Beleidsbundel

Geen eigen bijdrage

Trefwoorden: Aanvragen
Nummer: RvR2.3.1
Versie 4.0
Laatst gewijzigd:

Doel

De Raad beoordeelt aan de hand van het wettelijk kader in welke gevallen er geen eigen bijdrage wordt opgelegd en formuleert beleid als hiervoor ruimte is.

Kader

De Raad legt in de volgende gevallen geen eigen bijdrage op:

  • In de gevallen waarin door de Raad of op last van de rechter door de Raad wordt toegevoegd genoemd in artikel 43 Wrb
  • Slachtoffers van zeden-of geweldsmisdrijf (art. 44 lid 4 Wrb)
  • Voeging benadeelde partij (art. 44 lid 3 Wrb)
  • Asielzoekers (art. 6 lid 1 sub a Bebr)
  • Gedetineerden (art. 6 lid 1 sub b Bebr)
  • Gedwongen opname in een psychiatrische inrichting (art. 6 lid 1 sub b Bebr)
  • Bijzondere curator (art. 6 lid 1 sub c Bebr)
  • Ambtshalve echtscheiding (art. 6 lid 1 sub d Bebr)
  • Have nots (art. 6 lid 2 Bebr)

Last tot toevoeging

Aan verdachten in een strafzaak die op last van de rechter worden toegevoegd en in de andere gevallen genoemd in artikel 43 Wrb, is de rechtsbijstand kosteloos (art. 43 lid 1 Wrb), dat wil zeggen dat geen eigen bijdrage wordt opgelegd en het verzamelinkomen en vermogen niet wordt getoetst.

Slachtoffers zeden-of geweldsmisdrijf in strafzaken

Wanneer iemand ernstig (geestelijk of lichamelijk) letsel heeft opgelopen als gevolg van een geweld- of zedenmisdrijf komt het slachtoffer op grond van artikel 44 lid 4 Wrb in aanmerking voor kosteloze rechtsbijstand, als:

  • De verdachte in de zaak bij Justitie bekend is, én
  • Het slachtoffer in aanmerking komt voor een uitkering van het Schadefonds Geweldsmisdrijven (bij zedenmisdrijven neemt de Raad aan dat het slachtoffer altijd in aanmerking komt).

Artikel 44 lid 4 Wrb geldt ook voor aanvragen van een nabestaande van een slachtoffer, die als gevolg van het misdrijf is overleden. Zie beleidsregel O013 voor welke werkzaamheden onder de O013 toevoeging vallen.

Slachtoffer dient beklag niet vervolging in

Aan het slachtoffer (of nabestaande) die een beklag niet vervolging aanhangig (art. 12 Sv) wil maken wordt door de Raad geen eigen bijdrage opgelegd, als deze voldoet aan de voorwaarden van artikel 44 lid 4 Wrb.

Voeging benadeelde partij

Als het slachtoffer bij een voeging benadeelde partij niet in aanmerking komt voor een toevoeging op grond van artikel 44 lid 4 Wrb dan zal de Raad de aanvraag toetsen op grond van art. 44 lid 3 Wrb. De Raad zal de aanvraag financieel beoordelen. Als blijkt dat het slachtoffer binnen de wettelijke grenzen van artikel 43 Wrb valt, legt de Raad geen eigen bijdrage op. Valt het inkomen en/of vermogen van het slachtoffer buiten de wettelijke grenzen dan zal de aanvraag op financiële gronden worden afgewezen.

Asielzoekers

De Raad legt geen eigen bijdrage op als rechtzoekende verblijft in een opvang van het COA en recht heeft op Regeling Verstrekkingen Asielzoekers (RVA). Als uit de aanvraag niet duidelijk blijkt of rechtzoekende in een opvang van het COA verblijft of recht heeft op RVA, dan kan dit via een volledige ingevulde en ondertekende eigen verklaring asielzoeker worden verklaard (art. 6 lid 1 sub a Bebr). Dit formulier is bij ongewijzigde omstandigheden zes maanden geldig.

