Beleidsbundel

Resultaatbeoordeling

Trefwoorden: Aanvragen
Nummer: RvR2.5
Versie 4.0
Laatst gewijzigd:

Doel

De Raad beoordeelt aan de hand van deze beleidsregel of de toevoeging wordt ingetrokken wanneer rechtzoekende een resultaat uit de zaak ontvangt ter hoogte van tenminste 50% van het drempelbedrag.

Kader

Met toepassing van artikel 34g lid 1 Wrb wordt, tenzij zwaarwegende omstandigheden zich daartegen verzetten, de toevoeging met terugwerkende kracht ingetrokken indien:

  1. “de rechtzoekende de kosten van rechtsbijstand kan verhalen op een derde,” of
  2. “op het moment van de definitieve afhandeling van de zaak waarvoor die toevoeging was verleend de rechtzoekende als resultaat van die zaak een vordering met betrekking tot een geldsom ter hoogte van tenminste 50% van het [geldende] drempelbedrag”

In lid 2 van dit artikel wordt aangegeven welke zaken zijn uitgesloten van resultaatsbeoordeling.

In lid 3 van dit artikel wordt aangegeven dat artikel 34a, tweede lid, tweede, derde en vierde volzin, en artikel 34d, eerste lid, derde volzin, van overeenkomstige toepassing zijn.

Beleidsregel

Declaratie toevoeging

De Raad beoordeelt, aan de hand van het door rechtsbijstandverlener opgegeven resultaat of sprake is van resultaat zoals genoemd in artikel 34g lid 1 Wrb.

Toelichting: Van de rechtsbijstandverlener mag worden verwacht dat hij het eindbesluit op de resultaatbeoordeling afwacht en geen normaal tarief in rekening brengt. Zie de uitspraak van het Hof van Discipline.

Bij behaald resultaat moet bij declaratie het formulier Resultaatbeoordeling worden meegestuurd. Het formulier moet altijd worden meegestuurd bij Personen- en Familierechtzaken waarbij resultaat behaald kan worden (bijvoorbeeld echtscheiding, boedelscheiding, alimentatie en mediation). De formulieren staan op de website rvr.org onder Overige formulieren voor advocaten.

Reikwijdte resultaatbeoordeling

Niet op alle toevoegingen wordt het resultaat beoordeeld. De volgende zaken zijn uitgesloten van resultaatbeoordeling:

  • Strafzaken (S- of Z- codes art. 34g lid 2 Wrb);
  • Asiel- en vreemdelingenzaken, waaronder klachtzaken bij het EHRM (art. 34g lid 2 Wrb);
  • Voeging benadeelde partij of een civiele schadevergoeding (O013) als rechtzoekende een slachtoffer of nabestaande is die een uitkering zou kunnen krijgen van het Schadefonds Geweldsmisdrijven;
  • Procedures tegen het Schadefonds Geweldsmisdrijven;
  • Lichte advies toevoeging (LAT);
  • Verzoening bij echtscheiding/verbreking samenwoning, omdat er geen resultaat is.

Rechtsbijstand beëindigd

De Raad kan in beginsel het resultaat alleen beoordelen als de rechtsbijstand is beëindigd. Een civiel-/ bestuursrechtelijke zaak is in beginsel beëindigd als:

  • Er een schikking is bereikt of;
  • Er in laatste instantie definitief uitspraak is gedaan.

Toelichting: Is er voor het hoger beroep of cassatie een toevoeging verstrekt dan kan de toevoeging voor de voorgaande aanleg pas drie maanden na instellen van het hoger beroep of cassatie ter declaratie worden aangeboden. Binnen deze termijn moet duidelijk zijn of het ingestelde hoger beroep of cassatie daadwerkelijk wordt doorgezet.

Zijn er na de uitspraak of schikking door de rechtsbijstandverlener nog werkzaamheden verricht dan tellen deze uren mee voor de resultaatbeoordeling.

Voorgaande geldt niet als de zaak op betalende basis wordt overgenomen. In dat geval zal de Raad het verwachte resultaat beoordelen. Als het resultaat nog niet vaststaat is dan stelt de Raad de resultaatbeoordeling uit.

Meerdere Toevoegingen

De resultaatbeoordeling is van toepassing op alle toevoegingen die zijn verstrekt voor hetzelfde rechtsbelang. De Raad beoordeelt het totale resultaat op de toevoegingen waarbij sprake is van een directe relatie tussen de uitkomsten van de zaak en de verlening van de rechtsbijstand.

