Beleidsbundel

Sociale voorzieningen – overige geschillen

Zaakcode: C030 - 9 punten
Trefwoorden: Sociale zekerheidsrechtAanvragen
Nummer: RvR4.2.2.4
Versie 4.0
Laatst gewijzigd:

Doel

Deze beleidsregel bevat het beleid over aanvragen van een toevoeging op het gebied van overige sociale voorzieningen zaken die niet vallen onder een andere zaakcode.

Kader

Algemene wet bestuursrecht (Awb)

De aanvraag dient op alle inhoudelijke en financiële gronden beoordeeld te worden zoals genoemd in de beleidsregels financiële beoordeling aanvraag toevoeging (hoofdstuk 2) en inhoudelijke beoordeling aanvraag toevoeging (hoofdstuk 3).

Specialisatie

Voor deze zaken geldt het specialisatievereiste Sociaal zekerheidsrecht.

Voor zaken waarbij het COA de tegenpartij is hoeft de advocaat niet ingeschreven te staan met de specialisatie Sociale zekerheid als hij ingeschreven staat voor de specialisatie asiel- en vluchtelingenrecht.

Voor zaken die betrekking hebben op de Wet inburgering 2021 hoeft de advocaat niet ingeschreven te staan met de specialisatie Sociale zekerheid als hij ingeschreven staat voor de specialisatie asiel- en vluchtelingenrecht.

Voor uitzonderingen zie beleidsregel 3.3 Specialisatie advocaat/niet ingeschreven advocaat met bijlage.

Gebruikersinstructie: Als de rechtsbijstandverlener niet als specialist is ingeschreven wijs je de aanvraag af met tekstcode 182 (geen specialisatie).

Beleidsregel

Algemeen

De Raad kan een toevoeging verstrekken voor het geschil over een sociale voorziening die niet onder een andere zaakcode valt, zie de beleidsregels in hoofdstuk 3.

Voorbeelden van toepassing zijnde zaken

  • Bijzondere bijstand Participatiewet (voorheen Wwb)
  • Jeugdwet (Jw)
  • Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW)
  • Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ)
  • Wet werk en inkomen kunstenaars (WWIK)
  • Bestuursrechtelijke procedures inzake de Regeling verstrekking asielzoekers (RvA) uitgevoerd door het COA (bijv. voorlopige voorziening beëindiging COA-opvang). Voor een civiel kort geding geldt zaakcode R010, zie beleidsregel R010 en voor beroep overplaatsingsbesluit en maatregelen in het kader van de Regeling onthouding verstrekkingen (ROV)de zaakcode Z140
  • Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015), (voor PGB zaken op basis van de Wet Langdurige Zorg (WLZ) geldt zaakcode D070)
  • Wet inburgering 2021 (voor geschillen over de lening met tegenpartij DUO geldt zaakcode C031)

Toelichting: De zaakcode C030: geldt voor het gemeentelijk persoonsgebonden budget, voor huishoudelijke hulp en voorzieningen zoals een rolstoel. Zie de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015).

De zaakcode D070 : Iedereen is verzekerd voor zorg die nodig is bij onder meer langdurige ziekte, handicap of ouderdom. Dit loopt via Wet Langdurige Zorg (WLZ). Het CIZ bepaalt of iemand recht heeft op zorg uit de WLZ.

Aanvraag, klacht, (herzienings)verzoek, zienswijze (nee, tenzij)

De Raad beoordeelt het indienen van een bestuursrechtelijk (herzienings)verzoek, klacht of aanvraag, als een eenvoudig rechtsprobleem. Rechtzoekende kan dit rechtsprobleem, al dan niet met hulp, zelf afhandelen.

Uitzondering

De Raad kan toevoegen als er sprake is van feitelijke of juridische ingewikkeldheid of van zwaarwegende omstandigheden.

Toelichting: De aanvrager zal moeten motiveren dat hiervan sprake is. Zie daarvoor ook beleidsregel 3.7 onder ‘eenvoudige’ zaken. De Raad beoordeelt dan van geval tot geval of hiervan sprake is.

Bezwaar (ja, tenzij)

De Raad beoordeelt dat het indienen van een bezwaarschrift niet eenvoudig is en kan hiervoor toevoegen. Het opkomen tegen het besluit waarbij de aanvraag is afgewezen, buiten behandeling is gesteld of geschorst omdat rechtzoekende niet de gevraagde stukken/informatie heeft verstrekt, beoordeelt de Raad als een eenvoudig rechtsprobleem.