Vrijheidsontneming

Als rechtzoekende rechtens zijn vrijheid is ontnomen en er geen inkomen is uit bijvoorbeeld loondienst of een uitkering, legt de Raad geen eigen bijdrage op (art. 6 lid 1 sub b Bebr).

Om dit te verklaren zal rechtzoekende de eigen verklaring vrijheidsontneming ingevuld en ondertekend bij de aanvraag dienen te voegen, tenzij er sprake is van vreemdelingenbewaring. Bij vreemdelingen wordt aangenomen dat er geen sprake is van inkomen. Dit formulier is bij ongewijzigde omstandigheden zes maanden geldig.

Voorgaande is niet van toepassing als uit de financiële beoordeling blijkt dat er sprake is van vermogen boven het drempelbedrag.

Bijzondere curator

De Raad legt geen eigen bijdrage op bij minderjarige die in een procedure wordt vertegenwoordigd door een bijzondere curator op grond van artikel 1:250 BW. De Raad legt ook geen eigen bijdrage op als de minderjarige wordt vertegenwoordigd in procedures over afstamming op grond van artikel 1:212 BW (art. 6 lid 1 sub c Bebr).

Ambtshalve echtscheiding

Als er een verzoek tot echtscheiding is ingediend en rechtzoekende op grond van een geestesstoornis in een ziekenhuis, verpleeghuis, verpleeginrichting of een psychiatrische inrichting verblijft, wordt er een advocaat op last van de Rechtbank aangewezen. De Raad legt daarom geen eigen bijdrage op (art. 6 lid 1 sub d Bebr.).

Beleidsregel

Beroep noodweer(exces)

De Raad legt geen eigen bijdrage op als de verdachte in redelijkheid een beroep kan doen op noodweer(exces). De advocaat legt hiertoe een verklaring over van het OM waaruit blijkt dat de verdachte in redelijkheid een beroep kan doen op noodweer(exces). Deze verklaring kan ook bij de declaratie worden overgelegd. De hoogte van het inkomen of vermogen van rechtzoekende is niet relevant.

Personen zonder inkomen of vermogen (Have not)

De Raad kan geen eigen bijdrage opleggen bij personen zonder inkomen of vermogen. Het gaat hier om personen die geruime tijd geen (recht op) inkomen en geen vermogen hebben en voor wie er ook geen uitzicht is dat dit op korte termijn zal veranderen, bijvoorbeeld personen zonder verblijfstitel. De Raad beoordeelt dit aan de hand van een verklaring van een derde. Dit kan een persoon of een maatschappelijke instelling zijn bijvoorbeeld, een familielid of het Legers des Heils. Het is van belang dat de Raad op basis van deze verklaring kan vaststellen dat rechtzoekende geen inkomen of vermogen heeft. De Raad ziet de advocaat van rechtzoekende niet als een derde, omdat de advocaat belanghebbende is bij de aanvraag om een toevoeging. Hierop kan een uitzondering worden gemaakt als er geen enkele mogelijkheid is om een verklaring van een derde te krijgen. In deze gevallen zal de advocaat aannemelijk moeten maken dat rechtzoekende geen inkomen of vermogen heeft, dit zal van geval tot geval worden beoordeeld. De derde kan hiervoor het formulier Have-not verklaring van de Raad invullen. De Have-not verklaring is bij ongewijzigde omstandigheden zes maanden geldig. De advocaat of rechtzoekende kan bij een nieuwe aanvraag toevoeging binnen deze termijn verwijzen naar de eerdere verklaring.

Bezwaar over schadevergoeding bij het Schadefonds Geweldsmisdrijven

Wanneer het slachtoffer van een ernstig geweld-of zedenmisdrijf bezwaar maakt tegen de hoogte van de schadevergoeding, dan legt de Raad geen eigen bijdrage op.