Voorgaande is niet van toepassing wanneer op de toevoeging die is verleend het resultaat geen onderwerp meer is van het geschil. Bijvoorbeeld mediation of een hoger beroep die alleen gaat over de omgangsregeling.

Toelichting: De resultaatbeoordeling is van toepassing op alle toevoeging die zijn verstrekt voor hetzelfde rechtsbelang. Hieronder valt ook de mediation toevoeging die mede tot het resultaat heeft geleid.

De uitkomst bij een andere procedure instantie bijvoorbeeld hoger beroep of cassatie hoeft niet te worden afgewacht als het resultaat bij de procedure instantie niet ter discussie staat. In die gevallen staat het resultaat vast, zodat de resultaatbeoordeling rust op de toevoeging voor de eerdere instantie.

Wordt het hoger beroep of cassatie niet doorgezet, dan beoordeelt de Raad het resultaat alleen op de toevoeging verstrekt voor de voorgaande aanleg.

Beoordeling resultaat

De Raad beoordeelt dat er sprake is van resultaat als:

  1. Er een directe relatie is tussen de uitkomsten van de zaak en de verlening van de rechtsbijstand;
    Toelichting: Vervangende toestemming en/of medewerking aan de verkoop van de woning heeft een directe relatie met het financieel resultaat in de hoofdzaak. Het resultaat in deze zaken is doorgaans dat de wederpartij verplicht wordt tot medewerking aan de verkoop van de woning.
  2. Sprake is van een geldsom of een vordering met betrekking tot een geldsom.
    Toelichting: Partijen kunnen besluiten dat de eigen woning niet wordt verkocht en afspreken hoe de eventuele opbrengst van deze woning bij toekomstige verkoop wordt verdeeld. In dat geval is geen sprake van een vordering op een geldsom.

De berekening van het resultaat

Het resultaat is onafhankelijk van oorsprong, rechtstitel of bestemming van de opbrengst.

De Raad beoordeelt dat onder meer de volgende zaken meetellen als resultaat:

  • Een loondervinguitkering;
  • Een afgekochte polis;
  • De ontslagvergoeding (bijv. ontbindings-/ transitie-/billijke vergoeding/afkoopsom);
  • Schadevergoeding/smartengeld;
  • Ontvangen dwangsom
  • Bij echtscheiding: vordering op een geldsom en een betaling/vordering wegens overbedeling;
  • Bij echtscheiding: opbrengst van de verkoop van de woning, ook als de woning al tijdens de echtscheidingsprocedure is verkocht;
  • Bij echtscheiding: spaartegoeden van de minderjarige kinderen, die zijn opgenomen in de afspraken (het convenant) of de beschikking. Omdat de ouders over die tegoeden kunnen beschikken, tenzij sprake is van een niet zelf opgelegde beperking op het vermogen, bijv. met een BEM-clausule (Belegging Erfenis en andere gelden Minderjarigen);
  • Bij echtscheiding: vermogensbestanddelen die volgen uit (de huwelijkse voorwaarden en die zijn opgenomen in) het ondertekende convenant of de beschikking.

Roerende en onroerende zaken die de rechtzoekende ontvangt tellen niet mee voor de resultaatbeoordeling. Bijvoorbeeld: auto, caravan, meubels, sieraden, antiek, woning, grond, pand, etc.

Toelichting:

Koopsom-, spaar- en lijfrentepolissen, stamrecht BV

Een te verdelen koopsom-, spaar- en lijfrentepolis of stamrecht BV wordt gezien als een pre-overeenkomst. Deze laat de Raad bij de beoordeling van het behaalde resultaat buiten beschouwing. Voorwaarde is wel dat deze polis of stamrecht BV al bestond bij aanvang van de zaak waarvoor de toevoeging is verleend. Het stamrecht mag niet worden afgekocht. Is de polis afgekocht, dan tellen de liquide middelen wél mee voor het resultaat.

Polis verbonden aan de hypotheek
De koopsom-, spaar- of lijfrentepolis die is verbonden aan de hypotheek is een bijzondere vorm van polis. Deze betrekt de Raad wél bij de beoordeling van het resultaat van de procedure, omdat deze van invloed is op de hoogte van de hypotheeksom. Als er bijvoorbeeld een hypotheek is van € 250.000 waaraan een polis is verbonden ter waarde van € 75.000, dan is de werkelijke hoogte van de hypotheeksom: € 250.000 -/- € 75.000 = € 175.000.

