair besluit met een eigen bijdrage hoger dan de laagste (DEF).

Is bij het eerste besluit de laagste eigen bijdrage of geen eigen bijdrage opgelegd dan gebruik je de volgende tekst: ‘De aanvraag om peiljaarverlegging is afgewezen omdat het te vroeg is ingediend. Bovendien merkt de Raad op dat er geen belang is bij de aanvraag om peiljaarverlegging omdat geen eigen bijdrage of de laagste eigen bijdrage is opgelegd.’

Telefonisch verzoek

Een telefonisch verzoek wordt niet opgevat als een aanvraag PJV.

Als het formulier PJV telefonisch wordt opgevraagd wijs je op:

  • De termijn van 6 weken;
  • Dat bij de laagste eigen bijdrage geen PJV wordt toegepast;
  • Dat er sprake moet zijn van tenminste 15 procent daling in geval van een toevoeging; of
  • Dat er sprake is van een daling waardoor het verzamelinkomen binnen de grenzen valt;
  • Dat de schatting in de toekomst wordt gecontroleerd aan de hand van de vastgestelde gegevens van de belastingdienst.

Schriftelijk verzoek zonder formulier PJV

Als het formulier ontbreekt, dan maak je de aanvraag onvolledig (OPT) met tekstcode 301.

Termijn indienen peiljaarverlegging

De aanvraag PJV moet door of namens rechtzoekende worden ingediend binnen zes weken na de bekendmaking van het besluit waarin is beslist op de aanvraag om een toevoeging (art. 34c lid 3 Wrb). De Raad gaat ervan uit dat het verzoek om peiljaarverlegging tijdig is ingediend als het verzoek peiljaarverlegging binnen vijf dagen na het verstrijken van de termijn binnenkomt bij de Raad. Hiermee wordt rekening gehouden met eventuele postvertraging.

Verschoonbare termijnoverschrijding

De Raad zal het verzoek peiljaarverlegging als deze niet binnen de termijn is ingediend, toch in behandeling nemen wanneer er sprake is van een verschoonbare termijnoverschrijding. Dit zal de Raad van geval tot geval beoordelen.

Toelichting: Er kan bijvoorbeeld sprake zijn van persoonlijke omstandigheden (ernstige ziekte, psychisch onvermogen, ernstige familieomstandigheden) of externe omstandigheden die voor overbelasting en stress zorgen (natuurramp, brand in een woning of bedrijfspand), zie ECLI:NL:CBB:2024:31, die maken dat de termijnoverschrijding niet tegengeworpen moet worden.

De vaststelling van het inkomen en vermogen

De Raad maakt een schatting van het inkomen en vermogen op de volgende wijze:

Bijstandsuitkering  (Participatiewet)

Als op het formulier PJV is aangegeven dat de rechtzoekende een bijstandsuitkering op grond van de Participatiewet ontvangt én dat dit het gehele jaar het geval is én een uitkeringsspecificatie is meegezonden, dan legt de Raad direct de laagste eigen bijdrage op. De Raad neemt het wettelijke bepaalde uitkeringsbedrag over uit de tabel met uitkeringsbedragen.

Ontslag op staande voet

Als bij ontslag op staande voet een schatting van rechtzoekende ontbreekt, dan gaat de Raad voor de resterende maanden uit van een bijstandsuitkering. Dit is niet van toepassing als er een partner is met inkomen boven het minimum.

Loonbeslag

Een loonbeslag leidt in de meeste gevallen niet tot verlaging van het fiscaal jaarinkomen. Dat is alleen mogelijk als de oorsprong van het beslag een fiscale aftrekpost is. Bijvoorbeeld een beslag voor partneralimentatie.

Salarisstrook

Bij de schatting van het inkomen in het aanvraagjaar (T) gaat de Raad uit van het cumulatief “loon voor de loonheffing” en het aantal maanden “loon voor de loonheffing”. Na de maand mei telt de Raad geen vakantiegeld meer mee.

Uitkering Werkloosheidswet (WW)

Op de toekenningsbeschikking WW zijn de bedragen vermeld inclusief vakantiegeld. De Raad gaat bij de berekening van het maandloon uit.

Het vakantiegeld moet worden bijgeteld bij de periodieke uitkeringsspecificatie.

Uitkering Ziektewet (ZW)

Het bedrag bij een uitkering ZW is altijd inclusief vakantiegeld, zowel bij de toekenningsbeschikking als de periodieke uitkeringsspecificatie. De ZW wordt per week betaald.

Transitievergoeding

Een vergoeding in het kader van een ontslag rekent de Raad tot het inkomen in het jaar dat het betaalbaar is gesteld.