Wanneer het slachtoffer bezwaar maakt tegen de weigering van de schadevergoeding, dan voldoet dit niet aan de voorwaarde artikel 44 lid 4 Wrb, omdat er geen recht bestaat op een uitkering van het schadefonds. Als na bezwaar alsnog een uitkering door het Schadefonds wordt verleend, kan namens het slachtoffer met terugwerkende kracht verzocht worden om in aanmerking te komen voor kosteloze rechtsbijstand (herzieningsverzoek met nieuwe feiten of omstandigheden). Hij overlegt daarvoor de beslissing van het Schadefonds. De Raad legt in dat geval geen eigen bijdrage op.

Wetsgeschiedenis

Artikel 6 Bebr

De inhoud van dit artikel, waarin wordt geregeld dat rechtzoekenden in bepaalde gevallen zijn vrijgesteld van de eigen bijdrage, is ontleend aan het voormalige artikel 11 van het Bdr, met dien verstande dat vanwege het bepaalde in artikel 7a, derde lid, van de Wrb geen reden meer is gezien voor een afzonderlijke bepaling als die in de tweede volzin van het derde lid van dat artikel.
(Staatsblad 2009, 46)

Artikel 11 Bdr (vervallen)

Artikel 11, eerste lid, onder a en b, heeft betrekking op verzoeken van personen die rechtens van hun vrijheid zijn beroofd en van asielzoekers die uitsluitend zijn aangewezen op verstrekkingen ingevolge de Regeling opvang asielzoekers. In het algemeen geldt dat mensen kunnen beschikken over een inkomen waaruit zij geacht worden de eigen bijdrage in verband met gefinancierde rechtsbijstand te kunnen voldoen. Voor een grote groep asielzoekers en gedetineerden is dit niet het geval. Daarom kan het bureau besluiten aan hen geen eigen bijdrage op te leggen. Het tweede lid ziet op de situatie waarin voor een minderjarige een bijzonder curator is benoemd. In dat geval wordt de eigen bijdrage voor de toevoeging van de advocaat aan de minderjarige op nihil gesteld. Het gaat steeds om situaties waarin van de ouder(s) in redelijkheid niet verwacht mag worden dat zij de eigen bijdrage voldoen. In dit soort gevallen is er immers altijd sprake van tussen de ouder(s) of voogd en ne kind strijdige belangen. Dit zou betekenen dat de bijzondere curator de kosten van de eigen bijdrage voor zijn rekening moet nemen, hetgeen me redelijk zou zijn.
(Staatsblad 1994 33 p. 14)

Artikel 11 Bdr (vervallen) Have not

In artikel 11 van het Besluit draagkrachtcriteria rechtsbijstand is geregeld in welke gevallen het bureau geen eigen bijdrage oplegt. Het gaat in dit artikel om personen die geen of praktisch geen inkomen genieten. In de oude regeling werd geen eigen bijdrage opgelegd aan personen die uitsluitend zijn aangewezen op verstrekkingen zoals weergegeven in de Regeling opvang asielzoekers. Daaraan is nu toegevoegd de Regeling verstrekkingen asielzoekers en andere categorieën vreemdelingen 1997. Ook personen die zijn aangewezen op een zorgvoorziening op grond van de gemeentelijke zorg voor houders van een voorwaardelijke vergunning tot verblijf genieten geen inkomen en behoeven om die reden geen eigen bijdrage te betalen.

Soms worden de raden geconfronteerd met rechtzoekenden die niet over enig inkomen of vermogen beschikken. Het betreft hier de zogenaamde «have-nots». Daarbij kan gedacht worden aan sommige zwervers. Ook in die gevallen is het redelijk dat geen eigen bijdrage behoeft te worden opgelegd. Op dit punt wordt in het derde lid aan het bureau de bevoegdheid gegeven om in het individuele geval te beslissen of een eigen bijdrage wordt opgelegd.
(Staatsblad 2000, 387)

Op deze pagina