Bepalen hoogte geldsom

Bij het bepalen van de hoogte van de geldsom houdt de Raad rekening met het nettobedrag dat wordt uitgekeerd, bijvoorbeeld brutoloon minus loonheffing en premies e.d.

Periodieke betalingen van bijvoorbeeld loon, uitkering of alimentatie die met terugwerkende kracht in één keer worden uitbetaald of de vordering daarop, neemt de Raad in zijn geheel mee bij de berekening van het resultaat.

Verrekenen met behaald resultaat

Moet rechtzoekende als gevolg van het behaalde resultaat loon- en/of inkomsten vervangende uitkeringen of leningen terugbetalen, dan brengt de Raad deze bedragen in mindering op het resultaat. Voorwaarde is wel dat deze uitkeringen of leningen betrekking hebben op de periode waarin rechtsbijstand op basis van de toevoeging is verleend en de terugbetaling is aangetoond met stukken.

Kosten van een deskundige gemaakt om het resultaat te behalen, verrekent de Raad met het resultaat. Staan deze kosten niet in het vonnis, uitspraak of convenant, dan moet de rechtzoekende aantonen dat deze kosten daadwerkelijk zijn betaald. Met een deskundige wordt hier niet bedoeld: een advocaat of mediator, maar bijvoorbeeld een arts in een letselschadezaak.

Schatting overwaarde woning

Als partijen zich verplicht hebben hun woning te (gaan) verkopen, maar deze is op moment van beoordeling van het resultaat nog niet verkocht, dan kan de Raad de hoogte van de vordering schatten met 'Vraagprijs -/- hypotheekschuld + overig resultaat'. De Raad houdt zoveel mogelijk rekening met de huidige woningmarkt. Is de vraagprijs (of de actuele taxatie) nog niet bekend dan kan de WOZ-waarde een indicatie zijn.

Schulden

De Raad verrekent aflossing van huwelijkse schulden met de aan rechtzoekende toevallende opbrengsten. De verplichting tot aflossing moet blijken uit het echtscheidingsconvenant of de rechterlijke uitspraak

Bepalen drempelbedrag

De Raad stelt het drempelbedrag vast op het moment waarop de declaratie wordt ingediend of op het moment waarop een verzoek om resultaatbeoordeling plaatsvindt. Bij de vaststelling van het drempelbedrag wordt steeds uitgegaan van het ministerieel bepaalde drempelbedrag dat geldt in het kalenderjaar waarin de zaak is beëindigd. De Raad past de jaarlijks door het Ministerie vastgestelde en gepubliceerde bedragen toe, zoals vermeld op de website van de Raad voor Rechtsbijstand.

De leefsituatie leidt niet tot een verdubbeling van het drempelbedrag. Toelichting: De Raad hanteert één drempelbedrag zodat, er geen verschil ontstaat tussen rechtzoekende met een leefsituatie als alleenstaande of gezamenlijke huishouding. Zie ook ECLI:NL:RBOBR:2025:2565

Zwaarwegende omstandigheden bij resultaatbeoordeling

Binnen de Wet op de rechtsbijstand kan rekening worden gehouden met zwaarwegende omstandigheden (artikel 34g lid 1 Wrb). Van zwaarwegende omstandigheden kan onder andere sprake zijn wanneer een vordering of geldsom:

  1. Oninbaar is. Bijvoorbeeld bij faillissement van de tegenpartij, conservatoir derdenbeslag op het resultaat van de zaak, of de tegenpartij is met ‘de Noorderzon’ vertrokken;
    Toelichting: De Raad trekt de toevoeging niet in wegens resultaat in als de vordering buiten toedoen van de rechtzoekende niet inbaar blijkt. Hierbij is van belang dat de rechtzoekende niet feitelijk over het bedrag kan beschikken. Dit in tegenstelling tot een woning die al langere tijd te koop staat. Het feit de woning nog niet verkocht is, wil niet zeggen dat de vordering niet verhaalbaar is.
  2. Gedeeltelijk oninbaar is, als het resultaat niet binnen afzienbare termijn beschikbaar komt;
    Toelichting: Bij een langdurig incassotraject, waardoor de inning van het resultaat niet realistisch is, kan sprake zijn van zwaarwegende omstandigheden in de zin van artikel 34g Wrb. Er is geen sprake van zwaarwegende omstandigheden als het gedeelte dat wel wordt geïncasseerd hoger is dan 50% van het voor rechtzoekende geldende drempelbedrag. De Raad neemt aan dat er sprake is van een langdurig incassotraject als het, door de betalingsonmacht van de schuldenaar (debiteur), meer dan drie jaar duurt voordat het verschuldigde bedrag is afgelost.
  3. Betrekking heeft op een periodieke aanspraak en met terugwerkende kracht in één keer wordt toegekend;
    Toelichting: Wanneer rechtzoekende een periodieke aanspraak met terugwerkende kracht in één keer toegekend krijgt, kunnen zwaarwegende omstandigheden aanwezig zijn. Dit doet zich met name voor wanneer de uitbetaling geen reële verbetering van de financiële situatie oplevert, omdat de rechtzoekende deze inkomsten gedurende de betreffende periode heeft moeten missen. Dit kan het geval zijn bij een loonvordering, een nabetaling van een uitkering of een achterstallige alimentatiebetaling. In deze gevallen wordt aangenomen dat de terugontvangen bedragen feitelijk geen extra draagkracht creëren en daarom als zwaarwegende omstandigheden kunnen worden beschouwd.
  4. Lager is dan de totale kosten van rechtsbijstand.
    Toelichting: Als de kosten voor rechtsbijstand hoger is dan het resultaat dan kan sprake zijn van zwaarwegende omstandigheden. Rechtzoekende kan dan niet meer in staat worden geacht om de kosten voor rechtsbijstand in zijn geheel te voldoen. De Raad neemt contact op met de advocaat en rechtzoekende voor overleg.

De Raad beoordeelt dit aan de hand van stukken bijvoorbeeld het faillissementsvonnis of correspondentie van de deurwaarder.

Andere relevante beleidsregels

Voorbeelden Resultaatbeoordeling

Voor de toepassing van het beleid, zie de lijst met voorbeelden  resultaatbeoordeling

Toon de gebruikersinstructie bij deze beleidsregel

Wetsgeschiedenis

Artikel 34g Wrb

In onderdeel E is aangegeven waarom wordt voorgesteld om de voorwaardelijke toevoeging te laten vervallen. De voorwaardelijke toevoeging wordt afgegeven indien de aanvraag om een toevoeging betrekking heeft op een aanmerkelijk financieel belang. Is na beëindiging van de rechtsbijstand ten gevolge van de definitieve afloop van die zaak de financiële draagkracht zodanig toegenomen dat daarmee de grenzen aan de gesubsidieerde rechtsbijstand worden overschreden, dan verleent de raad geen definitieve toevoeging. In de praktijk beperkt het gebruik van de voorwaardelijke toevoeging zich hoofdzakelijk tot die situaties waarin een toename of anderszins een mutatie van het vermogen is te verwachten. Te denken valt aan een boedelscheiding of een verdeling van een nalatenschap. Ook daar waar het gaat om inkomensschade kan het resultaat van de rechtsbijstand leiden tot de uitkering van een aanzienlijke som geld. Gelet op deze zaken gaat het bij een aanmerkelijk belang veelal om incidentele geldvorderingen.
Voordat een voorwaardelijke toevoeging wordt afgegeven wordt ingeschat of de zaak een zodanig resultaat kan opleveren dat de kosten van rechtsbijstand door de rechtzoekende zelf zouden kunnen worden voldaan. Deze inschatting is in de praktijk niet eenvoudig gebleken.
Aangezien door het gewijzigde draagkrachtbegrip aan de voorwaardelijke toevoeging een andere invulling moet worden gegeven is tevens gekozen voor een oplossing van dit inschattingsprobleem. Voorgesteld wordt om een resultaatbeoordeling te introduceren, die losstaat van de draagkrachtnormen. Daarbij staat het volgende systeem voor ogen.

In alle gevallen wordt bij de definitieve afhandeling van de zaak beoordeeld of op basis van het financiële resultaat in de zaak waarvoor rechtsbijstand is verleend kan worden gesteld dat de rechtzoekende in staat kan worden geacht de kosten van rechtsbijstand zelf te dragen. De draagkracht wordt beoordeeld op het moment waarop de zaak is afgehandeld. Dit wil zeggen dat niet van belang is of de rechtsbijstand is beëindigd. Immers, in een dergelijke geval hoeft de zaak nog niet te zijn afgehandeld. Dit is bijvoorbeeld het geval als in hoger beroep of cassatie wordt gegaan. De zaak is dan pas afgehandeld indien het gerechtshof respectievelijk de Hoge Raad uitspraak heeft gedaan.
Uit een oogpunt van werkbaarheid wordt voorgesteld om daarvoor een objectieve norm te hanteren. Daarbij lijkt het redelijk om te stellen dat de rechtzoekende die een geldsom krijgt ter hoogte van tenminste 50% van het heffingvrij vermogen in staat is de kosten van rechtsbijstand zelf te dragen. Het heffingvrij vermogen is in 2003 € 18 800 voor alleenstaanden en € 37 600 voor fiscale partners. Met het oog op de controleerbaarheid wordt uitgegaan van een geldsom die de rechtzoekende daadwerkelijk ontvangt of een vordering met betrekking tot een geldsom. De hoogte van dit bedrag zal meestal kenbaar zijn uit de uitspraak van de rechter. waarde van goederen die de rechtzoekende ontvangt, wordt niet meegeteld.

