Beleidsbundel

Immaterieel belang

Trefwoorden: Aanvragen
Nummer: RvR3.5.2
Versie 4.0
Laatst gewijzigd:

Doel

De Raad beoordeelt aan de hand van deze beleidsregel of sprake is van een niet op geld waardeerbaar, immaterieel, belang waarvan de kosten van rechtsbijstand al dan niet in redelijke verhouding staan tot het belang van deze zaak.

Kader

Met toepassing van artikel 12 lid 2 sub b Wrb wordt rechtsbijstand niet verleend als “de aan de te verlenen rechtsbijstand verbonden kosten niet in redelijke verhouding staan tot het belang van de zaak.”

Beleidsregel

Bij een immaterieel belang beoordeelt de Raad of het redelijk is om voor dat belang kosten te maken. De Raad toetst zelfstandig of het belang als “wezenlijk” kan worden aangemerkt, hetgeen anders gewaardeerd kan worden door de rechtzoekende.

Wezenlijk

Immateriële belangen die als “wezenlijk” worden aangemerkt zijn belangen die een ernstige ontwrichting op het leven van de rechtzoekende hebben.

Belangen die, gelet op het vorenstaande, niet als wezenlijk worden aangemerkt zijn in de regel sociale activiteiten. Dit zijn bijvoorbeeld rechtsbelangen over huisdieren, vrijetijdsbesteding of een stadionverbod.

Toelichting: In het algemeen weegt het belang bij geschillen over het lidmaatschap van een vereniging niet op tegen de kosten van rechtsbijstand. Dat geldt ook voor het verkrijgen of behouden van een jachtvergunning, een stadionverbod en geschillen over huisdieren waarbij alleen immateriële belangen spelen zoals informatieverstrekking.

Het wegvallen van een sociale activiteit kan in individuele gevallen mogelijk zo zwaar uitpakken voor een rechtzoekende dat deze een ernstige ontwrichting op het leven van deze rechtzoekende tot gevolg heeft. De aanvrager zal moeten motiveren dat hiervan sprake is in de aanvraag. De Raad beoordeelt dan van geval tot geval of dit belang in redelijke verhouding staat tot de kosten van rechtsbijstand.

Gebruikersinstructie: Als de aanvraag toevoeging daartoe aanleiding geeft vraag je pro-aktief naar de zwaarwegende belangen en persoonlijke omstandigheden en onderzoek je of een toevoeging mogelijk is.

Maatschappelijke betekenis

De Raad kan een toevoeging verstrekken indien de uitkomst van de zaak van maatschappelijke betekenis is voor grote groepen rechtzoekenden.

Wetsgeschiedenis

De wetgever beoogt alleen voor reële rechtsbelangen rechtsbijstand te subsidiëren (Kamerstukken II, 1991/92, 22 609, nr. 3, p. 18).

Het belang kan materieel of immaterieel van aard zijn en dient, ook los van de waardering van de betrokkene zelf, als wezenlijk te worden aangemerkt (Kamerstukken II, 1992/93, 22 609, nr. 11, p. 4).

In de toelichting bij de wet is enkel aangegeven dat het belang immaterieel van aard kan zijn en ook los van de waardering van de betrokkene zelf, als wezenlijk dient te worden aangemerkt (Kamerstukken II, 1992/93, 22 609, nr. 11, p. 4.).

Verder: ‘Onder de immateriële belangen vallen bijvoorbeeld de vordering tot echtscheiding en de eis tot het handhaven van het rustig woongenot bij verhuur van woningen. Dergelijke belangen zijn, mede omdat daarbij subjectieve elementen een rol spelen, veel lastiger te wegen in relatie tot een hard gegeven als de kosten van rechtsbijstand. In dergelijke gevallen zal moeten worden overwogen of het alle omstandigheden in aanmerking genomen redelijk is om voor dat belang kosten te maken. Anders gezegd het moet om voor de rechtzoekende gewichtige belangen gaan. Op grond van die afweging zal bijvoorbeeld het belang dat direct samenhangt met de invulling van iemands vrijetijdsbesteding of sportbeoefening doorgaans niet voor rechtsbijstand in aanmerking komen.’ (Kamerstukken II, 1992/93, 22 609, nr. 6, p. 11.).

Op deze pagina