Beleidsbundel
Termijn indienen aanvraag
Doel
De Raad beoordeelt aan de hand van deze beleidsregel of de gevraagde rechtsbijstand reeds feitelijk is verleend en wanneer de toevoeging wordt geweigerd.
Kader
Met toepassing van artikel 28 lid 1 sub a Wrb kan de Raad de toevoeging weigeren ‘indien de aanvraag wordt ingediend nadat de rechtsbijstand reeds feitelijk is verleend.’
Met toepassing van artikel 28 lid 3 Wrb kan de Raad een aanvraag om een Lichte adviestoevoeging weigeren ‘indien de aanvraag niet binnen vier weken na het geven van het advies is ingediend.’
Beleidsregel
Aanvraagdatum
De aanvraagdatum is de datum waarop de aanvraag toevoeging is ingediend in Mijn RvR (advocaten) of Mijn Wrb (mediators) of per post is ontvangen door de Raad.
Reeds feitelijk verleend
De Raad gaat er in de onderstaande gevallen van uit dat rechtsbijstand of mediation reeds feitelijk is verleend.
Rechtsbijstand:
- In een procedure wordt rechtsbijstand ten laatste verleend op of rond de datum van de einduitspraak of de datum van het nabespreken van de einduitspraak;
- In een voortijdig beëindigde procedure of procedure beëindigd voor terechtzitting gaat de Raad uit van de datum van stukken, zoals een overeenkomst of een bericht van intrekking;
- In advieszaken gaat de Raad in beginsel uit van de opgave van de advocaat.
Mediation:
- Bij mediation die eindigt in een (deel)overeenkomt gaat de Raad ervan uit dat de mediation feitelijk is verleend op of rond de datum van de overeenkomst;
- Wordt geen overeenkomst bereikt dan gaat de Raad uit van de opgave van de mediator.
Beoordeling uitzondering
De Raad kan toch een toevoeging toekennen als bij de aanvraag verschoonbare omstandigheden worden vermeld waardoor de aanvraag niet vóór dat moment kon worden gedaan. De Raad beoordeelt wat de gevolgen zijn van het wel of niet verstrekken van de toevoeging. Het belang van rechtzoekende geeft daarbij de doorslag.
Toelichting: Redenen voor een (te) late aanvraag kunnen liggen in de aard van de zaak of het gedrag van de rechtzoekende. Er kan bijvoorbeeld sprake zijn van een spoedzitting. Ook blijkt in de praktijk dat rechtzoekenden soms lang wachten met het inschakelen van rechtsbijstand. De tijd kan dan ontbreken om direct een toevoeging aan te vragen.
Gebruikersinstructie: Heb je onvoldoende informatie om te beoordelen of een uitzondering mogelijk is dan kun je de aanvraag onvolledig maken met tekstcode 027 (Te late aanvraag) of 070 (Bestuursrecht te late aanvraag).
Aandachtspunten beoordeling
Het is in beginsel voldoende als de aanvraag een duidelijke motivering bevat op de termijnoverschrijding. In gevallen waarin de beoordeling tot vragen leidt kan de Raad aanvullende stukken vragen, bijvoorbeeld informatie over de (financiële) situatie van rechtzoekende, procedurestukken of urenspecificaties.
Bij de beoordeling van een late aanvraag betrekt de Raad in elk geval de volgende punten.
- Het moment waarop de aanvraag wordt gedaan is bepalend voor de financiële beoordeling beleidsregel 2.1 Draagkracht inkomen en vermogen. Het achteraf aanvragen van een toevoeging kan daarom tot een ander besluit leiden dan als de toevoeging tijdig was aangevraagd.
- Een latere aanvraag- en/of afgiftedatum van de toevoeging kan gevolgen hebben voor de hoogte van de vergoeding en de toepasselijkheid van aanvullingen, zoals toeslagen.
Toelichting: (Zie bijvoorbeeld artikel 3 Bvr.)
- Rechtsbijstand/mediation die is verleend in de periode van vier weken voorafgaand aan de aanvraagdatum van de toevoeging komt voor vergoeding in aanmerking. Werkzaamheden vóór die periode vallen niet onder de toevoeging.