Zelfstandige

Bij een zelfstandige kan het volgende worden opgevraagd: eigen schatting van winst, inclusief onderbouwing, (voorlopige) aanslag IB, aangifte Omzetbelasting (btw), winst en verliesrekening. Let op: privé onttrekkingen horen niet tot het inkomen.

Verlies uit onderneming van rechtzoekende saldeert de Raad met inkomsten van de rechtzoekende en/of partner.

Als uit de aanvraag blijkt dat er wel winst wordt gemaakt, dan neemt de Raad geschatte winst over.

Zelfstandige: starter

Bij een rechtzoekende die korter dan een jaar geleden is gestart met een eigen bedrijf neemt de Raad aan dat er geen winst is/wordt gemaakt. Rechtzoekende kan dit aantonen met een uittreksel uit het handelsregister.

Afwijzing op vermogen

De Raad toetst of de rechtzoekende op het aanvraagformulier heeft verklaard of het vermogen van rechtzoekende en/of partner in het verlegde peiljaar hoger is dan het drempelbedrag.

Andere relevante beleidsregels

Conservatoir beslag in strafzaken

Zie beleidsregel beleidsregel Financiële beoordeling.

Beslag op inkomen of vermogen

Zie Tijdelijke subsidieregeling rechtsbijstand bij beslag op inkomen of vermogen.

Buiten termijnstelling PJV en nieuwe aanvraag toevoeging

Zie beleidsregel Algemeen toevoegbeleid.

Gebruikersinstructie Peiljaarverlegging

Voor de interne afhandeling van een aanvraag Peiljaarverlegging door medewerkers van de Raad is er een gebruikersinstructie.

Gebruikersinstructie:

Formulier

Voor de beoordeling maak je gebruik van het beoordelingsformulier PJV.

Registratie

Je controleert of het verzoek om PJV bij de registratie is gekoppeld aan de juiste toevoeging.

Inhoudelijke beoordeling

Je controleert of de toevoeging inhoudelijk is beoordeeld.

  • Was de aanvraag inhoudelijk afgewezen en is naast PJV niet ook verzocht om herziening, dan wijs je het verzoek om PJV af omdat het belang ontbreekt;
    Je gebruikt hiervoor de volgende tekst: “De Raad wijst uw verzoek af. De toevoegingsaanvraag is afgewezen omdat uw inkomen en/of uw vermogen te hoog is én omdat de Raad heeft geoordeeld dat voor uw probleem geen bijdrage in de advocaatkosten wordt verstrekt. Uw verzoek om peiljaarverlegging wordt niet verder behandeld, omdat de toevoegingsaanvraag op inhoudelijke gronden is afgewezen.”
  • Was de aanvraag regulier (niet HT) inhoudelijk niet beoordeeld, dan afvalbak je het PJV-proces en start je via mutatie (TOE-HZV) het proces voor de inhoudelijke beoordeling op. Je vermeldt in het werkbriefje dat, als de zaak inhoudelijk akkoord is, alsnog met voorrang het PJV-proces moet worden opgestart.

Geldigheid formulier bij meerdere aanvragen

Als er (vrijwel) gelijktijdig meerdere primaire beslissingen zijn genomen voor één rechtzoekende en er wordt een verzoek PJV ingediend voor één van deze beslissingen dan kun je dit verzoek bij toekenning ambtshalve toepassen op de overige beslissingen.
Het PJV-formulier is binnen één kalenderjaar zes maanden geldig bij ongewijzigde omstandigheden.
Er moet dan wel in elk vervolgdossier een primaire beslissing genomen worden. Aansluitend kunnen dan de gegevens van het toegekende PJV verzoek worden verwerkt. Je verzendt beide besluiten. Deze werkwijze is noodzakelijk in verband met her controle na PJV.

PJV als bezwaarschrift

Het is mogelijk dat een bezwaarschrift eigenlijk een verzoek om PJV inhoudt. Het secretariaat Commissie voor Bezwaar kan met de indiener afspreken dat het bezwaar wordt gezien als een verzoek om PJV. In dat geval kan het verder op dezelfde wijze als ieder ander verzoek om PJV worden afgehandeld. De ontvangstdatum van het bezwaarschrift wordt aangemerkt als de datum van de aanvraag PJV.
Wanneer je niet alle gegevens hebt ontvangen, dan maak je de aanvraag onvolledig met de volgende tekst: “Dit peiljaarverleggingsverzoek is ontvangen via de bezwarencommissie. De Raad is nog in afwachting van de volgende gegevens:”
Bij elke aanvraag PJV kijk je of er een lopend bezwaar is. Als dit het geval is neem je contact op met het secretariaat van de bezwarencommissie.

