Beleidsbundel

3.2 Nederlandse rechtssfeer

Trefwoorden: Aanvragen
Nummer: RvR3.2
Versie 4.0
Laatst gewijzigd:

Doel

De Raad beoordeelt aan de hand van deze beleidsregel of een zaak waarvoor een toevoeging wordt aangevraagd binnen de Nederlandse rechtssfeer valt en wanneer de toevoeging wordt geweigerd wegens onvoldoende aanknopingspunten met de Nederlandse rechtssfeer.

Kader

Met toepassing van artikel 12 lid 1 Wrb wordt “rechtsbijstand [uitsluitend] verleend ter zake van in de Nederlandse rechtssfeer liggende rechtsbelangen”.

Beleidsregel

Definitie Nederlandse rechtssfeer

De Nederlandse rechtssfeer is als volgt afgebakend:

  • Het Koninkrijk der Nederlanden in Europa (geografisch)

Toelichting: Het Koninkrijk der Nederlanden in Europa valt binnen de Nederlandse rechtssfeer. De overzeese afzonderlijke landen en gemeenten hebben hun eigen regeling (art. 41 Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden).

Dat wil zeggen dat Aruba, Sint Maarten en Curaçao (landen binnen het Koninkrijk der Nederlanden) en Bonaire, Sint Eustatius en Saba (bijzondere gemeenten van het Koninkrijk der Nederlanden) niet binnen de Nederlandse rechtssfeer vallen. Deze resp. landen en gemeenten hebben hun eigen regeling voor rechtshulp.

  • Het Nederlands recht moet bij de zaak betrokken zijn (juridisch), waarbij het juridische geschil uit kan monden in een procedure zoals genoemd in artikel 1 van het Bvr.

Toelichting: Gevallen waarin de Nederlandse rechtssfeer zeer nauw geraakt wordt, waarin het geschil kan uitmonden in een procedure zoals genoemd in art. 1 Bvr vallen binnen de Nederlandse rechtssfeer (ECLI:NL:RVS:2014:3689).

Aanknopingspunten met de Nederlandse rechtssfeer

Indien er aanknopingspunten zijn met de Nederlandse rechtssfeer terwijl de zaak buiten de Nederlandse rechtssfeer ligt, kan de Raad een toevoeging verstrekken. De rechtsbijstandverlener dient deze aanknopingspunten te motiveren.

Toelichting: Voorbeelden van aanknopingspunten zijn:

  • Een strafzaak waarbij de buitenlandse strafrechter en de Nederlandse strafrechter bevoegd is om de zaak te behandelen, zoals bij drugssmokkel. Wordt de zaak voor de buitenlandse strafrechter behandeld, dan kan het Nederlandse strafrecht betrokken zijn bij de zaak.
  • Een civiele procedure in het buitenland waarbij er deelgeschillen spelen, waar ook het Nederlands recht bij betrokken is. Bijvoorbeeld een geschil met een buitenlands bedrijf, waarvan een tussenpersoon is gevestigd in Nederland. Het gaat om een interpretatiegeschil tussen rechtzoekende en het bedrijf en rechtzoekende en de tussenpersoon.

Geen aanknopingspunten:

  • Een Nederlandse ingezetene die zich wil verweren in een alimentatiezaak in het buitenland.
  • Een Nederlander die voor een misdrijf in het buitenland wordt vervolgd.

Gebruikersinstructie: Je verstrekt voor het advies van de Nederlandse advocaat in zaken waarin voldoende aanknopingspunten zijn met de Nederlandse rechtssfeer een toevoeging. In de aanvullende omschrijving vermeld je: ‘uitsluitend voor advieswerkzaamheden’.

Ligt het geschil niet binnen de Nederlandse rechtssfeer en zijn er onvoldoende aanknopingspunten met de Nederlandse rechtssfeer, dan wijs je de aanvraag toevoeging in beginsel af met tekstcode 183:

“U heeft een aanvraag ingediend voor een bijdrage in de advocaatkosten. De Raad wijst uw verzoek af, omdat de zaak dient in het buitenland. Er zijn geen aanknopingspunten met de Nederlandse rechtssfeer. (Artikel 12 lid 1 Wrb)”

Internationaal geschil / Aanvragen rechtsbijstand in een ander land

De Raad kan behulpzaam zijn bij het indienen van aanvragen om rechtsbijstand in een ander land. Zie hiervoor de informatiepagina .

LAT buiten Nederlandse rechtssfeer

Gaat het om een civiele zaak die waarschijnlijk binnen de rechtssfeer van een andere lidstaat ligt en het Juridisch Loket kan geen afdoende hulp bieden, dan kan een (lichte) adviestoevoeging worden aangevraagd als rechtsbijstand noodzakelijk is.