- Het aanvraagpatroon van de advocaat of mediator. Het toekennen van een te late aanvraag moet een uitzondering blijven.
Toelichting: Als de toevoeging wordt aangevraagd na einde van de rechtsbijstand of mediation, kan de situatie van rechtzoekend anders zijn dan deze was ten tijde van de start van de zaak. Enkele voorbeelden:
- Er kan sprake zijn van een ander peiljaar en dus een andere draagkracht. Ook kan de status van de inkomens-en vermogensgegevens bij de belastingdienst anders zijn. Dit kan zijn weerslag hebben op het recht op toevoeging en de hoogte van de eigen bijdrage.
- De samenstelling van de huishouding kan inmiddels anders zijn. Rechtzoekende is gaan samenwonen, of heeft de samenleving juist beëindigd; het inwonende kind van rechtzoekende kan meerderjarig zijn geworden.
- Bepaalde regelingen kunnen wel of juist niet meer van toepassing zijn. Een voorbeeld: rechtzoekende viel ten tijde van de looptijd van de zaak onder de Wet Schuldsanering natuurlijke personen (Wsnp), maar inmiddels niet meer. De Raad kan artikel 4 Bebr (laagste eigen bijdrage) niet toepassen.
- Een minderjarige rechtzoekende kan inmiddels meerderjarig zijn.
Als veel tijd is verstreken tussen zaak en aanvraag wordt rechtzoekende – mogelijk onverwacht – alsnog geconfronteerd met een eigen bijdrage, mogelijke resultaatbeoordeling en de hercontrole van het inkomen/vermogen (met een mogelijke terugvordering tot gevolg). Het kan daarom soms niet in het belang zijn van rechtzoekende om alsnog een toevoeging te verstrekken. Op grond van de gedragsregels advocatuur (artikel 18) en MfN (artikel 9) kan de advocaat of mediator immers niet zomaar een commercieel tarief in rekening brengen als rechtzoekende in aanmerking kwam voor een toevoeging.
Gebruikersinstructie: Is de aanvraag ingediend na einde rechtsbijstand of mediation en besluit je geen uitzondering te maken, dan wijs je de toevoeging/ vergoeding af met tekstcode 133 (Te late aanvraag) of 138 (Te late aanvraag HTA – afwijzing vergoeding).
Straftoevoeging verdachten (S-codes)
Van een aanvraag straftoevoeging voor verdachten (S-codes) die binnen vier weken na de zittingsdatum wordt ontvangen neemt de Raad aan dat sprake was van omstandigheden waardoor de aanvraag niet tijdig kon worden gedaan
Toelichting: De Raad heeft ervaren dat het wachten met het inschakelen van een advocaat in enkelvoudige strafzaken van verdachten vaker voorkomt. Ook wordt direct na de zitting uitspraak gedaan. De Raad houdt in deze zaken daarom de in de beleidsregel genoemde 4-weken termijn aan.
Wetsgeschiedenis
De Memorie van Toelichting bij de Wrb 1993 geeft geen toelichting op het toenmalige artikel 28 lid 1 onder b Wrb (oud). Bij de introductie van de Lichte Adviestoevoeging is in de toelichting aangegeven dat: ‘de rechtsbijstandverlener niet te lang met het indienen van zijn aanvraag mag wachten. De aanvraag om een toevoeging moet zo snel mogelijk na afhandeling van de zaak worden gedaan. Dit is van belang niet alleen voor het signaleren van mogelijke onregelmatigheden door de Raad bij de aanvraag, maar ook voor een goede administratieve verwerking van de toevoeging.’ (Kamerstukken II, 2005/06, 30 436, nr. 3, p. 22).
Relevante jurisprudentie
- ECLI:NL:RVS:2012:BX2586: het is de verantwoordelijkheid van verzender om de verzending aannemelijk te maken
- ECLI:NL:RVS:2019:3897: geen feiten of omstandigheden aangevoerd die de te late aanvraag van de toevoeging verschoonbaar maken