Wijziging gezinssituatie en GRAS

Het moment van de aanvraag toevoeging is bepalend voor de beoordeling van de gezinssituatie.

Als blijkt uit de aanvraag PJV dat de gezinssituatie van rechtzoekende anders is dan is opgegeven bij de aanvraag toevoeging, dan neem je een nieuw primair besluit met toelichting.

Zelfstandige (starter)

Heeft rechtzoekende inkomen uit eigen bedrijf of vrij beroep (fiscaal: resultaat uit overige werkzaamheden) dan vraag je de meest recente voorlopige aanslag Inkomstenbelasting op. De Belastingdienst legt maximaal drie keer per jaar een voorlopige aanslag Inkomstenbelasting op. Een startende ondernemer krijgt meestal na het eerste kwartaal een voorlopige aanslag opgelegd, op basis van de aangifte omzetbelasting.

De vaststelling van het inkomen en vermogen

Overschrijding normen na PJV

Als je het inkomen en vermogen in T hebt geschat en één van beide overschrijdt de maximum normen dan wijs je het verzoek om PJV af met APT en de standaard systeemtekst.
De primaire beslissing blijft dan in stand, omdat PJV rechtzoekende in een nadelige positie zou brengen.

Motivering beslissing

Als de schatting van de Raad afwijkt van de schatting van rechtzoekende, dan neem je in de toelichting altijd de afwijkende berekening op.

Fiscale aftrekposten

Hierna volgen een aantal voorbeelden van fiscale aftrekposten en de stukken die je nodig hebt om te toetsen:

  • Reiskosten: hiervan hoef je geen bewijsstukken op te vragen.
  • Kosten eigen woning: als de opgegeven hypotheeklasten hoger zijn dan € 10.000 dan vraag je bewijsstukken op van bijvoorbeeld de WOZ-waarde, de rente/kosten van de eigen woning.
  • Lijfrente: als de opgegeven aftrekpost minder dan € 2.000 is, neem je dit bedrag over.
  • Persoonsgebonden aftrek: bijvoorbeeld partneralimentatie, ziektekosten. Als het een hoog bedrag is en rechtzoekende komt van buiten het stelsel vraag je bewijsstukken op. Als rechtzoekende al in het stelsel zit vraag je geen stukken op, maar neem je het bedrag over. Het risico voor de rechtzoekende is dan beperkt tot hooguit het verschil tussen de primair opgelegde eigen bijdrage en de laagste eigen bijdrage.
  • Betaalde partneralimentatie is volledig aftrekbaar.

Geen onderdeel schattingsinkomen

Tot het schattingsinkomen reken je niet:

  • Huurtoeslag
  • Zorgtoeslag
  • Kinderbijslag
  • Studiefinanciering wat voor een inwonend kind wordt ontvangen
  • Persoonsgebonden budget
  • Algemene heffingskorting van de niet verdienende partner

Onvolledig stellingen

De correspondentie bij PJV wordt gevoerd met de rechtzoekende. Als we een vraag stellen krijgt de rechtsbijstandverlener ook een afschrift van de brief.

Voor reactie wordt eenmalig een termijn van 4 weken gegeven. Als rechtzoekende de gevraagde gegevens niet binnen 4 weken aanlevert, wordt er éénmalig gerappelleerd met een termijn van 2 weken. In de rappelbrief gebruik je de volgende tekst: "U dient de gevraagde gegevens uiterlijk binnen twee weken na datering van deze brief terug te sturen. Als de Raad uw gegevens niet of te laat ontvangt zal de peiljaarverlegging worden afgewezen of buiten behandeling worden gesteld."

Het verzoek kan buiten behandeling (BPT) worden gesteld als de gevraagde informatie niet binnen de termijn wordt verstrekt aan de Raad.

Peiljaarverlegging en Mediation

Mediation kent een andere eigen bijdrage dan de reguliere toevoeging. Deze wordt opgelegd door een ‘M’ of een ‘Q’ in te vullen bij de financiële beoordeling. Binnen het PJV-menu kunnen deze eigenbijdragecodes niet worden ingevuld. Dit betekent dat je de beoordeling in twee stappen moet opdelen.

  1. Je plaatst het PJV-proces in de afvalbak en via het mutatieproces voer je de financiële beoordeling opnieuw uit.
  2. Je beoordeelt het verzoek PJV zoals hiervoor beschreven.