Uitzondering

De Raad kan toevoegen als er sprake is van feitelijke of juridische ingewikkeldheid of van zwaarwegende omstandigheden.

Toelichting: De aanvrager zal moeten motiveren dat hiervan sprake is. Zie daarvoor ook beleidsregel 3.7 onder ‘eenvoudige’ zaken. De Raad beoordeelt dan van geval tot geval of hiervan sprake is.

De intrekking van een uitkering wordt altijd gezien als een zwaarwegend belang

Voorlopige voorziening, beroep en hoger beroep (ja, tenzij)

De Raad beoordeelt dat bij beroep, vovo of hoger beroep tegen een primair besluit van een bestuursorgaan niet eenvoudig is. De Raad kan toevoegen, tenzij sprake is van een eenvoudig rechtsprobleem, onvoldoende (financieel) belang of geen rechtstreeks en individueel belang (art. 1 Wrb).

Toelichting: In beginsel wordt voor deze rechtsgangen door de Raad toegevoegd. Er kan sprake zijn van een eenvoudig rechtsprobleem omdat de gronden van feitelijke aard zijn.

Bereik

Werkzaamheden kunnen onder het bereik van een eerder verstrekte toevoeging vallen. De Raad verstrekt in dat geval geen afzonderlijke toevoeging. Het beleid is beschreven in de beleidsregel Bereik.

Toelichting:

Toepassing bereik bij Wmo procedures

Bij meerdere beslissingen over WMO/maatwerkvoorzieningen of bijzondere bijstand, is er in beginsel sprake van hetzelfde rechtsbelang. Om te bepalen of er sprake is van een afzonderlijk rechtsbelang wordt gekeken naar het doel, beoogd eindresultaat en het onderliggende feitencomplex van de beoogde maatwerkvoorziening of bijstand.

In dat kader valt te denken aan verschillende beslissingen over:

  • De aard/het doel van de voorziening, bijvoorbeeld
    • Ambulante hulp van psychische aard/functioneren in de samenleving of hulp van lichamelijke aard;
    • Een voorziening in/rondom huis of een voorziening buitenshuis;
  • Een doorlopende voorziening of een nieuwe voorziening;
  • Eén of meerdere onderzoeken op verschillende gebieden van de hulpvraag.

Voorbeelden toepassing bereik

1. Ander rechtsbelang, geen diversiteit van instanties:

De beschikkingen hebben betrekking op voorzieningen van verschillende aard en er is sprake van een ander onderliggend feitencomplex. Elke afzonderlijke beschikking in het kader van WMO geldt dan als een afzonderlijk rechtsbelang. Zoals ambulante begeleiding en huishoudelijke hulp.

2. Ander rechtsbelang, geen diversiteit van instanties:

De beschikkingen hebben betrekking op verschillende soorten kosten bijzondere bijstand en er is sprake van een ander onderliggend feitencomplex. Elke afzonderlijke beschikking in het kader van bijzondere bijstand geldt dan als een afzonderlijk rechtsbelang. Zoals verhuiskosten en de kosten van een bril.

3. Hetzelfde rechtsbelang, geen diversiteit van instanties:

De beschikkingen hebben betrekking op (doorlopende) voorzieningen van dezelfde aard en er is sprake van hetzelfde onderliggende feitencomplex. Zoals de stopzetting van 5 uur ambulante begeleiding vanaf april en toekenning van 3 uur ambulante begeleiding t/m juni.

4. Hetzelfde rechtsbelang, geen diversiteit van instanties:

De beschikkingen hebben betrekking op dezelfde soort kosten bijzondere bijstand en er is sprake van hetzelfde onderliggende feitencomplex. Zoals de herhaalde kosten bij een langdurig zorgtraject.

Relevante jurisprudentie

Voornemen COA terugvordering deel kosten opvang:
ABRvS 24 december 2024, ECLI:NL:RVS:2024:5368

Geschil bijzondere bijstand:
ABRvS 11 mei 2022, ECLI:NL:RVS:2022:1351

Bereik voornemen en beroep COA eigen bijdrage:
ABRvS 24 december 2024, ECLI:NL:RVS:2024:5370

Bereik Wmo besluiten:
ABRvS 24 mei 2023, ECLI:NL:RVS:2023:2028 en ECLI:NL:RVS:2023:2027

Op deze pagina