Indien het resultaat van de rechtsbijstand meer bedraagt dan voornoemde norm, wordt de toevoeging met terugwerkende kracht ingetrokken en komen de kosten van rechtsbijstand alsnog voor rekening van de rechtzoekende.
Het voordeel van deze resultaatbeoordeling is dat er een directe relatie is tussen de uitkomsten van de zaak en de verlening van de rechtsbijstand.

Het nadeel van dit systeem is dat zich in iedere zaak de mogelijkheid voordoet dat de toevoeging achteraf wordt ingetrokken. Dat beperkt zich nu tot die gevallen waarin voorwaardelijk is toegevoegd. Door echter uit te gaan van een hoge resultaatsnorm wordt recht gedaan aan het uitgangspunt dat de rechtzoekende de kosten van de zaak draagt als hij daartoe in staat is. Opdat deze systematiek voor de rechtzoekende duidelijk is, zullen de raden op dit terrein goede voorlichting aan zowel de rechtzoekende als de rechtsbijstandverlener geven. De voorlichting zal worden gedaan door middel van brochures. Ook zal de raad in de beslissing op de aanvraag om een toevoeging melding maken van de mogelijkheid dat de toevoeging kan worden ingetrokken, indien als resultaat van de zaak een vordering van enige omvang is verkregen.
Onderdeel a van artikel 34g, eerste lid, stemt overeen met een deel van het huidige artikel 31.
In het tweede lid wordt bepaald dat geen resultaatbeoordeling plaatsvindt als het gaat om een zaak betreffende het strafrecht en het Vreemdelingenrecht. De reden daarvan is dat het in dergelijke zaken niet gaat om een resultaat dat bestaat uit een geldsom.
In het derde lid is bepaald dat artikel 34a, vierde lid, tweede, derde en vierde volzin en artikel 34d, eerste lid, tweede volzin van overeenkomstige toepassing zijn. Dit betekent dat de rechtzoekende zijn eigen bijdrage kan vorderen van de raad en dat het bedrag dat in het kader van de verlening van rechtsbijstand door de raad voor rechtsbijstand is betaald aan de rechtsbijstandverlener aan die raad is verschuldigd, indien de toevoeging wegens toegenomen inkomen of vermogen wordt ingetrokken. De rechtzoekende kan zijn vordering met die van de raad verrekenen. Voorzover de rechtsbijstandverlener dit in zijn overeenkomst met de rechtzoekende heeft geregeld, kan hij het verschil tussen de door hem gehanteerde commerciële tarieven en de ontvangen vergoeding van de raad van zijn cliënt vorderen.

(Tweede Kamer, vergaderjaar 2003–2004, 29 685, nr.3 p. 22 en 23)
‘In de aanhef van artikel 34g wordt aangegeven dat zwaarwegende omstandigheden aan intrekking in de weg kunnen staan. Elk geval zal daarop worden beoordeeld met inachtneming van bovenstaand uitgangspunt. Indien de vordering niet verhaalbaar blijkt te zijn, kan de rechtzoekende buiten zijn toedoen om, niet feitelijk over het daarmee gepaard gaande bedrag beschikken. Het ligt dan in de rede dat de toevoeging niet wordt ingetrokken. Hetzelfde is aan de orde als conservatoir derdenbeslag op de vordering die voortvloeit uit de uitspraak van de rechter is gelegd. Ook dan geldt dat elke zaak individueel moeten worden beoordeeld.’
(Memorie van antwoord: kst92816.2s.pdf p. 2)

Relevante jurisprudentie

Op welke toevoeging ziet de resultaatbeoordeling

  • ECLI:NL:RVS:2021:1909
  • ECLI:NL:RVS:2024:2584

Geen wijziging drempelbedrag bij gewijzigde leefsituatie

  • ECLI:NL:RBOBR:2025:2565

Op deze pagina