Wetsgeschiedenis

Artikel 34c Wrb

In het algemeen deel is aangegeven dat het niet altijd redelijk is om voor de vaststelling van de draagkracht uit te gaan van het peiljaar. Het is immers mogelijk dat de rechtzoekende in inkomen of vermogen is achteruitgegaan met als gevolg dat betrokkene binnen de grenzen van het stelsel van gesubsidieerde rechtsbijstand is komen te vallen of in aanmerking komt voor een lagere eigen bijdrage. In een dergelijk geval is peiljaarverlegging redelijk.

Peiljaarverlegging moet op grond van het eerste lid worden aangevraagd door de rechtzoekende. De rechtzoekende beoordeelt of hij een dergelijke aanvraag wil indienen. Een aanvraag om peiljaarverlegging wordt op grond van het derde lid ingediend binnen zes weken na de bekendmaking van de beslissing op de aanvraag om een toevoeging.

Met het stellen van een termijn van zes weken waarbinnen de aanvraag om peiljaarverlegging moet worden gedaan wordt aangesloten bij de termijn die op grond van artikel 6:7 Awb geldt voor de indiening van een bezwaar- of beroepschrift. Het belang van de afstemming van deze termijnen is gelegen in de mogelijkheid om problemen die samenhangen met het naast elkaar indienen van een aanvraag om peiljaarverlegging en het maken van bezwaar op te lossen. De geschetste procedure betekent dat de rechtzoekende die bezwaar maakt tegen de beslissing op de aanvraag om een toevoeging tegelijkertijd een aanvraag om peiljaarverlegging kan doen. De rechtzoekende moet expliciet om peiljaarverlegging vragen. De beslissing op de peiljaarverlegging maakt deel uit van de beslissing op bezwaar. Deze handelwijze wordt nader toegelicht bij artikel 34e.

Wordt niet binnen zes weken een aanvraag om peiljaarverlegging gedaan dan geldt de primaire beslissing. Door de aanvang van de termijn waarbinnen de aanvraag om peiljaarverlegging moet worden gedaan te koppelen aan de bekendmaking van de primaire beslissing op de aanvraag om een toevoeging wordt bewerkstelligd dat geen onnodige aanvragen om peiljaarverlegging worden gedaan. De rechtzoekende die op grond van de primaire beslissing de laagste of geen eigen bijdrage behoeft te betalen heeft er geen belang bij om peiljaarverlegging aan te vragen. Geschat wordt dat hiervan in 60% van de gevallen sprake zal zijn.

Nadat de rechtzoekende een aanvraag om peiljaarverlegging heeft gedaan, zendt de raad hem een draagkrachtformulier waarop de rechtzoekende een opgave kan doen van het geschatte inkomen en vermogen in het jaar van de aanvraag. Voorts wordt op dat formulier melding gemaakt van de oorzaak van de inkomens- of vermogensdaling. Het is van belang dat de rechtzoekende zijn melding voldoende onderbouwt (vierde lid).De raad wordt dan in de gelegenheid gesteld om het inkomen en vermogen voor het gehele jaar te schatten.

De raad beslist op grond van artikel 4:13 Awb binnen acht weken op de aanvraag om peiljaarverlegging. Daarbij berekent de raad het inkomen en vermogen van de rechtzoekende in het jaar waarin de aanvraag is gedaan. De berekening is erop gericht om het inkomen zoveel mogelijk af te stemmen op het verzamelinkomen. Ook het vermogen zal worden berekend volgens de fiscale methode. Uit deze berekeningen volgt of toegang tot het stelsel wordt verkregen of de hoogte van de eigen bijdrage. In het algemeen deel is aangegeven dat het niet wenselijk is dat iedere terugval in het inkomen of vermogen leidt tot peiljaarverlegging. In het tweede lid wordt voorgesteld dat peiljaarverlegging wordt toegekend, indien het inkomen of vermogen terugvalt met ten minste 15% ten opzichte van het inkomen of vermogen in het peiljaar. Op grond van artikel 34 moet bij de bepaling van deze terugval mede in aanmerking worden genomen het inkomen en vermogen van de partner.

Indien er een terugval in het inkomen en vermogen is van 15% of meer, maar het vermogen desondanks boven het heffingsvrij vermogen blijft, heeft de rechtzoekende geen recht op gesubsidieerde rechtsbijstand. Dit volgt uit artikel 34, tweede lid.

Tweede Kamer, vergaderjaar 2003–2004, 29 685, nr.3 p 18 en 19

Relevante jurisprudentie

ECLI:NL:CBB:2024:31 - De verschoonbaarheid van een termijnoverschrijding.

Op deze pagina