Toelichting: De toevoeging geldt voor advieswerkzaamheden totdat de aanvraag voor verlening van rechtsbijstand in ontvangst is genomen door de lidstaat waar de desbetreffende zaak zal worden behandeld.

Bijvoorbeeld in de volgende gevallen:

  • Het adviseren over de mogelijkheden en kans van slagen om een procedure in het buitenland te voeren;
  • Het onderzoeken waar een eventuele procedure aanhangig moet worden gemaakt en welk recht van toepassing is;
  • Het verrichten van noodzakelijke juridische werkzaamheden in Nederland. Bijvoorbeeld in alimentatiezaken waarbij het LBIO is ingeschakeld en beslag dreigt.

Wetsgeschiedenis

“Uitgangspunt dient te zijn dat het land waar zich de (civiele of straf-) zaak voordoet verantwoordelijk is voor de rechtsbijstandvoorziening. Slechts indien de Nederlandse rechtssfeer zeer nauw wordt geraakt (artikel 12 lid 1 Wet op de rechtsbijstand: er moet sprake zijn van een in de Nederlandse rechtssfeer gelegen rechtsbelang) en geen sprake is van een (afdoende) voorziening in het buitenland kan een verzoek voor gesubsidieerde rechtsbijstand in Nederland worden ingediend.” (Kamerstuk 27 400 VI, nr. 10, 2001).

Begrenzing van de voorziening van de gefinancierde rechtsbijstand.

Het begrip Nederlandse rechtssfeer bakent de Nederlandse verplichting om in rechtsbijstand te voorzien af ten opzichte van de verplichtingen waarin andere, in het concrete geval meer aangewezen landen behoren te voorzien. Uitgangspunt dient te zijn dat het land waar zich de zaak voordoet verantwoordelijk is voor de rechtsbijstandvoorziening. Slechts indien de Nederlandse rechtssfeer zeer nauw wordt geraakt en daarom sprake is van een in de Nederlandse rechtssfeer gelegen rechtsbelang als bedoeld in artikel 12, eerste lid, van de Wrb kan een verzoek voor gesubsidieerde rechtsbijstand in Nederland worden ingediend. (Kamerstukken II 1991/92, 22 609, nr. 3, blz. 17, 1992/93, 22 609, nr. 6, blz. 36 en 2000/01, 27 400 VI, nr. 10, blz. 62).

Relevante jurisprudentie

ECLI-nummer + onderwerp

ECLI:NL:RVS:2014:2723 en ECLI:NL:RVS:2018:1051

Vordering schadevergoeding Joegoslavië-Tribunaal

  • Er is geen binding met Nederland, zodat niet kan worden vastgesteld dat de Nederlandse rechtssfeer dusdanig nauw wordt geraakt dat een beroep op het Nederlandse systeem van gefinancierde rechtsbijstand daardoor wordt gerechtvaardigd.
  • Doorslaggevend gewicht is toegekend aan de feiten en omstandigheden dat de gestelde onrechtmatige daad zich heeft voltrokken in het buitenland, partijen een buitenlandse nationaliteit hebben, het buitenlandse recht van toepassing is op de procedure, de schade zich in het buitenland voordoet, verhaalsmogelijkheden voor de schade slechts in het buitenland aanwezig zijn, de internationale gemeenschap en Nederland niet hebben voorzien dat de kosten van civielrechtelijke procedures tegen gedetineerden van het Joegoslavië-Tribunaal op Nederland worden afgewenteld en er een groep van duizenden buitenlandse personen is, die zich - voor zover hier relevant - mogelijk in een min of meer vergelijkbare positie bevinden als [wederpartij]. Het gaat te ver om de kosten van rechtsbijstand in al die mogelijke procedures af te wentelen op Nederland

ECLI:NL:RVS:2014:3689

Personen- en familierechtzaak dienende op Curaçao.

  • Het enige raakvlak met de Nederlandse rechtssfeer wordt gevormd door de Nederlandse nationaliteit van [appellant], zijn ex-partner en hun kinderen, maar dat alle overige aspecten, waaronder de plaats van de procedure, de woonplaats van de expartner en het recht dat de procedure beheerst, zijn gelegen buiten de Nederlandse rechtssfeer. Artikel 40 van het Statuut betekent evenmin dat het Nederlandse recht bij de procedure is betrokken, nu dat artikel alleen betrekking heeft op de tenuitvoerlegging van de uitspraak die op Curaçao wordt gewezen en niet op de uitspraak zelve.

ECLI:NL:RVS:2014:3714

Geschil over aandelen in België.

  • Doorslaggevend gewicht is toegekend aan de aanknopingspunten met België. De nationaliteit en de verblijfplaats van [appellant] alsmede de plaats waar zijn in de Belgische vennootschap geïnvesteerde vermogen is opgebouwd niet van doorslaggevend belang.

Op deze pagina